Menu

Terug naar Actualiteit >Bedrijfsvoorheffing seizoenlonen tijdig overschrijven

Alle regio's

Aftrek van lonen is belangrijk voor tuinbouwers die opteren voor een forfaitaire aangifte. We raden je aan je boekhouder of fiscalist te vragen hoeveel bedrijfsvoorheffing je voor 15 januari gestort moet hebben met het oog op je belastingaangifte van eind 2020.

Bron: https://www.boerenbond.be/actualiteit/bedrijfsvoorheffing-seizoenlonen-t...

 

 

Omdat de bedrijfsvoorheffing ten laatste op 15 januari op de rekening van de ontvanger moet staan, raden we je aan om een dag veiligheid in te lassen en de som dus ten laatste 14 januari te storten. Meld ook via de website van Finprof hoeveel bedrijfsvoorheffing je gestort hebt.

Wat de tuinbouwoppervlakte betreft, zijn seizoenlonen aftrekbaar als je ze kunt verantwoorden aan de hand van facturen van loonwerk ofwel met fiscale fiches van helpers, reguliere werknemers of seizoenarbeiders. De forfaitaire lonen vormen een maximumplafond. Voor een beperkte oppervlakte, waarvan wordt aangenomen dat je ze zonder hulp van derden kunt bewerken, kan je geen seizoenlonen aftrekken.

Wat kan je aftrekken?

  • Je hebt een (fictief) loon toegekend aan een helper, bijvoorbeeld aan je inwonende zoon of dochter. Dan moet je een individuele fiche 281.10 opmaken en de verschuldigde bedrijfsvoorheffing storten, die meestal varieert van 0 tot 35%. Voor niet-inwonende helpers is er een fiche 281.50 vereist.
  • Ook wanneer je aan een gelegenheidsarbeider een seizoenloon met een belastingfiche hebt uitbetaald, moet je een fiche 281.10 opmaken. In dit geval moet je 11,11% bedrijfsvoorheffing inhouden en tijdig overschrijven.
  • Wanneer je opteerde voor een seizoenloon zonder belastingfiche, mag je dit loon aftrekken indien je hiervoor tijdig een globale forfaitaire bedrijfsvoorheffing van 20,20% overschrijft.

Voor welke teelten?

Alleen voor de volgende teelten kan je forfaitaire seizoenlonen aftrekken, mits je ze kunt verantwoorden: aardbeien, krieken, kersen (laagstam en hoogstam), pruimen, druiven, bessen (grond en substraat), appelen, peren, witloof, asperges, fijne of grove groenten in de openlucht, groenten in verwarmde of koude serre (grond), plantenkweek, chrysanten, hop, tabak en bomenteelt.