Menu

Evolutie in veldbloemenmengsels

Terug naar Actualiteit >
Alle regio's
Alle sectoren

In Vlaanderen worden steeds meer bloemenweiden aangelegd. De redenen voor deze expansie zijn van uiteenlopende aard: enerzijds speelt het esthetische aspect een belangrijke rol, anderzijds is de stijgende interesse voor biodiversiteit een bepalende factor. Er zijn inmiddels verschillende producenten op de markt die bloemenmengsels aanbieden. In de meeste gevallen bepaalt de opdrachtgever welke bloemen op zijn perceel gezaaid mogen worden.

 

Geur en Kleur

De gustibus non disputandum est. Over smaak moet je niet discussiëren. Wie zijn keuze laat bepalen door esthetische voorkeuren, sluit de discussie over het arsenaal veldbloemen dat op zijn terrein zal floreren. Je kan bijvoorbeeld louter op kleur kiezen. Gesteld dat een tuineigenaar een uitsluitend blauwe zee van bloemen wil zien verschijnen, dan zal een mengeling van blauwe korenbloem, bosliefje, jacobsladder, perzikbladklokje, komkommerkruid, en slangenkruid volledig aan zijn verwachtingen beantwoorden. Soortgelijke combinaties kunnen gemaakt worden voor andere kleuren of kleurenmengsels. Ook de geur is medebepalend: tuineigenaren houden van de frisse, zomerse geur van bloeiende bloemen.

Biodiversiteit wint aan terrein

Een trendverschuiving is merkbaar. De aandacht die geschonken wordt aan biodiversiteit, is zeer goed voelbaar in de vraag naar bepaalde veldbloemencombinaties. De wetenschap dat specifieke bloemen vlinders, bijen, libellen en andere insecten aantrekken, wordt een leidraad bij de keuzebepaling. Hierdoor worden de geur en de vorm van de plant belangrijker dan de kleur. Bijkomende factoren zijn de bloeitijd, hoogte en het meerjarig karakter van de planten.
Niet alleen de wensen van de tuineigenaar, bijen en vlinders bepalen de juiste keuze. Ook de locatie, bodem en weersomstandigheden dragen bij aan de beslissing of een mengeling wel of niet geschikt is. Een omgevingsonderzoek kan bijdragen tot een succesvolle keuze. Heel concreet wordt dit gedaan door na te gaan welke velbloemen terug te vinden zijn in de nabijgelegen wegbermen en op braakliggende percelen en onaangeroerde terreinen in de buurt. Uit de fauna die men daar kan waarnemen, zal een selectie gemaakt worden. Een perceel kan begroeid zijn met: brandnetels, distels, hanenpoot, klaproos, kamille, margriet, goudsbloem en wilde marjolein. Aangezien het om spontane begroeiing gaat, wordt ervan uitgegaan dat voornoemde planten het zeer goed doen in die specifieke omgeving. Om een tot een definitieve, klantgerichte mengeling te komen, zullen de distels, brandnetels en hanenpoot niet mee opgenomen worden in de selectie. De slaagkansen bij projecten die volgens deze procedure worden aangelegd, zijn zeer groot. De succesgarantie zal afnemen bij een afwijkende bodemgesteldheid of waterhuishouding. In dat geval zal een voorafgaande, doelgerichte bodembewerking noodzakelijk zijn.

Het kan er wild aan toegaan

Het inzetten van bloemenvelden om de biodiversiteit naar een hoger niveau te brengen is niet nieuw. Dergelijke projecten worden al sinds enkele decennia uitgevoerd. Waar men zich tot voor kort toespitste op het aantrekken van bijen, vlinders en andere nuttige insecten, zet de trend zich door naar klein wild en vogels. Ofschoon niet iedereen hier tevreden mee is - vooral uit vrees voor vraatschade - komt het toch vaker voor dat men gaat trachten konijnen, hazen, patrijzen, …  aan te trekken. Jachtliefhebbers moedigen deze evolutie uiteraard aan. Bepalend in een dergelijke bloemenselectie is de aanwezigheid van knollen, zaden en vruchten. Rapen, radijzen, ramenas, boekweit, zonnebloem, …  Zulke mengsels vormen als het ware onuitputtelijke voedselweiden voor wild en gevogelte.
Inzetten op biodiversiteit is één ding. Ongewenste dieren aantrekken kan echter onaangename gevolgen hebben. Het is allerminst raadzaam om in een stedelijke omgeving een uitgebreid assortiment knolgewassen zoals rapen, pastinaak, ramenas en dergelijke te kweken. Het zou een smulparadijs voor ratten worden, wat ongetwijfeld niet de bedoeling is. Het is nooit een slecht idee om het tuingedeelte waar de bloemenweide ligt op een respectabele afstand van de voor – en achterdeur of terras te lokaliseren. Het kan niet de bedoeling zijn om klein wild, gevogelte en insecten naar de woning te lokken. Waar de vraag zich opdringt om toch een bloemenveld in te zaaien in de nabijheid van de woonst, moet men doordacht te werk gaan. Een mengsel van bloemen die louter bijen en vlinders aantrekken zal minder nadelige gevolgen hebben dan een arsenaal knollen, waar knaagdieren zich graag aan te goed komen doen.
Het aanleggen van een bloemenveld vergt enige plantenkennis. Waar er vroeger slechts enkele mooie, kleurige mengelingen op de markt waren, bestaat er nu een ontzettende waaier van mogelijkheden. Als tuinaanlegger dien je je er bewust van te zijn dat niet alle composities even onschuldig zijn.  Neem de locatie in de tuin en in de ruimere omgeving mee in je afweging welke mengeling geschikt is. Het is de kunst om de juiste bloemen op de juiste plaats te zaaien en op die manier te vermijden dat er naderhand onaangename ‘bijverschijnselen’ de kop opsteken.