Menu

Een serre moet simpel en betrouwbaar zijn

Terug naar Actualiteit >
Alle regio's

Een planner, een boekhouder en een rekenaar, zo typeert Piero Vandeputte uit Deerlijk zich als bedrijfsleider van boomkwekerij Vandeputte, gespecialiseerd in sierheesters en coniferen. De nieuwe serre past in die plannen om een gestroomlijnd en eenvoudig te managen bedrijf uit te bouwen. Betrouwbaarheid en eenvoud waren bij de nieuwe serre het uitgangspunt.

 

 

Want complexiteit, die is er al vanzelf op een bedrijf waar meer dan 1200 soorten sierheesters en coniferen worden geproduceerd, allemaal in potjes van p9. “Mijn leven zou er wellicht heel wat rustiger uitzien mochten we ons beperken tot tien soorten op een bedrijf van enkele hectare. Maar onze sterkte is net de diversiteit van ons assortiment. Kwekers weten dat ze bij ons heel veel kunnen vinden.”

Sterkte in assortiment

En die kwekers vinden vanuit zo’n 20-25 landen hun weg naar Deerlijk. Slechts een vijfde van de kleine plantjes is voor België en Nederland bestemd; de rest gaat over heel Europa. Onder meer in Berberis en Hydrangea heeft het bedrijf veel soorten, al wil Piero zich niet laten vastpinnen op enkele plantennamen. “Momenteel stekken we zo’n 6,5 miljoen stekken per jaar. Maar van heel veel soorten stekken we tussen de 2000 en 5000 planten. Ik gok dat we slechts van 15 soorten meer dan 50.000 planten stekken.” 70% van de planten worden uitgeleverd tussen 1 maart en 15 mei.

 
Bij de eigen leest

93% van het uitgangsmateriaal bestaat uit stekken, allemaal afkomstig van eigen moederplanten, gelegen rond de hoofdzetel in Deerlijk. Slechts een klein deeltje komt nog uit zaaigoed of in vitro. “We blijven als schoenmaker liefst bij ons eigen leest. Invitrovermeerdering is maar rendabel bij grote partijen en lukt ook niet voor alle soorten even goed. Wij hebben even goed partijen met meer uitval, maar dat nemen we erbij. Met de grote diversiteit aan soorten kunnen we ook onmogelijk voor alle soorten helemaal perfect doen. Het is altijd wat zoeken naar een gulden middenweg.”

Prijs in handen

Omdat er maar heel weinig op voorhand verkocht wordt, is het geen ramp als één bepaalde partij in aantallen onder de verwachting blijft. “Als je iets niet staan hebt, kan je het niet verkopen. Ik ben geen warme minnaar van veel verkopen op voorhand. Ik hou graag de prijs in handen op basis van vraag en aanbod. Ik neem daarbij de goede jaren met de slechte jaren. Al zal ik nooit verkopen aan dumpingprijzen, ik ken mijn kostprijs. Als ik zie hoe sommige teelten die occasioneel minder lopen op de markt worden gedumpt, denk ik dat niet iedereen altijd even goed met die kostprijsberekening bezig is.”

Veel handen

Het grootste onderdeel van die kostprijs zijn de handen om aan die planten te werken. Vandeputte heeft
11 mensen vast in dienst. In piekperiodes kan dat oplopen tot 45 of 50 personen. “Wij steken heel veel werk in ons eindproduct. We snijden veel terug om een goed vertakt product te kunnen aanbieden. Ook onkruid wieden gebeurt nog veel manueel om zo vertraging door herbiciden te vermijden. Het groeiseizoen is daarvoor immers te kort. Veel producten vertrekken al vier maanden na het uitplanten.”

Vooral eenvoud

De nieuwe serre van bijna 2 ha is er gekomen om de bedrijfsvoering verder te stroomlijnen. Het oorspronkelijk stekbedrijf te Wielsbeke was het resultaat van uitbreiding na uitbreiding over de jaren heen, met diverse verschillende teeltmethodes als gevolg. In de nieuwe serre wilde Piero vooral eenvoud. De nieuwe serres bestaan uit twee nagenoeg even grote delen. Het eerste deel bestaat uit een steekserre met grondverwarming onder lava, waarboven de stekken in tunnels kunnen wortelen. Het tweede deel is een afhardingsserre op beton, verwarming gebeurt er met warme lucht. Vooraan het nieuwe gedeelte bevindt zich nog een ruime werkruimte van 1000 m2 waar de stekken versneden en gestekt worden, en waar ook ruimte is voor de stookinstallatie, frigo, beregeningsinstallatie en refter.

Klaar voor elk klimaat

“Ik wil geen hoogtechnologische serre, maar vooral een betrouwbaar systeem. Op zomers warme dagen wil je dat alles werkt. Als de ramen een half uur niet openkunnen of als de bevochtiging een half uur niet werkt, kan dat catastrofaal zijn.” Het gaat om een serre met polyventilatie van Vermako, waarbij beide delen van de dakverluchting onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen. Elke kap heeft een aparte motor om de dakvensters open en dicht te laten gaan, net om de bedrijfszekerheid ervan te garanderen. Een softwareprogramma dat op maat werd geschreven bepaalt op basis van windrichting en windsnelheid hoe ver de ramen open mogen. “Er bestaat uiteraard kant-en-klare klimaatsoftware, maar die zijn voor onze behoeften nodeloos uitgebreid en complex. Met wat we nu hebben kunnen we flexibel werken.”

Lagedrukbevochtiging

Het gaat om een serre met dubbele folie met tussenin een isolerende luchtlaag. Schermdoeken zijn er niet, tafels evenmin en ook een fogsysteem ontbreekt. “Iedereen werkt volgens het systeem dat hem of haar het beste past. Ik wou back to basics. In de kweekafdeling staan de planten allemaal onder tunnels, waarin de temperatuur door bodemverwarming en luchtvochtigheid via bevochtigers uiteraard wel van nabij opgevolgd kunnen worden.” In de afhardingsafdeling is er enkel luchtverwarming. Lagedrukbevochtigers garanderen het juiste vochtigheidspercentage in de tunnels. “Ik wou geen hogedrukbevochtigers meer. Door met lage druk te werken is de benodigde pompinstallatie veel kleiner. Beide afdelingen hebben een eigen pomp, maar ze kunnen ook als back-up inspringen voor elkaar. De bevochtiging bijsturen duurt ook maar 10-15 seconden. Door niet alle tunnels tegelijkertijd te bevochtigen, is er eveneens minder pompdebiet nodig.” In de serre zelf kan er ook nog beregend worden.  Al het water wordt gerecupereerd. Op de vijver ligt er een doek tegen de vorming van algen. Op vlak van verwarming blijft Piero zweren bij mazout als brandstof. Door het moment van inkoop te kunnen kiezen kiest Piero ook hier voor (prijs)zekerheid. Een stroomgroep zorgt nu al voor een stuk begieting van de buitenvelden en is op die manier altijd een bedrijfszekere back-up voor de elektriciteit in de serres.

In de buurt blijven

“Ik ben nooit het type geweest dat in zomerse dagen onbezorgd naar de andere kant van het land trok. Ook met de monitoring via smartphone en de alarmsystemen die er bestaan zorg ik dat ik op de echt hete dagen snel op het bedrijf kan zijn, of dat minstens een van mijn medewerkers dat kan. De nieuwe serres bieden het voordeel van de eenvoud, omdat alles van nul is opgebouwd. Dat maakt het opvolgen van en ingrijpen in het klimaat door medewerkers eenvoudiger, waar vroeger maar weinig mensen alles in de vingers hadden. Maar zelfs met de nieuwe serre waar alles nog nieuw is, alle veiligheden en back-ups zijn ingebouwd, denk ik dat ik deze zomer vooral in de buurt blijf”,  besluit Piero. Want zelfs met een goede planning en nieuwe serres, is goede opvolging van nabij nog altijd de essentie van het planten kweken.

 

Sierteelt&Groenvoorziening nr. 05/2022