Menu

Terug naar Actualiteit >Openbaar onderzoek MAP VI – dien zelf uw bezwaar in

Alle regio's

In uitvoering van de Europese Nitraatrichtlijn (91/676/EEG) heeft de Vlaamse overheid een ontwerp-mestactieprogramma (MAP 6) opgesteld voor de periode 2019-2022. 2019. U kan zelf ook voor 21 februari reageren, om enkele specifieke accenten te leggen voor de sierteeltsector. 

Het mestactieprogramma omvat maatregelen om de verontreiniging van oppervlakte- en grondwater door nitraten uit agrarische bronnen te verminderen en verdere verontreiniging te voorkomen. Het openbaar onderzoek over het ontwerp-MAP 6 loopt van 24 december 2018 tot en met 21 februari. 

In uitvoering van de Europese Nitraatrichtlijn (91/676/EEG) heeft de Vlaamse overheid een ontwerp-mestactieprogramma (MAP 6) opgesteld voor de periode 2019-2022.

​Het mestactieprogramma omvat maatregelen om de verontreiniging van oppervlakte- en grondwater door nitraten uit agrarische bronnen te verminderen en verdere verontreiniging te voorkomen. Het openbaar onderzoek over het ontwerp-MAP 6 loopt van 24 december 2018 tot en met 21 februari 2019. U kan zelf ook reageren, om enkele specifieke accenten te leggen voor de sierteeltsector. Eén van de stappen in de totstandkoming van het zesde mestactieprogramma is de uitvoering van een plan-milieueffectrapportage (plan-MER). Daarin worden de effecten van het ontwerp-mestactieprogramma op het leefmilieu onderzocht.  

AVBS geeft jullie enkele accenten die we nog meer willen benadrukken in MAP 6. Jullie kunnen ze selectief of allemaal kiezen om in te dienen in het openbaar onderzoek.  

Suggesties voor het openbaar onderzoek over vollegrondssierteelt 

  • Het organischestofgehalte in de bodem is schrijnend. Een aanpassing van het wettelijk kader met betrekking tot boerderijcomposteren is wenselijk voor sierteeltbedrijven. De toediening van organisch materiaal wordt belemmerd door de geldende bemestingsnormen. 

  • De sierteeltsector ziet geen problemen in het sluiten van de nutriëntenkringloop en is zelfs vragende partij voor het bijhouden van een kunstmestregister. Dit zou in alle sectoren ingang moeten vinden. 

  • Binnen de verplichte stikstofstaalnames met bemestingsadvies moeten alle meerjarige teelten gelijk behandeld worden, namelijk 1 stikstofbemestingsstaal per 6 hectare. Vandaag wordt dit niet op alle teeltcodes van de verzamelaanvraag toegepast wat een probleem is in de boomkwekerij. 

  • Bij het vastleggen van de nitraatresidudrempelwaarden in MAP VI moet een onderscheid gemaakt worden tussen eenjarige (chrysanten, knolbegonia, vaste planten, pas opgeplante boomkwekerijpercelen…) en meerjarige (overjarige) sierteelt. Dit geldt als stimulerende maatregel om het verhogen van het organisch stofgehalte niet te ontraden! Verder blijft de sierteeltsector vragende partij om ook de klimaatsinvloeden in rekening te brengen bij de beoordeling van de nitraatresidu’s. Een dergelijke benadering zal het draagvlak voor dit controlesysteem alleen maar vergroten. 

  • Wat stalmest betreft, moet de tegenstrijdigheid tussen producent (landbouwer die een klein volume met een hoge N-inhoud wenst af te zetten) en de afnemers (sierteler die een groot volume met een lage N-inhoud wenst af te nemen) aangepakt worden. Mogelijkheden worden gezien in stalmestanalyse (knelpunten zijn representativiteit en de te lange tijd tussen staalname en analyse) of een aanpassing van de bemestingsrechten. Dit wordt als een belangrijk knelpunt gezien in de vollegrondsierteelt en kadert onder de ‘Verstrengde bestaande maatregelen’ en meer bepaald onder 7.2.1 Verbeterd in kaart brengen van nutriëntenstromen. 

  • De boomkwekerij is vragende partij dat men vóór een geregistreerd stalmesttransport kan aangeven naar welke percelen de stalmest zal gevoerd worden. Vaak wordt er een hoop stalmest op een groot perceel gestort om van daar te verdelen naar naburige kleine percelen (waar men niet met zwaar materiaal, uitgerust met gps) geraakt. 

  • Het gebruik van stalmest wordt gestimuleerd maar dit geldt enkel  voor biologische landbouwbedrijven en niet-biologische bedrijven die circulair werken met stalmest. Ook in de vollegrondsierteelt blijft stalmest een veel toegepaste organische bemesting om de bodemvruchtbaarheid op lange termijn te garanderen. Dezelfde werkingscoëfficiënten zouden hier moeten toegepast worden.  

  • Wat vanggewassen betreft, is de sierteeltsector vragende partij dat de grasstroken tussen de teelt alsook de grasstroken op de kop- en wendakker hiervoor in aanmerking komen. Verder staat  er in het ontwerp vermeld dat een vanggewas zo snel mogelijk en ten laatste uiterlijk 15 september moet ingezaaid worden. Dit zal in de vollegrondsierteelt een veel grotere economische impact hebben omdat de gewassen dan in veel gevallen nog op de percelen staan. Meer nog: voor de meerjarige sierteelt betekent dit een economisch verlies dat ook in de tijd zal meegenomen worden. 

Suggesties voor het openbaar onderzoek over containervelden:  

  • In de loop van het zesde mestactieprogramma (MAP 6) zal men in Vlaanderen het first flush systeem implementeren in de openlucht containervelden in de sierteelt. Vanwege het ontbreken van noodzakelijke informatie (ook bij onze onderzoekscentra) betreffende opslagcapaciteit voor drainwater in de sierteelt is verder onderzoek dringend vereist. Een gemiddeld sierteeltbedrijf is veel complexer door de verscheidenheid aan gewassen en teelten doorheen het seizoen. De juiste cijfers verkrijgen, vergt dus heel wat extra onderzoekswerk waarvoor aanvullende projectfinanciering vereist is. Als teler kan ik alleen maar hopen dat de Vlaamse overheid hier dringend extra middelen voor vrijmaakt.  

Suggesties voor het openbaar onderzoek over MAP 6 (algemeen):  

  • Gemeten nitraatresidu’s uit de VLM-datasets 2014-2016 als basis voor een optimale bemesting geven een vertekend beeld.  De nitraatresidu’s voor 2017 én zeker ook voor 2018 zijn beduidend hoger omwille van uitzonderlijke weersomstandigheden.   Mogelijks was de dataset voor 2018 nog niet ter beschikking bij  opmaak van het document, maar 2017 normaliter wel. Het zou de wetenschap sieren gebruik te maken van meest recent beschikbare data.  

  • Zijn de doestellingen van de Kaderrichtlijn Water überhaupt wel haalbaar? Ook in de ons omringende regio’s loopt men tegen de grenzen van de haalbaarheid wat waterkwaliteit betreft.  

  • Er is te weinig kennis over de impact op kort én lange termijn van teelt- en bemestingsstrategieën op de kwaliteit van het dieper gelegen grondwater. Een goede onderbouwing en een gedegen communicatie over de wisselwerking bemesting en oppervlaktewater en grondwater is essentieel om de gedragenheid van het  mestbeleid bij de siertelers te bekomen.