Menu

Terug naar Actualiteit >Alertheid gevraagd voor de Buxusmot en de Eikenprocessierups

Alle regio's

Op het ogenblik zijn er veel meldingen van de buxusmot en de eikenprocessierups. Door het Waarnemings- en Waarschuwingssysteem van het PCS weet je als tuinaannemer, teler en groendienst, hoe en op welk ogenblik je de plaag doelgericht en efficiënt kunt bestrijden. Op het juiste ogenblik in de cyclus actie ondernemen, is cruciaal voor een doelgerichte en geslaagde aanpak van deze of andere ziekten en plagen.

 

Buxusmot: Glyphodes perspectalis

Op dit ogenblik krijgen we veel meldingen van de buxusmot binnen bij het Waarnemings- & Waarschuwingssysteem van het Proefcentrum voor Sierteelt, dit voornamelijk in de regio van Antwerpen tot Brussel en in de omgeving van Gent. De laatste 4 jaar is deze mot in Europa en in ons land in opmars waardoor ze voor velen nog onbekend is. Het Waarschuwingssysteem maakt leden al sinds 2009 alert voor deze buxusmot. Aangesloten zijn bij het Waarschuwingssysteem is voor teler, groenvoorziener en voor openbare groendienst een must om deze en andere cruciale informatie niet te missen.

De buxusmot overwinterde als rups en is de laatste weken uitgegroeid tot een grote rups. Het warmere weer maakte de rupsen van de buxusmot hongerig, waardoor we bij grote rupsenhaarden volledige kaalvraat van Buxus zien. De rupsen herken je aan hun zwarte kop en felgroene kleur met een patroon van zwarte stippen en zwarte en lichte lengtestrepen en ze zijn ongeveer 4 cm groot. De meeste rupsen zijn momenteel ingesponnen in de plant en al aan het verpoppen. Weldra zullen vlinders tevoorschijn komen die eitjes afleggen waaruit opnieuw jonge rupsen ontluiken. De mot heeft twee tot drie generaties, daarom is het zeer belangrijk om bij verschijnen van de eerste jonge larven in te grijpen.

Vaak komt een aantasting voor in een volledig gebied. Samen deze plaag gericht aanpakken, is belangrijk. Informeer als tuinaannemer en teler je klanten en als groendienst de inwoners over deze rups om zo de aandacht te verscherpen en samen te handelen. Via waarnemingen.be melden natuurliefhebbers waar in België de buxusmot is waargenomen. Op de kaart hieronder zie je de locatieaanduiding van (enkel goedgekeurde) waarnemingen tussen 19 mei 2008 en 19 mei 2015. Hoe donkerder blauw het vakje, hoe meer buxusmotten (voornamelijk adulten) er gevonden zijn. Deze kaart is geen verspreidingskaart en de waarnemingen zijn niet limitatief, maar ze geven een mooie indicatie van locaties waar men alert dient te zijn. Wees ook buiten de aangeduide gebieden waakzaam.

Bron: waarneming.be
http://waarnemingen.be/soort/maps/81949?from=2008-05-19&to=2015-05-19&count_ex=0&only_valid=0&only_valid=1&grid=4000&kwart=0&st=&second_specie=

We raden aan om buxusplanten goed te controleren op aanwezigheid van rupsen, schade, uitwerpselen, ingesponnen larven, poppen en eitjes. De rupsen en de poppen zitten heel goed verborgen, dus controleer de planten heel goed! Feromonen zijn beschikbaar om volwassen vlinders waar te nemen. In de praktijk worden deze gebruikt als detectietechniek en om het bestrijdingseffect van de genomen maatregelen te evalueren.

Bij kleine aantastingen adviseren we nu om de rupsenhaarden en ingesponnen rupsen weg te knippen. Na het snoeien kan je schade gemakkelijker vaststellen. Voer afgeknipte nesten en snoeisel af (bij voorkeur verbranden) om zo verder verpopping te voorkomen. Momenteel kan men niet meer ingrijpen met een bestrijdingsmiddel, aangezien de rupsen ingesponnen en aan het verpoppen zijn. Eens jonge larven terug verschijnen, raden we aan om chemisch of beter nog biologisch met bacteriepreparaten te behandelen. Je wordt op de hoogte gesteld van dit ideale bestrijdingsmoment via de waarschuwingsberichten.

Eikenprocessierups: Thaumetopoea processionea

Naast de buxusmot is momenteel ook de eikenprocessierups actief in ons land. Deze rups komt uitsluitend voor op Quercus, voornamelijk op de zomereik, Quercus robur.

De overwinterde eitjes zijn in het voorjaar uitgeslopen. Jonge rupsen zijn al enige tijd waarneembaar. Momenteel gaan de rupsen over naar een vierde stadium of bevinden zich er al in. Rupsen zijn blauwgrijs met lichtgekleurde zijden en zijn ongeveer 2,5 - 3 cm groot. Vanaf dit vierde stadium komen brandharen op het hele rupsenlijf voor en is er grote kans op hinder die de brandharen veroorzaken, zoals irritatie, brandwonden, irritatie aan de ogen en luchtwegen. Vanaf deze tijd vormen de rupsen typische nesten, die bestaan uit een dicht spinsel van haren, vervellingshuiden en uitwerpselen. Nadat rupsen volgroeid zijn, gaan ze verpoppen en gaan vlinders verschijnen (augustus). Deze gaan eitjes afzetten in de toppen op één- of tweejarige scheuten. Deze vlinder kent één generatie per jaar. Feromonen zijn beschikbaar om volwassen vlinders waar te nemen. In de praktijk worden deze gebruikt als detectietechniek en om het bestrijdingseffect van de genomen maatregelen te evalueren.

De verspreiding van de eikenprocessierups is, in tegenstelling tot de buxusmot, wel al algemeen in Vlaanderen. Enkel West-Vlaanderen en een deel van Oost-Vlaanderen blijven we van deze rups gespaard. Op de kaart hieronder zie je meldingen van natuurliefhebbers op de website waarnemingen.be met locatieaanduiding van (enkel goedgekeurde) waarnemingen tussen 19 mei 1988 en 19 mei 2015. Hoe donkerder rood het vakje, hoe meer eikenprocessierupsen (voornamelijk adulten) er gevonden zijn.

Bron: waarnemingen.be
http://waarnemingen.be/soort/maps/8847?from=1988-05-19&to=2015-05-19&count_ex=0&only_valid=0&only_valid=1&grid=5000&kwart=0&st=&second_specie=

De bestrijding van de rups wordt hoofdzakelijk toegepast vanuit het oogpunt van de volksgezondheid. Indien er hinder is voor de volksgezondheid zullen de nodige maatregelen moeten getroffen worden. Wanneer de rups voorkomt, zowel op openbare plaatsen als in een privétuin, is het aangewezen dat men contact opneemt met de gemeente. Gemeenten die de voorbije jaren hinder ondervonden van de eikenprocessierups, kunnen sinds 12 mei werk maken van een bestrijding. De rupsen bevonden zich dan in het 'derde larvaal stadium', wat erop neerkomt dat ze dan aan bladvraat doen en dat ze stilaan brandhaartjes krijgen. Bladvraat is nodig opdat de rupsen het biologisch bestrijdingsproduct, op basis van Bacillus thuringiensis, goed opnemen. Bestrijding van de rupsen op openbaar domein mag niet eender waar worden toegepast. Na een bespuiting is het verplicht om de bespuiting grondig te evalueren. Indien niet tijdig een actie is ondernomen, kunnen branden of wegzuigen van de nesten nog oplossingen bieden. Tot eind september veroorzaken lege nesten en overgebleven brandharen nog ongemak. In gebieden waar de eikenprocessierups voorkomt, moeten dan ook de nodige voorzorgsmaatregelen genomen worden bij die werken. Contact met de rupsen of de nesten en verspreiding van de brandharen dient voorkomen te worden. Daarom is het raadzaam de werken uit te besteden.

Op het juiste tijdstip de juiste maatregel nemen is belangrijk. Laat je hiervoor informeren door nieuwsbrieven en waarschuwingsberichten. Meer informatie over bestrijding en hinder vind je op www.eikenprocessierups.be.

 

Liesbet Van Remoortere
Proefcentrum voor Sierteelt
Waarnemings- en Waarschuwingssysteem
Schaessestraat 18, B-9070 Destelbergen
T: +32 (0)9 353 94 70 - F: +32 (0)9 353 94 95
E: waarschuwingen@pcsierteelt.be - W: www.pcsierteelt.be