Menu

Nieuwe VLIF-maatregelen operationeel

Terug naar Actualiteit >
Alle regio's
Alle sectoren

Sinds januari 2015 zijn de VLIF-maatregelen betreffende investeringssteun en overnamesteun operationeel. Na één jaar zijn bijna alle VLIF-maatregelen volledig uitgewerkt en wordt er een breder publiek aangesproken, onder meer door de nieuwe maatregelen in verband met steun voor de ontwikkeling van kleine landbouwbedrijven,  steun voor niet-productieve investeringen en projectsteun voor innovaties in de landbouw. Onder de term ‘landbouw’ zitten uiteraard ook sierteelt en boomkwekerij vervat.

----------
Departement Landbouw &Visserij

STEUN VOOR DE ONTWIKKELING VAN KLEINE BEDRIJVEN

Voor bepaalde types van bedrijven en subsectoren zijn de voorwaarden om te kunnen genieten van de overnamesteun voor jonge landbouwers of van de investeringssteun niet haalbaar. Dikwijls betreft het bedrijven die nieuwe teelten of alternatieve vormen van productiemethodes en commercialisatiestructuren ontwikkelen. Aanvullend op de maatregel ‘overnamesteun voor jonge landbouwers’ wil Vlaanderen ook kleine landbouwbedrijven die zich verder willen ontwikkelen, ondersteunen. Een klein landbouwbedrijf is een bedrijf waarvan het brutobedrijfsresultaat van de activiteiten inzake landbouw en landbouwverbreding minimaal 20.000 euro en maximaal 39.999 euro bedraagt. Het brutobedrijfsresultaat van de landbouwactiviteiten is groter dan dat van de activiteiten in landbouwverbreding. 

  • Subsidiabele aanloopverrichtingen
    De aanvaardbare aanloopverrichtingen moeten bijdragen tot de realisatie van doelstellingen inzake de ontwikkeling van biologische productie, nieuwe commercialisatiestructuren en nieuwe activiteiten. Volgende types van aanloopverrichtingen die passen bij, of gevolgd worden door de beoogde omschakeling komen in aanmerking:

    •    De overname van de bedrijfsbekleding van een klein landbouwbedrijf.
    •    De overname van minimaal 25% van de aandelen van een rechtspersoon, landbouwer.
    •    De aankoop van dieren.
    •    De aanleg van een zeldzame teelt of aanplanting.
    •    De aankoop van bedrijfsgebouwen met de vaste uitrusting en constructies in onroerende staat die minder dan vijftien jaar oud zijn en die noodzakelijk zijn voor de exploitatie van het landbouwbedrijf.
    •    De bouw, verbouwing en uitrusting van bedrijfsgebouwen noodzakelijk voor de exploitatie van het landbouwbedrijf of de commercialisatie van de productie via de korte keten.
    •    De aankoop van machines en materieel noodzakelijk voor de exploitatie van een klein landbouwbedrijf of de commercialisatie van de productie via de korte keten.

    De aanloopsteun heeft de vorm van een aanlooppremie en is afhankelijk van het brutobedrijfsresultaat van het bedrijf  dat tussen de 20.000 euro en 39.999 euro bedraagt.
     
    BrutobedrijfsresultaatAanlooppremie
    vanaf € 20.000€ 7.000
    vanaf € 30.000€ 11.000 / € 15.000

     

STEUN VOOR NIET-PRODUCTIEVE INVESTERINGEN

Het VLIF ondersteunt onder de vorm van een premie niet-productieve investeringen, d.i. investeringen die bijdragen tot het verhogen van de biodiversiteit, het verbeteren van het waterbeheer of verminderen van erosie. Een landbouwer kan er voor kiezen om investeringen te doen die bijdragen tot een verbeterde biodiversiteit, landschap, bodem- of waterkwaliteit, … Het gaat vooral om investeringen rond natuur- en landschapsbeheer die aan de landbouwer wel inspanningen vragen maar op geen enkele manier inkomsten opleveren. Ook investeringen rond erosiebestrijding en waterbeheer komen in aanmerking, waarbij niet zozeer de individuele landbouwers, maar eerder de buurtbewoners, de maatschappij of het ecosysteem de vruchten van plukken. 

De steunomvang bedraagt 100% van de subsidiabele kosten. De aanvaardbare kosten worden bepaald aan de hand van normbedragen.

 

PROJECTSTEUN VOOR INNOVATIES

De uitgaven die in aanmerking komen voor steun, zijn noodzakelijk om een innovatie in de landbouw te realiseren en kunnen betrekking hebben op:

  • de ontwikkeling, constructie of verwerving, inclusief leasing, van onroerende goederen;
  • de ontwikkeling, constructie of verwerving, inclusief leasing, van installaties, machines en uitrusting;
  • de ontwikkeling of verwerving van software en sturingsprogramma's, verbonden aan de uitgaven, vermeld in punt 1 en 2;
  • de algemene kosten, verbonden aan de uitgaven zoals onderzoeks-, studie- en begeleidingskosten en resultaatsmetingen.

De toegekende steun bedraagt 40% van de uitgaven en wordt uitbetaald in de vorm van een kapitaalpremie. De minister doet periodiek een oproep tot indiening van steunaanvragen. Binnenkort is er een eerste oproep die loopt van 1 maart tot 31 maart. 

De VLIF-steunaanvragen worden sinds een jaar uitsluitend via het e-loket voor Landbouw en Visserij ingediend. Daarna doorlopen de aangemelde investeringen een selectieprocedure. 
Meer informatie op lv.vlaanderen.be/Subsidies/VLIF-steun.