Menu

Terug naar Actualiteit >MAP 6 voor de sierteeltsector

Alle regio's

Eind mei werd het zesde mestactieplan goedgekeurd. Ook voor onze sector zijn er aanpassingen en gevolgen waar we zeker rekening moeten mee houden.  Nog niet alles is gekend, maar de grote lijnen zijn wel duidelijk.

Als er voor de sierteelt bijkomende uitvoeringsbesluiten komen die MAP 6 concreter vorm geven, zal AVBS hier verder over informeren.

Gebiedstype-indeling vervangt focusgebieden

De nieuwe indeling in vier gebiedstypes vervangt de vroegere focusgebieden. Het gebiedstype van je percelen is afhankelijk van de oppervlaktewaterkwaliteit van de laatste drie teeltseizoenen en de grondwaterkwaliteit.

Door de huidige gebiedsindeling ligt er 404.000 hectare in gebiedstype 1, 2 of 3, daar waar er 237.000 hectare focusgebied lag in MAP 5. Voor je eigen bedrijf kan je het gebiedstype, en de daarbij horende normen en maatregelen, raadplegen op de website van het e-loket. Daar bekijk je de GIS-laag ‘gebiedstypes’ en de ‘toekenning gebiedstype aan elk perceel.’

Doelstellingen MAP 6

Algemeen is de doelstelling van MAP 6 om de gemiddelde doelafstand te doen dalen met 4 mg nitraat/liter water voor afstroomzones die nu een doelafstand hebben voor oppervlaktewater. Daarnaast wil de overheid ook een globale dalende trend in alle afstroomzones met onvoldoende grondwaterkwaliteit van minstens 0,75 mg nitraat/liter per jaar.

Geen verplichte N-analyse voor gebiedstype 0

Percelen in gebiedstype 0 hebben minder controlestalen op nitraatresidu nodig, wat vooral van belang is in vollegrondsteelten. Hier is ook geen verplichte N-analyse meer met een bemestingsadvies. Het kan wel raadzaam zijn dit toch te blijven doen voor je eigen bedrijfsvoering.

Maatregelen voor gebiedstype 1, 2 of 3

In gebiedstype 1, 2 of 3 blijft het verplicht een N-analyse met een bemestingsadvies uit te voeren en daarboven komt het inzaaien van vanggewassen als basismaatregel. Bij gebiedstype 2 en 3 zijn er nog vier bijkomende maatregelen:

  • Bemesting is enkel toegestaan als de gebruiker op 1 januari ook de hoofdteelt verbouwt,

  • Een jaarlijkse daling van de bemestingsnormen werkzame N,

  • Extra oppervlakte vanggewas,

  • Vanaf 1 augustus moet elk vervoer van vloeibare mest naar akkers - met uitzondering van blijvende teelten - door een erkende mestvervoerder met AGR-GPS gebeuren.

Equivalente maatregelen

De Mestbank zal het referentieareaal vanggewassen berekenen per bedrijf. In onze sector is dit niet evident. Daarom voorziet de regelgever in een systeem van equivalente maatregelen. Een equivalente maatregel is een alternatieve mitigerende/beperkende maatregel met eenzelfde impact om de uitspoeling van nutriënten te beperken. Voor onze sector zullen equivalente maatregelen, met de steun van het PCS, goedgekeurd moeten worden door een beoordelingscommissie. Opgelegde perceels- of bedrijfsevaluatie opgelegd uit MAP 5 blijft wel verplicht. Hetzelfde geldt voor verkregen vrijstellingen op basis van een bedrijfsevaluatie, zij het dan wel met een opvolgsysteem. Op het niet naleven van het areaal vanggewassen en de equivalente maatregelen staan strenge geldboetes. Dit gaat van 5 euro per kg werkzame N van de te reduceren hoeveelheid, tot 1.000 euro vermenigvuldigd met het doelareaal vanggewas.

Nitraatresidudrempelwaarden

Een controlestaal nitraatresidu moet genomen worden in het gebiedstype 0 waar MAP-meetpunten zijn met overschrijdingen in oppervlakte- of grondwater. Andere controlestalen worden bij voorkeur genomen in gebiedstype 1,2 en 3. Er zijn opvolgstalen nitraatresidu bij overschrijdingen van het nitraatresidu in het voorgaande jaar. Dan zijn er nog verplichte nitraatresidustalen bij derogatiebedrijven en bij doorlichtingen en boetes. Na een positieve bedrijfsevaluatie kan er vrijstelling aangevraagd worden van de daling van de bemestingsnormen, het percentage areaal vanggewas en het brengen van vloeibare mest naar de akker met een erkend vervoerder vanaf 1 augustus.

Kunstmest

Het belangrijkste risico bij het gebruik van kunstmest is dat het gebruik niet is aangepast aan het 4J-principe: de juiste dosis, het juiste tijdstip, het juiste type mestsoort en de juiste bemestingstechniek.

Iedere sierteler moet een register bijhouden van zijn kunstmestleveringen. Hierbij moeten alle stavingsstukken zitten van deze leveringen. Ook wordt het verplicht een gebruiksregister bij te houden op perceelsniveau. Kunstmesthandelaars zijn aangifteplichtig vanaf 10.000 kg N voor wie produceert, verdeelt, importeert en exporteert. Zowel voor de sierteler als voor de handelaar voorziet de Mestbank hiervoor een digitaal register naar waar dit automatisch doorgestuurd wordt vanaf 1 juli 2020.

Er mag geen traagwerkende meststof gebruikt worden van 1 november tot 15 januari. Kunstmest mag nog toegepast worden van 1 september tot en met 31 oktober. Voorwaarde is dat je een bemestingsadvies hebt met dosis en een meststof met lage stikstofinhoud. In die periode mag maximaal 100 kg werkzame N (WKZ) toegepast worden en maximaal 60 kg N WKZ in twee weken. Van 16 januari tot en met 15 februari mag maximaal 50 kg N WKZ toegediend worden.

First flush

Er werd een verbodsperiode ingesteld voor het gebruik van spuistroom van grondloze tuinbouw op landbouwgrond van 1 september tot en met 15 februari. Als oplossing zal een first flush systeem worden opgelegd. Dit systeem verzamelt het drainagewater in een opslagtank en zou ontworpen zijn om al het drainagewater te verzamelen in geval van geen of weinig neerslag (drainage als gevolg van irrigatie/fertigatie). Bij neerslag wordt het eerste drainagewater met hoge nutriëntenconcentraties opgevangen voor hergebruik.

 Bij hevige regenval (hoge intensiteit en/of lange duur) zal het drainagewater in de opslagtank een drempelwaarde bereiken waarop het water naar het oppervlaktewater wordt afgevoerd. Op dat ogenblik zijn de nutriëntenconcentraties in het geloosde water al aanzienlijk verminderd en is de totale belasting van het oppervlaktewater verwaarloosbaar.

Bij grondloze tuinbouw in openlucht zal een first flush systeem verplicht zijn tegen 1 januari 2021. In dit systeem wordt alle drainagewater verzameld in perioden van geen of lage neerslag. In het geval van neerslag wordt het eerste, meest vervuilde drainagewater verzameld voor hergebruik. Het first flush systeem moet een minimale opslagcapaciteit hebben van 100 m³ per hectare. Deze vereiste minimale opslagcapaciteit kan echter wijzigen naar aanleiding van de resultaten van wetenschappelijk onderzoek hieromtrent. Vanaf 2022 worden gerichte controles uitgevoerd. AVBS gaat nog verder in overleg met de Mestbank over de inwerkingtreding hiervan en hoe de handhaving zal verlopen op het terrein.