Menu

Terug naar Actualiteit >Hemelwater sparen wordt alleen maar belangrijker

Alle regio's
Alle sectoren

Het is de vraag van één miljoen: zal er ook in de toekomst nog genoeg water uit de lucht vallen om onze planten en bomen van voldoende kwalitatief water te voorzien? Wie nog de ruimte heeft, kiest steeds vaker voor een omvangrijk waterbassin. Vooruitkijken is de boodschap, want net als de regen, laat de goedkeuring van de vergunning soms lang op zich wachten.

 

 

Ondanks alle satellieten, computerkracht en weermodellen laat neerslag zich nog steeds moeilijk voorspellen, zeker als je verder wil kijken dan een paar dagen. Intuïtief lijkt het alsof er vroeger meer regen viel en er meer wateroverlast was. De laatste jaren lijken dan weer kurkdroog. Dat is echter maar de halve waarheid. Op jaarbasis bekeken stijgt de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid neerslag licht, met zo’n 5 mm extra per  decennium. Dit blijkt vooral zo voor de winterhelft te gelden. Voor de andere seizoenen verandert de neerslag  niet of nauwelijks. Het aantal neerslagdagen vertoont over de jaren en over de seizoenen heen een eerder  golvend patroon. De droge jaren 2017, 2018, 2019 en de eerste helft van 2020 zou je met enige goede wil nog  als toeval kunnen beschouwen.

Van neerslag naar neerslagtekort

Maar een ander beeld verschijnt als je naar de statistieken van het neerslagtekort kijkt. Het neerslagtekort is het verschil tussen de neerslag en de potentiële verdamping. Aanbod en vraag, zo je wil. Het neerslagtekort is een indicator voor droogtestress bij  planten. Dat neerslagtekort wordt berekend over het volledige groeiseizoen, van april tot en met september. Hier tekent zich sinds begin de jaren ’80 al een onmiskenbare stijging af. Om jaarsinvloeden te matigen, wordt dit vijfjaarlijks bekeken. Voor de periode 2015-2019 steeg het gemiddelde
neerslagtekort vlot boven de 200 mm, een situatie die zich sinds 1905 nog nooit eerder heeft voorgedaan.

Voorspellingen van experts stellen dat neerslag in de toekomst meer seizoensgebonden zal vallen, met nattere winters en drogere zomers. Voor 2100 wordt een daling tot -50% van de regen in de zomer voorspeld en een stijging van +38% in de winter.  Neerslag op jaarbasis zegt dus lang niet alles.

Hoe groter hoe beter

De les die we uit deze statistieken en voorspellingen kunnen trekken is dezelfde als diegene die veel telers al
op basis van hun ervaring en buikgevoel hebben getrokken: Meer regenwateropvang is nodig. Marijke Dierickx
van het PCS, adviesdienst water, zag vooral de voorbije jaren het aantal vragen naar waterberging toenemen.
Met als veelgestelde vraag: Hoe groot moet mijn waterbassin zijn. “Het is een vraag waar geen eenduidig antwoord op te geven is”, aldus Marijke Dierickx. “Het hangt van zo veel factoren af zoals welke teelt, koude of warme teelt, hydrocultuur, …. Het is een berekening die we telkens samen met de teler maken.” Al is er wel één gouden regel: Hoe groter, hoe beter. Want de kwaliteit van regenwater is en blijft ongeëvenaard ten opzichte van de alternatieven.

Niet ontsmetten is een risico

Hergebruik van drainwater is zo’n alternatief. Een deel van de telers begon met enige aarzeling – en vooral onder dwang van het Mestdecreet uit 2011 – aan het opvangen en recirculeren van drainwater. Ondertussen is de consensus dat dit een waardevol alternatief is, dat toelaat om heel wat water te besparen. In de praktijk gaat het in heel wat gevallen goed, zelfs zonder ontsmetting. Al is het toch niet helemaal zonder risico, waarschuwt
Dierickx. “Het kan jaren goed gaan, maar bij warm, zwoel weer, kunnen schimmels plots toeslaan. Ontsmetten
is een bijkomende kost, maar bij schimmelgevoelige teelten zoals Rhododendron, Taxus of azalea kunnen
schimmels in korte tijd veel schade berokkenen. Wat we zien is dat telers met een gemengd assortiment stoppen met de teelt van een gevoelige soort, om op die manier het risico terug te dringen.” Ook putwater is een  veelgebruikt alternatief, al is een goede waterkwaliteit geen evidentie. Natrium, chloor, sulfaten, ijzer, … kunnen indien sterk aanwezig de groei van de planten beïnvloeden. De waterkwaliteit van putwater is vaak erg regionaal gebonden. “Hoe dan ook geldt voor zowel recirculatiewater als putwater dat je goed moet weten wat erin zit, om hier je bemesting op aan te passen. Hemelwater laat zich nog altijd het makkelijkste bijsturen”, aldus Dierickx.

Zelfspoelende filters

Het is ook iets wat de praktijk vertelt. Installateur van waterinstallaties Patrick Lagaet uit Lochristi ziet dat de meeste siertelers wel ingespeeld zijn op de droogte. “Maar naarmate de droogteperiode langer duurt en er meer andere bronnen gebruikt worden, zakt de kwaliteit. Dat kan een invloed hebben op de planten, maar ook op de filters die vlugger verstopt raken. Het maakt zelfspoelende filters populairder.” Ook hij ziet hoe de aanleg van  grote waterbassins een vlucht vooruit neemt. “Bassins van 10 miljoen liter zijn geen uitzondering meer. Al moet je er wel de plaats voor hebben, en dat is voor een aantal bedrijven op een minder ideale locatie toch een probleem.” Collega Johan Van de Steene van wateropslagspecialist JoKri uit Zaffelare bevestigt, en ziet door die toegenomen schaalgrootte een verschuiving van watersilo’s naar ingegraven waterbassins.
“Watersilo’s bestaan tot een opslagcapaciteit van 2 miljoen liter. Maar bij al wat groter is dan 1 miljoen liter, zijn waterbassins vaak goedkoper. Silo’s worden wel nog gezet voor de opvang voor drainwater.”

Wachten op een vergunning

Naast de fysieke plaats, ziet Van de Steene een nog grotere uitdaging: de vergunning. “We zijn nu bezig met de constructie van een waterbassin van 19 miljoen liter. Het traject van prijsaanvraag tot realisatie heeft bijna twee jaar geduurd, door het lange vergunningstraject. Alle overheden zijn voor meer wateropslag, maar siertelers die vooruit willen, kunnen niet.” Vooral het gebrek aan uniformiteit stoort. “De procedure kan verschillen van gemeente tot gemeente. Sommige gemeenten geven een akkoord binnen de maand. Andere gemeenten willen een groenzone, vinden het bassin te hoog, willen eerst komen kijken, …. Ook protesterende buren kunnen soms voor vertraging zorgen.”

Water sparen

Het PCS heeft al heel wat onderzoek uitgevoerd rond wateropvang en hergebruik. Bijkomend lopen er onderzoeken naar onder andere droogteresistente variëteiten, pot-inpotsystemen, afdekmaterialen die
verdamping beperken, specifieke meststoffen, bodemverbeterende middelen en super absorberende waterpolymeren. Het zijn opties die zeker kunnen helpen, maar de nood aan kwalitatief en voldoende water zullen ze nooit kunnen vervangen.