Menu

Terug naar Actualiteit >Geïntegreerde gewasbescherming: meer dan ooit!

Alle regio's

Sinds 1 januari 2014 dienen alle land- en tuinbouwers de gewasbescherming in hun teelten uit te voeren volgens de regels opgenomen in de IPM-richtlijnen. Deze sectorspecifieke eisen vormen een meerwaarde voor elk  bedrijf, ook voor de sierteelt!

 


 

IPM staat voor ‘Integrated Pest Management’ en laat zich vertalen als ‘geïntegreerde gewasbescherming.’ Het Departement Landbouw en Visserij beheert deze IPM-richtlijnen voor Vlaanderen. In nauw overleg met de verschillende subsectoren wordt de inhoud van de specifieke IPM-richtlijnen continu opgevolgd, geëvalueerd en waar nodig aangepast. De actuele versie van de IPM-richtlijnen kan je steeds raadplegen op de website van het Departement (www.lv.vlaanderen.be > ‘Praktijkgids gewasbescherming’).
De IPM-richtlijnen zijn sectorspecifiek beschikbaar voor akkerbouw, fruitteelt, glasgroenten, ruwvoeders, openluchtgroenten en sierteelt.

Basisprincipes
De doelstelling van IPM is dat de gewasbescherming van teelten ‘beredeneerd’ aangepakt wordt.  Gewasbescherming wordt (veel) ruimer gezien dan enkel en alleen het toepassen van een chemisch gewasbeschermingsmiddel wanneer een ziekte of plaag uitbreekt. Chemische gewasbescherming maakt zeker nog onderdeel uit van IPM, maar dan wel als laatste optie en uitgevoerd volgens de goede landbouwpraktijken. Bij IPM wordt al over gewasbescherming nagedacht vanaf het moment dat beslist wordt een bepaalde teelt op te starten. De verschillende stappen worden laten zich als volgt samenvatten: 

  • Voorkom in plaats van te genezen. Preventie en hygiënemaatregelen helpen onheil voorkomen bij opstart van de teelt en tijdens het teeltverloop.
  • Monitor je planten. Als je wil weten, moet je kijken. Controleer op regelmatige basis het gewas op aanwezigheid van mogelijke schadeverwekkers.
  • Behandel pas wanneer nodig, en dus wanneer een zekere economische schadedrempel overschreden is. Bij  sierplanten kan deze schadedrempel ook esthetisch zijn.
  • Chemische bestrijdingsmethoden vormen de laatste optie. Ga de mogelijkheden na van biologische en/of fysische bestrijdingsmethoden.
  • Ga voor een efficiënte bestrijding met zo weinig mogelijk neveneffecten. Kies voor een bestrijdingsmethode die zo weinig mogelijk schade doet aan bijvoorbeeld bijen, natuurlijke vijanden en niet-doelwit organismen in het algemeen.
  • Beperk bestrijdingsmiddelen tot een noodzakelijk niveau. Bereken de dosering en het spuitvolume correct. Pas dit vervolgens zorgvuldig toe en hanteer een passend management van het rest- en spoelwater.
  • Doe aan resistentiebeheersing. Dit kan je bereiken door onder andere het respecteren van de dosis. Wissel ook af tussen producten met een verschillende resistentiecode bij opeenvolgende behandeling van éénzelfde schadeverwekker.
  • Registreer. Noteer wat, waarom, hoe, door wie, wanneer en waar gespoten werd onder welke omstandigheden.

 

Bodemanalyse als basis
Het mag duidelijk zijn dat deze richtlijnen ook voor siertelers een belangrijke leidraad en meerwaarde kunnen
betekenen voor de gewasbeschermingsmaatregelen die zij uitvoeren in hun teelten. Zo is het bijvoorbeeld bij 
de opstart van een nieuwe teelt interessant toch even stil te staan bij de bodemkwaliteit en –vruchtbaarheid. Zijn alle nutriënten in voldoende mate en in de juiste verhoudingen aanwezig? Hoe zit het met de pH (zuurtegraad)?
Dient er extra bekalkt te worden, rekening houdende met de  pH-vereisten van de voorziene plantsoorten?
Moet het organische stofpercentage omhoog? Allemaal vragen die een bodemanalyse dubbel en dik rechtvaardigen.

Preventie en hygiënemaatregelen
Onder preventie en hygiënemaatregelen vallen nog heel wat andere aanbevelenswaardige voorbeelden. Zo kan
je de bodemwaterhuishouding optimaliseren door het breken van storende lagen of het aanbrengen van drainage. Vertrekken van gezond plantmateriaal lijkt een vanzelfsprekendheid, maar is en blijft een belangrijk aandachtspunt. Je kan gericht kiezen voor soorten en/of cultivars die toleranter zijn tegen bepaalde schadeverwekkers. Tijdens teelthandelingen zoals het snoeien is het aangeraden om het materiaal regelmatig te ontsmetten. Overdenk ook de behandelingsvolgorde: aanplantingen die mogelijk aangetast zijn behandel je  beter als laatst, dus van gezond naar (mogelijk) ziek. In de strijd tegen plagen kan je nuttigen bevorderen. Natuurlijke vijanden zoals sluipwespen, zweefvliegen, gaasvliegen, lieveheersbeestjes kan je een handje helpen door de aanplant/uitzaai van passende plantensoorten en/of het voorzien van nodige nest- en schuilplaatsen. 

Waarnemings-en waarschuwingssysteem
Boomtelers kunnen zich wat monitoring betreft, laten bijstaan door het ‘Waarnemings- en waarschuwingssysteem boomkwekerij, tuinaanleg en openbaar groen’ van het Proefcentrum voor Sierteelt. Voor heel wat belangrijke ziekten en plagen in verschillende sierplantsoorten volgt W&W de ontwikkeling op. Eenmaal een bepaalde schadeverwekker ergens in Vlaanderen zich begint te manifesteren, stuurt W&W een waarschuwingsbericht uit naar de aangesloten leden, telers en groenvoorzieners. Dit is het signaal voor de leden
om ook in hun teelten/aanplantingen waakzaam te zijn voor de betrokken schadeverwekker. Dergelijke manier
van werken zorgt ervoor dat telers/groenvoorzieners aandachtiger zijn en uitbraken van ziekten en plagen vlugger opgemerkt worden zodat ze in een vroeger stadium aangepakt worden, wat de bestrijdingsefficiëntie 
zeker ten goede komt …

Zorgvuldig omgaan met fyto
Voor het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen zijn in de IPM-richtlijnen enkele vereisten opgenomen. Deze specifieke vereisten zijn ook - los van hun opname in de IPM-richtlijnen - wettelijk verplicht. Een voorbeeld hiervan zijn de vereisten voor iedere gebruiker van professionele gewasbeschermingsmiddelen. Zo moet je bij het vaststellen van een quarantaine-organisme (bijvoorbeeld bacterievuur), de desbetreffende 
regelgeving volgen (onder andere de meldingsplicht FAVV). Er zijn de regels over het correct opslaan en beheren van gewasbeschermingsmiddelen.
Bij het toepassen van  gewasbeschermingsmiddelen moet je gebruik maken van een gekeurd spuittoestel conform de wetgeving. Deze driejaarlijkse FAVV-keuring geldt voor alle spuittoestellen die niet in hun geheel gedragen kunnen worden of toestellen die meer dan twee spuitdoppen bevatten. Lege fytoverpakkingen (incl.  zegels) moet je reinigen, beheren en inleveren bij AgriRecover.
De Vlaamse overheid heeft ervoor gekozen het toezicht op het volgen van de IPM-regelgeving te laten gebeuren binnen het Vegaplan-kader. Bij toepassing van gewasbeschermingsmiddelen op terreinen buiten land- en  tuinbouwgebruik moet je de spuitvrije bufferzone van zes meter ten opzichte van het oppervlaktewater respecteren. Vanzelfsprekend moet je gewasbeschermingsmiddelen gebruiken overéénkomstig de bepalingen opgenomen op hun etiket (dosis, behandelingsfrequentie, bufferzones, schadeverwekker, teelten, ….). Ook de
registratie van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is verplicht, zoals hierboven reeds aangegeven.

Handhaving
De regelgeving rond IPM (Besluit Vlaamse Regering van 5 december 2014) stelt duidelijk dat iedere professionele gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen dit dient te doen overeenkomstig de IPM-richtlijnen die in het kader van deze regelgeving vastgelegd worden. De Vlaamse overheid heeft ervoor gekozen het 
toezicht op het volgen van de IPM-regelgeving te laten gebeuren binnen het Vegaplan-kader. Land- en  tuinbouwers die over een fytolicentie beschikken dienen zich aan te melden bij een OCI (Onafhankelijke Controle
Instelling).
De komende maanden zal het Departement Landbouw en Visserij een controle opstarten waarbij zal gekeken 
worden of de houders van een fytolicentie P2/P3, die geregistreerd staan als land- of tuinbouwer bij de Vlaamse overheid, zich effectief al aangesloten hebben bij een OCI.
Bedrijven waar dit nog niet het geval is, zullen een brief ontvangen waarin gevraagd wordt om deze aansluiting
voor een voorziene datum te realiseren.