Menu

Terug naar Actualiteit >Uiterste indieningsdatum online Mestbankaangifte 2015: 16 maart!

Alle regio's

Uiterste indieningsdatum Mestbankaangifte: 16 maart!

Aangifteplichtige landbouwers en uitbaters van een bewerkings- of verwerkingseenheid kunnen nog tot en met 16 maart hun Mestbankaangifte indienen via het Mestbankloket (www.mestbankloket.be).

Wie moeilijkheden ondervindt of vragen heeft bij het indienen van die aangifte, kan contact opnemen met de Mestbank via helpdesk.mestbankloket@vlm.be of telefonisch op de volgende nummers:

  • Mestbank Regio West
    • Oost-Vlaanderen: 09 248 56 36
    • West-Vlaanderen: 050 45 91 21
  • Mestbank Regio Oost
    • Vlaams-Brabant: 016 66 52 60
    • Antwerpen: 014 25 83 50
    • Limburg: 011 29 87 91

Voor meer inhoudelijke informatie:
Bart Willaert, diensthoofd Productie
Gulden Vlieslaan 72, 1060 Brussel
Tel:  02 543 73 31
Fax: 02 543 73 98
e-mail: bart.willaert@vlm.be
website: http://www.vlm.be

Wie moet aangifte indienen en wanneer ?

Alle land- en tuinbouwers die ofwel een dierlijke productie hebben van meer dan 300 kg P2O5 ofwel meer dan 2 ha gronden in gebruik hebben ofwel meer dan 50 are groeimedium, moeten een mestbankaangifte indienen. De mestaangifte komt wel niet langer als papieren versie in de brievenbus gevallen. Je kan jouw aangifteplicht vervullen via het digitale mestbankloket (www.mestbankloket.be).

 

De mestaangifte moet je voor 16 maart 2015 indienen via het digitale loket bij de VLM. Je wateraangifte wordt tegen 15 maart bij de VMM verwacht. 21 april 2015 is de indieningsdatum voor jouw verzamelaanvraag. Voor sommigen staat ook nog het integrale milieujaarverslag op het programma. Dat moet ingediend worden voor 15 maart via een digitaal loket (https://imjv.milieuinfo.be/).

Wat is groeimedium en hoe wordt de oppervlakte berekend?
Groeimedium is materiaal in vaste of vloeibare vorm --niet de ‘klassieke’ landbouwgrond-- dat wordt gebruikt als voedingsbodem voor planten. Onder meer de teelt van tomaten op substraat of de teelt van aardbeien op veenbalen vallen hier onder. Maar ook de teelt van sierplanten in potten op worteldoek of de forcerie van witloofwortels in waterbakken vallen onder de noemer ‘teelt op groeimedium’.

De ‘oppervlakte groeimedium’ is de effectieve oppervlakte van het groeimedium inclusief de ruimte tussen de teelten en de rijpaden. Een centrale gang, voor de aan- en afvoer van materiaal, wordt niet meegerekend. Paden voor de verzorging van planten of oogst zijn wel meegerekend. Indien er meerdere lagen boven mekaar voorkomen moeten deze worden opgeteld. Deze optelsom mag dan wel met 10% worden verminderd.

Wat wordt er in de mestaangifte opgevraagd?
Aangezien er geen papieren versie meer bestaat van de mestaangifte zal je alles via het digitale loket moeten invullen. De verschillende 'delen' van de papieren aangifte zoals die vroeger bestond, zal je hier niet meer terugvinden. Je moet als tuinder een 8-tal vragen doorlopen en beantwoorden. Een aantal van deze vragen kan je gewoon met 'nee' beantwoorden. Let zeker op volgende zaken:

  • kijk jouw identificatiegegevens na bij vraag 1;
  • maak bij vraag 2 de keuze welk systeem van bemestingsnormen je in 2014 gebruikt hebt (systeem van werkzame stikstof of het klassieke systeem);
  • geef bij vraag 4 de hoeveelheid kunstmest op die het afgelopen jaar gebruikt werd bij de vollegrondsteelten of in de vollegrondserre;
  • bij vraag 4 moet je ook de eventuele opslag van dierlijke of andere meststoffen op 1/1/2015 aangeven;
  • bij vraag 6 worden de gegevens over het groemedium opgevraagd zoals de samenstelling van het voedingswater, de bruto- en netto-oppervlakte van dit groeimedium, het teeltsysteem en het percentage recirculatie per teelt maar ook de hoeveelheid geproduceerde spuistroom (inclusief de rechtstreekse doorsijpeling) met bijhorende samenstelling, de opslagcapaciteit en de opslaghoeveelheid van deze spuistroom.

 

Met welke aandachtspunten hou je best rekening?

 Opgave gebruik kunstmest in vollegrond
Je moet bij vraag 4 het kunstmestgebruik aangeven hetgeen gebruikt werd voor de vollegrondsteelten. Let op dat je ook de aparte aanduiding voor het gebruik van kunstmest in een vollegrondserre niet vergeet. Immers voor deze teelten mag je (mits te beschikken over de nodige bemestingsadviezen) afwijken van de bemestingsnormen. Indien je dit niet doet gaat de VLM er, onterecht, van uit dat deze gebruikt werden voor buitenteelten. In sommige gevallen kan dan een boete voor overbemesting volgen.

 Opgave gegevens groeimedium
Bij de specifieke vragen voor tuinders met groeimedium moet je onder meer de productie van voedingswater en spuistroom opgeven. Je moet de samenstelling van dit voedingswater in kg N en kg P2O5 op geven. Deze info wordt gevraagd per teelt. Om de VLM toe te laten correcter de nodige opslagcapaciteit te kunnen inschatten, wordt ook het teeltsysteem, de bruto- en netto-oppervlakte van het groeimedium evenals het percentage recirculatie gevraagd.

Verder moet je naast de capaciteit ook de stock en de productie van spuistroom opgeven. Een correcte afzet van deze spuistroom op eigen landbouwgrond of op grond van derden via afzetdocumenten is belangrijk. Als je spuistroom hebt geproduceerd en deze nog niet hebt afgevoerd, dan moet je ook de opgeslagen hoeveelheid spuistroom op 1 januari 2015 met bijhorende samenstelling, uitgedrukt in kg N en kg P2O5, opgeven. Let op: de VLM neemt voor deze samenstelling enkel nog de forfaitaire waarden in aanmerking (zie tabel) ofwel waarden op basis van een analyse van de spuistroom door een erkend labo.

Tabel: forfaitaire samenstelling spuistroom (bron: VLM ‘Normen en Richtwaarden 2014’)

Teelt
N
in kg/ton
P2O5
in kg/ton
Azalea0,070,02
Boomkwekerij0,020,01
Aardbeien0,180,06
Sla0,280,11
Groene en bloeiende planten0,180,05
Rozen0,190,06
Komkommers0,390,08
Paprika0,400,08
Tomaten0,540,10
Aubergines0,490,08
Forcerie Witloog0,100,04
Andere tuinbouwteelten0,500,20

 

 Opslagcapaciteit spuistroom bij permanent overkapt groeimedium
Aantonen dat je als tuinder over voldoende opslagcapaciteit beschikt, heb je in principe al moeten doen. Immers, elke tuinder die beschikt over permanent overkapt groeimedium moest tegen 1 januari 2011 over voldoende opslagcapaciteit beschikken of de nodige alternatieven kunnen voorleggen. Indien er wijzigingen (uitbreidingen) zijn van de aanwezige oppervlakte groeimedium, moet je evenwel een nieuwe berekening maken en de nodige documenten overmaken aan de VLM.

 

 Bemesting ‘groenten’ in 2014
Groentetelers mochten vanaf 1 januari 2013 hun percelen waar groenten behorende tot groep I of groep II (inclusief aardbeien en sierteeltgewassen) geteeld worden (met uitzondering van vroege aardappelen en spruitkool), enkel nog bemesten indien ze zich laten adviseren door een erkend labo, een erkende telersvereniging of een erkend praktijkcentrum.

Hiervoor moesten de tuinder één of meerdere stikstofanalyses laten uitvoeren met bijhorend bemestingsadvies en dit ook opvolgen. Deze stalen moesten in een voor de teelt relevante periode genomen worden en minstens op een tijdstip dat bij de laatste bemesting het advies beschikbaar is.

Het aantal stalen werd bepaald volgens het aantal ha en het aantal percelen waarop deze groenten geteeld werden.

In 2014 zijn er tal van telers die niet voldaan hebben aan deze verplichting. Vele mochten dan ook geen bemesting toepassen voor deze percelen in 2014. In sommige gevallen werden er wel bodemstalen en adviezen verstrekt maar zijn deze bij de VLM nog niet aan de juiste landbouwer gekoppeld. Het labo wist bijvoorbeeld niet de juiste perceels- of landbouwnummer, de seizoenspachter nam de stalen,... . Het is uiterst belangrijk om deze gegevens nu alsnog door te geven aan de VLM.

Blik op het mestjaar 2015
De mestaangifte is ook het ideale moment om vooruit te blikken. De blik is dit jaar spijtig genoeg nog niet helder. De contouren van het nieuwe Mestactieplan tekenen zich wel af maar de concrete uitvoering is voorlopig nog niet duidelijk. Het beleid zal zich wellicht richten op een meer gebiedsgerichte aanpak, op strengere maatregelen in focusgebieden met onvoldoende waterkwaliteit, een meer geïntegreerde bedrijfsaanpak van de bemesting en gerichtere controles en opvolging.

Focusbedrijven d.w.z. bedrijven met meer dan 50% van hun areaal in focusgebied zouden zo een strikter regime opgelegd krijgen voor het uitrijden van mest, voor het nitraatresidu en het inzaaien van vanggewassen. Vrijstelling hiervan zou mogelijk worden a.h.v. goede nitraatresidu´s. Deze nitraatresidu´s zouden ook een belangrijk instrument blijven in het nieuwe actieplan.

Bij het vastleggen van de P-bemestingsnormen zal de fosfaatbeschikbaarheid in de bodem wellicht een rol gaan spelen. De Europese Commissie is immers bezorgd over de fosforverontreiniging in de Vlaamse waterlopen.

De concrete impact op jouw bedrijfssituatie zal dan ook pas in de loop van 2015 duidelijk worden.

Laat je adviseren!
Het is inmiddels genoegzaam bekend dat de mestreglementering er niet eenvoudiger op wordt. Hou de nieuwigheden van MAP5 in 2015 goed in de gaten. Laat je zeker ter zake grondig en goed adviseren. Beperk deze ondersteuning ook niet tot een eenmalige gebeurtenis, maar doe dit ook regelmatig gedurende het jaar. Zo voorkom je onaangename verrassingen!