Menu

Terug naar Actualiteit >Ranonkelveredeling en praktijkonderzoek in Italië

Alle regio's

De sierteeltsector in het Noorden van Italië wordt gekenmerkt door heel wat traditionele, kleinschalige bedrijven gelegen op de flanken van de Italiaanse rotskust. Maar er is ook een ander, moderner Italië, met een wereldspeler in de ranonkelveredeling en twee onderzoeks-centra als uithangborden.

 

 

Die wereldspeler is Biancheri Creazioni, marktleider in de productie van ranonkelknollen voor de snijbloemenproductie. Het bedrijf ligt in de Italiaanse regio van Albenga en San Remo, niet ver van de Franse grens. De ranonkelveredelaar kende de afgelopen decennia een spectaculaire groei en ziet nog verdere groei in het verschiet, met bijvoorbeeld heel wat ontwikkelingskansen in Azië.
AVBS kon het toonaangevend bedrijf en twee praktijkonderzoekscentra bezoeken in het kader van een bijeenkomst van de Europese werkgroep ‘Bloemen en Planten’, onderdeel van COPA, de Europese koepel van land- en tuinbouworganisaties.

Vertrouwen en verantwoordelijkheid

In de jaren ’90 telde Biancheri Creazioni een tiental medewerkers. Vandaag werken er 71 mensen, bijna uitsluitend Italianen. Het bedrijf bestaat uit drie locaties, waaronder één in Sicilië voor de knollenproductie van ranonkel. De bedrijfsleider is ook burgemeester van de gemeente waar zijn logistiek- en veredelingscentrum is gevestigd. Het personeel krijgt van hem veel vertrouwen en verantwoordelijkheid.

"Driekwart van de vermeerdering wordt gezaaid"

Biancheri Creazioni is werelwijd marktleider in
de productie van ranonkelknollen voor de snijbloemenproductie.

Gezaaid en in vitro

De ambitie om te blijven groeien was duidelijk zichtbaar. Het bedrijf produceert jaarlijks ongeveer 30 miljoen knollen. 90% daarvan zijn ranonkelknollen, 10% zijn anemonen. Driekwart van de vermeerdering wordt gezaaid; 25% komt uit de in-vitrovermeerdering. Dit gebeurt zowel in eigen beheer als door externe commerciële labo’s.

Veredelingscriteria

Op piekmomenten verwerkt het bedrijf tot 500.000 knollen per dag, die gesorteerd worden op hun kwaliteit. Het grootste deel van de knollen wordt gebruikt voor de snijbloementeelt; slechts een beperkt deel is voor de potplantenproductie. Door het typische microklimaat in deze streek gedijt de ranonkel hier bijzonder goed. In de veredeling heeft men vooral aandacht voor de bloeiperiode, kleur, stengellengte en –gewicht en aantal bloemen per plant.
Belangrijk voor het rendement van de telers is het aantal stengels per vierkante meter. Momenteel worden er tussen de 15 en 25 stengels per vierkante meter geoogst. Het aantal stengels per vierkante meter is echter ook gerelateerd aan de kwaliteit. Dit is een aandachtspunt voor de veredeling. 

"De populariteit van bepaalde cultivars is erg trendgevoelig."

Trends voelen

De intensieve veredelingsprogramma’s laten de ranonkelveredelaar toe om momenteel meer dan 100 verschillende cultivars op de markt te brengen. De populariteit van bepaalde cultivars is erg trendgevoelig.  Momenteel is de kleur roze immens populair, maar Biancheri Creazioni moet als veredelaar nu al denken aan de populaire kleurentrends over vijf jaar. Het ‘voelen’ van de trends in de markt is dus bijzonder belangrijk.

Grote waarde, klein volume

Naast de Europese markt zien zij enorm veel potentieel in de Aziatische regio. Het verhandelen van grote hoeveelheden knollen kan vrij eenvoudig en compact, dus wereldwijde export is geen probleem. Afhankelijk van de soort heeft één doos ranonkelknollen een waarde van tussen de 6.000 en de 15.000 euro. Eén pallet ranonkelknollen kan dus snel meer dan 100.000 euro waard zijn. Er zijn weinig sierteeltbedrijven die dergelijke waarde kunnen bijeenbrengen op zo’n klein volume. 

Omgevingsfactoren cruciaal

Momenteel wordt het water nog niet gerecirculeerd. De grootste fytosanitaire uitdaging is om de planten vrij te houden van Pythium en Fusarium. Vandaag werkt Biancheri Creazioni nog niet met een extern geaudit kwaliteitslabel. Hoofdreden is dat de markt het nog niet vraagt. Ranonkel groeit vooral in de volle grond. Er is wel een evolutie bezig om ranonkel op substraat te telen. Jaarlijks houdt Biancheri Creazioni rond half januari een
opendeurdag, omdat dan de mooiste resultaten van de veredeling te zien zijn.

Onderzoek van eetbare begonia tot groeiremming

Italiaanse sierteeltbedrijven weten zich ook geruggesteund door praktijkonderzoek. Het Italiaans Nationaal Instituut voor Landbouwkundig Onderzoek (CREA) heeft een specifieke afdeling voor de sierteeltsector.
Sinds 1925 voeren zij onderzoek uit in het labo, met praktijkproeven in de serres. Er werken tien onderzoekers op het onderzoeksstation. Naast veredelingsonderzoek geven de onderzoekers ook advies aan telers. De laatste jaren wordt er meer geïnvesteerd in biotechnologische toepassingen in de veredeling van aromatische- en sierplanten. Naast biotechnologisch onderzoek biedt het instituut ook toxicologisch, nutritioneel en microbiologisch onderzoek aan.

Klimaatadaptatie

De veredeling spitst zich de laatste jaren toe op de aanpassing van de planten aan het mediterrane klimaat. Daarnaast houdt het onderzoekscentrum collecties bij van verschillende planten en doen ze proeven met gewasbeschermingsmiddelen. Bij de eetbare of aromatische planten loopt momenteel veel onderzoek op rozemarijn, basilicum, primula en begonia. Andere sierplanten waar onderzoek op gedaan wordt zijn Hibiscus, Alstroemeria, Lavendel en Salvia. Voor zijn financiering is het instituut afhankelijk van de overheid en projecten, aangevuld met steun vanuit de sector zelf.

Eetbare bloemen

Bij CREA zet men heel actief in op eetbare bloemen. Het instituut brengt de samenstelling van de bloemen in kaart om zo te bepalen of deze wel eetbaar zijn. Bij het gebruik van gewasbescherming gebruikt men de MRL (maximale residulimiet) voor zowel de bloemen als de kruiden. Er is heel wat onderzoek naar biologische bestrijding, maar helemaal op punt staat dit nog niet.
Telers van eetbare bloemen telen deze in volle grond, al schakelen er ook over naar substraatteelt. Eetbare bloemen worden verkocht als potplant. De geplukte bloemen worden ook vers of gedroogd aangeboden. Een sterk stijgende trend is het inmengen van eetbare bloemen en salades.

"Bij CREA zet men heel actief in op eetbare bloemen."

Compacte plant, aangepaste Helleborus

Naast het Italiaans nationaal onderzoekscentrum is er ook IRF, het regionaal onderzoekscentrum voor de sierteelt in San Remo. Ook zij werken nauw samen met de telers maar doen meer onderzoek via in vitro. Hun belangrijkste onderzoeken lopen op ranonkel, Helleborus, pioenen, succulenten en Eucalyptus. Het IRF zoekt momenteel heel actief naar het verkrijgen van compacte planten zonder gebruik te maken van een groeiregulator.
Het onderzoekscentrum probeert Helleborus via veredeling aan te passen aan het mediterrane klimaat, zowel voor de snijbloemenproductie als voor de vaste plant.

Leds in ranonkelteelt

Met de nabijheid van een wereldspeler in de ranonkelveredeling hoeft ook de aandacht voor deze teelt in het onderzoek niet te verbazen. Het IRF varieert in proeven in bodemtemperatuur en specifieke lichtkleuren om de teelt van ranonkel te optimaliseren. Variaties in bodemtemperatuur en specifieke lichtkleuren. Rode en blauwe ledverlichting geeft verschillende effecten in de verschillende groeistadia van de ranonkel. Bij IRF hangt financiering voor de helft af van de overheid; de rest wordt aangevuld door projecten en middelen uit de sector. Het onderzoekscentrum deelt mee in de kwekersrechten die geïnd worden uit gecommercialiseerde nieuwe cultivars. IRF is verder nog gespecialieerd in virologie en fytopathologie. Hierbij maken ze onder andere gebruik van ELISA-testen om onderzoek te doen naar bijvoorbeeld bladluizen.
Zowel CREA als het IRF gaven overigens aan in het verleden al samengewerkt te hebben met Belgische universiteiten en onderzoekscentra.

Ook in Italië worden de mogelijkheden van leds uitgezocht.