Menu

50 jaar AVBS: het eerste presidium

Terug naar Actualiteit >
Alle regio's

Het vijftigjarig jubileum van AVBS was een gelegenheid om in de geschiedenis te duiken van onze organisatie. We deden dat door oude nummers van Verbondsnieuws te doorbladeren, de voorganger van jouw maandelijkse S&G, maar ook door te gaan spreken met mensen die het hebben meegemaakt. Voor de oprichting van AVBS zelf gingen we luisteren naar de verhalen van Maurice Van Nieuwerburgh, die tot 1993 secretaris was en Yvan De Wulf, die van 1990 Tot 2000 Algemeen voorzitter was van AVBS.

 

De oprichting van AVBS kadert in de grondige hervorming die Boerenbond doorvoerde in 1971. De nieuwe ‘Grondkeure’ voorzag dat oude parochiale gilden werden vervangen door een dubbele structuur, met naast de zuivere beroepsorganisatie de landelijke beweging (Landelijke Gilden, KVLV (nu Ferm) en KLJ). Binnen de beroepsorganisatie werden de bedrijfsgilden verantwoordelijk voor lokale belangenbehartiging en voorlichting. Daarnaast werd ingespeeld op de toenemende specialisatie in de landbouw door vakgroepen per sector op te richten. “De voorzitter van de Boerenbond wilde zo meer verantwoordelijkheid leggen bij het beroep”, vertelt Ivan De Wulf. “In die jaren werden de vergaderingen van het Verbond van Bloemisten voorgezeten door Etienne Stautemas.” Etienne was tuinbouwconsulent bij de Boerenbond. Hij verrichtte heel wat veldwerk voor de organisatie, trok zich de kleine bloemisten aan, en werd later ook voor de BVO in Wetteren, de voorloper van het PCS. Na zijn pensioen bleef hij nog begoniatapijten ontwerpen. In de verslagen van die jaren is het opvallend hoe veel rond promotie en tentoonstellingen gewerkt werd.

Het Verbond van Bloemisten

Het Verbond van Bloemisten liep al voor op die herstructurering. Het werd gesticht op 26 april 1929 en moest als tegenhanger fungeren voor de Syndikale Kamer van Belgische Hofbouwkundigen, die al werd opgericht in 1880.. Het kreeg ondersteuning van de Belgische Boerenbond. Prosper Vandendael van de Boerenbond werd de eerste voorzitter. Hij zou dat dertig jaar blijven. De Syndicale Kamer was veel ouder dan het verbond, maar in de jaren zeventig begon die invloed wat te tanen. Dat kwam volgens Ivan vooral omdat sommige zoons van gevestigde exportbedrijven te weinig gericht waren op hun beroep. “Ze reden met MG’s en kenden enorm goed hun weg in Knokke.”

Het Verbond overkoepelde bloemistengilden, die zich vooral rond Gent concentreerden. Er waren ook enkele bloemistengilden in West-Vlaanderen en Antwerpen. “Die herstructurering was gestoeld op het Verbond van Bloemisten”, herinnert Ivan zich. “Er was in de loop der jaren ook een kas opgebouwd, die het mogelijk maakte om de werking verder uit te bouwen.” Toen op het einde van de jaren zestig Maurice Van Nieuwerburgh in dienst kwam bij de Organisatiediensten van Boerenbond, werd hij belast met de oprichting van een permanent secretariaat voor het Verbond van Bloemisten. De eerste burelen bevonden zich in de Gentse Groot-Brittaniëlaan. Het verhuisde naar de Kortrijksesteenweg, nadat daar op 10 september 1971 het nieuwe Boerenbondcentrum werd geopend (overigens met een bloemen- en plantententoonstelling georganiseerd door de bloemisten). Maurice beschikte toen al over een secretariaatsmedewerkster, Huguette Van Daele.

Boomtelers en snijbloementelers

Voor de boomkwekers en snijbloementelers was een nationale werking wel nieuw. Maurice vertelt dat dit heel wat gesprekken vergde. Bij de Boomtelersfederatie Noord-België vond hij onder meer een medestander in Jos Proost, die de meerwaarde inzag van overkoepelend samenwerken. In het verslag van het bestuur van het Verbond van Boomtelers van 20 augustus 1971 lezen we dat toenmalig algemeen secretaris van Boerenbond (later voorzitter) Jan Hinnekens een toelichting verzorgde over de nieuwe structuur. Hij vertelde dat de verschillende verbonden en groepen van boomtelers het statuut van gilde zouden krijgen en dat na de oprichting van een Algemeen Verbond van de Belgische Sierteelt het overkoepelend bestuur een rechtstreekse vertegenwoordiger zou kunnen aanduiden voor de Bondsraad van Boerenbond. Raf Braeckman van Wetteren werd tot voorzitter aangesteld in die vergadering. Er werd beslist dat de voorzitters van het Verbond van Boomtelers van Oost-Vlaanderen (Jozef De Gussem), de Bosboomkwekers der Vlaanderen (Hubert Vanhulle) en de Boomtelersfederatie Noord-België (Jos Proost) ondervoorzitter werden van de nieuwe structuur. Ook de secretarissen zouden deel uitmaken van het overkoepelende bestuur, met daarnaast nog 3 extra vertegenwoordigers per afdeling. In diezelfde vergadering werd ook beslist om de nieuwe koepel kortweg: ‘(Landelijk) Verbond van Boomtelers’ te noemen.

De oprichting van het Verbond van Snijbloementelers verliep iets minder vlot. Ook daar voerde Maurice heel wat gesprekken om mensen te vinden die het concept mee ondersteunden. En uiteindelijk lukte ook dat. Op 30 mei 1972 werden (dixit het verslag) ‘voor de eerste maal bestuursleden uit de Brabantse, Oost-Vlaamse en Antwerpse productiegebieden samengebracht’. Het verslag vermeldt dat de eerste stemronde reeds de voorzitter uitwees: Frans Van Langenhove, voorzitter van de bedrijfsgilde Oost-Vlaanderen. Frans Evenepoel, bestuurslid van de bedrijfsgilde Brabant, werd tot eerste ondervoorzitter verkozen, Frans Vermeulen, ondervoorzitter van de bedrijfsgilde Antwerpen, werd aangesteld als tweede ondervoorzitter. Er werd een vergaderkalender afgesproken en als locatie voor de vergaderingen werd gekozen voor de vergaderzaal van de ‘Tuinbouwstichting Aalst’ (de toenmalige Proeftuin snijbloemen). Maurice Van Nieuwenburgh werd secretaris van de 3 sierteeltvakgroepen.

Presidium start op

Maar daarmee was het werk nog niet af. “De herstructurering werd in overleg met Leuven vooral voorbereid door Carlos Moerman (zie verder) en Etienne Stautemas”, herinnert Ivan zich, die op dat moment deel uitmaakte van het Beperkt bestuur van het Verbond van bloemisten. Dat bestuur bereidde de beslissingen voor van de Raad van afgevaardigden van het Verbond van Bloemisten. “Ik heb nog vergaderingen meegemaakt met honderd mensen”, herinnert Maurice zich.

De eerste vergadering van het presidium vond plaats op 4 oktober 1972. Carlos Moerman, begoniateler en -handelaar uit De Pinte, werd de eerste voorzitter. Ivan vertelde dat de informele leiders binnen het Verbond van Bloemisten Cnockaert, Goossens (Paul, grootvader van Filip) en Steyaert waren. Carlos Moerman was een stuk jonger, maar was een consensusfiguur die ook goed overweg kon met Collumbien, de voorzitter van de Syndicale Kamer, waarvoor toen alle deuren opengingen in Brussel.

De startvergadering van het presidium kwam uitgebreid aan bod in het Verbondsnieuws. Het organigram kreeg een volledige pagina en alle leden werden voorgesteld met hun foto en curriculum. Opvallend was dat veel leden hogere tuinbouwstudies volgden. Moerman kreeg een boomteler en een snijbloementeler als ondervoorzitter, respectievelijk Raphael Braeckman en Frans Van Langenhove. Voor de bloemisten zetelden Cesar Block, Amaat Coenraets, Marcel Dewulf, André Lecoutere en Jozef Van Nieuwerburgh. Jos Proost en Hubert Vanhulle vertegenwoordigden de boomtelers en Jaak Borms en Remy Roelandts de snijbloementelers. Maurice Van Nieuwerburgh werd secretaris en als adviseurs werden Roger De Keijzer (directeur BVO Wetteren), Karel De Bondt (directeur proeftuin snijbloemen Aalst) en Etienne Stautemas toegevoegd. Ze waren alle drie tuinbouwconsulenten van Boerenbond. Een opvallende beslissing van het presidium in die eerste vergadering was de goedkeuring van ‘de principiële aansluiting van Tuinbouwaannemers’. Met andere woorden: het Verbond van Tuinaannemers werd als vierde tak opgericht tijdens de eerste vergadering van het presidium.

Het was in het begin wat aftasten en mekaar leren kennen, maar volgens Maurice werkte het systeem en heeft het de basis gelegd van de groei van AVBS, die er de volgende twintig jaar op volgde. In 1972 ging de algemene vergadering nog door als ‘Algemene vergadering van het Verbond van Bloemisten’, daarop werden wel voor het eerst wel de bestuursleden van de andere Verbonden uitgenodigd. Maar het jaar nadien, op 7 december 1973, ging de eerste Algemene vergadering van het Algemeen Verbond van de Belgische Sierteelt door in het Provinciaal domein Puyenbroeck in Wachtebeke. Gastsprekers waren professor Constant Boon, voorzitter van de Belgische Boerenbond, en Albert Lavens, minister van landbouw.

  • © AVBS

  • © AVBS

  • © AVBS

  • © AVBS

  • © AVBS