Menu

Terug naar Actualiteit >Geen rechtstreeks verband tussen bestrijding buxusmot en mezensterfte gevonden

Alle regio's
Alle sectoren

Verontruste leden van Velt en Vogelbescherming Vlaanderen vroegen zich af of er een link kon gelegd worden tussen het bestrijden van de buxusmotrups en de sterfte van mezenjongen. Het Citizen science-project ‘SOS mezen’ vond hiervoor alvast geen direct bewijs.

 

 

 

Met als titel ‘SOS mezen’ werd in het Citizen science-project duidelijk de link gelegd met sosbuxusmot.be, een onderzoeks- en voorlichtingsproject rond het monitoren en beheersen van de buxusmot. Ook in de oproep naar burgers om dode mezenjongen te verzamelen voor analyse werd de hypothese dat (chemische) bestrijding van de buxusmotrups leidt tot meer sterfte van mezenjongen meermaals geopperd.

Geen ja-nee antwoord

“We wisten echter op voorhand dat we met dit project daarop geen ja-nee antwoord zouden kunnen geven. We wilden in de eerste instantie meten of er überhaupt residuen van pesticiden terug te vinden zijn in mezenjongen”, aldus Geert Gommers, expert pesticiden bij Velt.

In totaal ontvingen Velt en Vogelbescherming Vlaanderen 1.101 aanmeldingen van dode mezenjongen uit Vlaanderen en Brussel. 95 nesten met dode kool- en pimpelmeesjongen werden geanalyseerd.  Het gaat telkens om nesten waarvan er een vermoeden van gebruik van gewasbeschermingsmiddelen was in de nabijheid van de nestkast.

Historische vervuiling

Van die 95 onderzochte en verdachte nesten, waren er 91 nesten waarin effectief gewasbeschermingsmiddelen teruggevonden werden. Zo vonden de onderzoekers in 89 van de 95 onderzochte nesten sporen van DDT.  Dat is een middel dat sinds 1974 verboden is in België, maar dat nauwelijks afbreekt in de natuur. Historische vervuiling dus.

In totaal werden in de 95 nestjes 36 verschillende gewasbeschermingsmiddelen gevonden. Onder die 36 middelen, slechts 3 stoffen die onder meer gebruikt worden in de bestrijding van de buxusmot. In 88% van de nesten met dode mezenjongen, werd geen enkel middel gevonden dat gebruikt wordt voor de bestrijding van de buxusmotrups. 

 

In 88% van de nesten met dode mezenjongen, werd geen enkel middel gevonden dat gebruikt wordt voor de bestrijding van de buxusmotrups. 

 

Andere oorzaken

Voor alle 36  gevonden middelen ging het om zeer minieme hoeveelheden, ver verwijderd van de limiet die als dodelijk wordt gezien voor de helft van de dieren (LD 50). Ook Velt stelt op basis van dit onderzoek niet te kunnen concluderen of er al dan niet een effect is. Andere gekende oorzaken van mezensterfte zijn bijvoorbeeld weersomstandigheden en seizoenseffecten, een schaars voedselaanbod of predatie door katten. De aanwezigheid van katten in woonwijken zou een van de verklaringen zijn waarom mezen het er minder goed doen dan in natuurgebied.

Fijnwerkend

De verscheidenheid in gevonden actieve stoffen is niet per definitie slecht nieuws. In vergelijking met het DDT-tijdperk maken telers nu veel meer gebruik van erg gerichte, fijnwerkende middelen die beantwoorden aan de strengste Europese en Belgische normen. Op die manier beschermen ze zoveel mogelijk nuttige insecten, en werken ze volgens de principes van de geïntegreerde teelt. Eén van de daarin voorgeschreven principes voor een duurzame gewasbescherming is net het afwisselen van producten uit verschillende resistentiegroepen.