Menu

Standaardbestek 250: harde bepalingen, met tolerantie te gebruiken

Terug naar Actualiteit >
Alle regio's

“Een gezonde, stevige boom”, dat is volgens Tom Joye van Inverde de simpele essentie van de eisen in het Standaardbestek 250 voor bomen in de openbare ruimte. De vele gedetailleerde bepalingen in dat standaardbestek moeten keurders vooral met gezond verstand beoordelen, in het belang van opdrachtgever én de boomkweker.

 

 

Tom Joye verzorgt voor Inverde (Agentschap Natuur en Bos) opleidingen voor het correct keuren van planten en bomen als openbaar groen. Ook AVBS steunt deze opleidingen, en gaf vanuit een representatieve groep leden-boomtelers input voor Standaardbestek 250, omdat dit standaardbestek zorgt voor een gelijk speelveld voor boomkwekers.
De ene boom is immers de andere niet, zelfs al is de variëteit dezelfde. Standaardbestek 250 biedt een gelijke standaard om bomen mee te vergelijken en stimuleert op die manier ook het kwaliteitsstreven van de Belgische boomkwekerij. “Opdrachtgevers van hun kant hebben de plicht om na te gaan of ze naast de juiste soort ook waar voor hun geld krijgen”, aldus Joye.
Openbare besturen nemen het Standaardbestek 250 vaak integraal over, maar ze kunnen hier in een bijzonder bestek zonder probleem van afwijken. Eens aanvaard, heeft dit bestek wel de waarde van een contract, in beide richtingen.

Juiste referentiekader

De kwaliteitseisen in het bestek gaan over de fysiologie (bvb. grootte wortelkluit, snoeiwonden, dominantie van de top), maar ook over het uitzicht.  “Als keurder moet je altijd keuren met het eindbeeld voor ogen. Een boom die in een park breed mag uitgroeien moet je met een ander referentiekader beoordelen dan een boom die in een smalle straat terechtkomt en zeven meter opgesnoeid zal worden”, zo pleitte Joye bijna gedurende de hele opleiding voor nuance en gezond verstand.

Kies je prioriteiten, maar binnen het kader

Soms is keuren eenvoudig: een boom die moet aangeleverd worden met kluit, mag geen losse boom zijn die samen met wat aarde in jute is gepropt. De stam even opheffen en je hebt een ‘ja’ of een ‘nee.’ Maar in veel andere gevallen is er discussie mogelijk. Hoe zinvol is het om bij bijvoorbeeld een treur-es te hameren op een doorgaande kop?
“Kies als keurder je prioriteiten in het standaardbestek, en durf de rest meer op buikgevoel keuren”, adviseerde Tom Joye.  Het standaardbestek kan ook voor de boomkweker/aannemer een basis zijn om in discussie te gaan. Te snel gegroeid, korstmossen op de stam, te dunne of te dikke takken, kunnen nooit als criterium gebruikt worden om bomen op af te keuren, tenzij ze in een bijzonder bestek vermeld staan. Keurders mogen tijdens de keuring zelf geen criteria uitvinden.

Bepalingen niet vrijblijvend

De eisen van het bestek, maar niets méér dus. Lastenboeken zoals het Standaardbestek krijgen immers snel een bijna bindend karakter voor alle bomen. “Zo zag je vroeger geen bamboestokken aan bomen om ze recht te laten groeien, nu wel. Dat is omdat opdrachtgevers zelfs voor wilder groeiende bomen sterk de nadruk hebben gelegd op de rechtheid van een boom, terwijl je de vraag kan stellen of het wel een betere boom oplevert. Ook bij de vraag naar  onkruidvrije bomen in kluit kan je je  vragen stellen als overheden tezelfdertijd het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen willen ontmoedigen”, besefte Tom Joye.

Enige tolerantie

Wie een levend product keurt, moet sowieso enige tolerantie inbouwen. “Als er geen impact is op de volwassen boom, moet je zaken zoals een kleine dubbele top, een afgebroken tak of kleine onregelmatigheden in de stam door de vingers kunnen zien. Bij laanbomen heeft het weinig zin om bomen af te keuren op een afgebroken tak die je het jaar erop zelf zou afzagen tijdens het opsnoeien.”
Het keuren van het wortelgestel vraagt dezelfde benadering, als keuren al mogelijk is. Wortels van bomen in kluit laten zich immers moeilijk keuren, tenzij het bijzonder bestek oplegt dat er destructief gekeurd wordt, waarbij een kluit uit elkaar wordt getrokken. Het standaardbestek bepaalt dat het wortelgestel “overvloedig en regelmatig met haarwortels bezet moet zijn.”  Maar dat valt niet eenduidig te interpreteren. Sommige soorten hebben immers niet of nauwelijks fijne haarwortels, en er is een verschil tussen bomen die in een verschillende bodem zijn gekweekt.”
Wel duidelijk: een wortelgestel mag niet zichtbaar uitgedroogd zijn. Evenmin mogen planten in containers draaiwortels hebben of krimpranden door droogte. Wortelgestellen die te weinig symmetrie vertonen, kunnen afgekeurd worden. Zo zijn wortels die maar twee richtingen uitgroeien omwaaigevoeliger. Deze asymmetrie kan het gevolg zijn van bodemverdichting op de kwekerij of van schoffelen tegen onkruid. Terwijl dat laatste wel het gevolg is van de vraag naar chemievrije onkruidbestrijding.

Pas op met snoeien!

Als boomkweker kan het verleidelijk zijn om bomen alvast te snoeien vooraleer ze geleverd worden en de grond in gaan. Volgens het standaardbestek is dit niet toegestaan. “Reden hiervoor is dat we willen vermijden dat laanbomen op het allerlaatste moment vlug vlug zo gecreëerd worden”, verduidelijkte Tom Joye.

Tolerantie, maar niet te veel

Bovengronds is een propere enting een belangrijk criterium. Een kleine knik in de maat 10-12 of 12-14 valt te tolereren, aangezien je hier later toch niets meer van ziet. De boommaat is iets waar keurders hard op keuren, en ook terecht volgens Tom Joye. “Als je betaalt voor een BMW, moet je ook een BMW eisen, zelfs al komt de verkoper met een Audi op de proppen die even mooi is. Want misschien konden andere verkopers die Audi ook aan dezelfde of betere voorwaarde leveren”, zo trok hij de parallel.  In een voorgestelde wijziging (die nog niét in het standaardbestek zit) staat beschreven dat maximaal 20% van de geleverde bomen één maat kleiner mag zijn. “Als keurder kan je nu al enige tolerantie inbouwen, maar niet te veel. Dit zowel in het belang van de opdrachtgever als dat van de boomkwekers die correct willen leveren.”

Afhankelijk van de boomsoort

Specifiek voor laanbomen legt het standaardbestek 250 erg gedetailleerde omschrijvingen op, voor bijvoorbeeld stamhoogtes en stam-kroonverhoudingen. Keurders moeten deze niet te letterlijk opvatten, maar het is wel een stok achter de deur tegen extremen. Bomen kunnen afgekeurd worden op een grillige stam of het ontbreken van één dominante harttak. “Maar bij soorten die gekend zijn omwille van hun grillig takkenpatroon zoals Gleditsia of Ulmus kan je van de keurder toch wat tolerantie verwachten. Voor een boskers, plataan of populier kan je hier strenger op toezien”, aldus Tom Joye.