Menu

Terug naar Actualiteit >Studie naar de invoering van een koolstofprijs

Alle regio's

Eind juni bracht de Federale Overheidsdienst Klimaat een studie uit over de invoering van een koolstofprijs (koolstoftax) op aardgas en mazout (dus niet op elektriciteit). Deze studie werd uitgevoerd in opdracht van federaal minister Marghem; taxen zijn een federale bevoegdheid. In de studie worden de modaliteiten voor de invoering van een koolstofprijs besproken, maar uiteindelijk zal het de nieuwe regering zijn die ervoor kiest óf en op welke manier en wanneer een koolstofprijs zal worden ingevoerd. De huidige regering zal hiervoor geen actie meer ondernemen.

De invoering van een koolstofprijs houdt in dat elke ton CO2 die vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen wordt belast. Dit geldt zowel voor de sectoren transport (personenvervoer, vrachtvervoer), huishoudens (verwarming), industrie als landbouw. Deze koolstofprijs moet ervoor zorgen dat het gebruik van fossiele brandstoffen sterk zal dalen doordat iedereen overstapt op klimaatvriendelijkere alternatieven.

Voor de sierteeltsector die een hoge warmtevraag per ha heeft, kan dit een sterke stijging van de energiekosten betekenen. Daarnaast zou de mazout in tractoren belast kunnen worden met een koolstofprijs.

De concrete bedragen die in de studie werden genoemd, staan in de tabel hieronder (zonder dus definitief te zijn).

Een koolstofprijs van €10/ton CO2 betekent bij een brandstofgebruik van 10.000 liter stookolie per ha een meerkost van €263/ha/jaar.

Een koolstofprijs van €10 ton CO2 betekent bij een brandstofgebruik van 100.000 Nm3 aardgas (arm gas) per ha een meerkost van €1.973/ha/jaar.

Als alternatief voor de invoering van een koolstofprijs wordt voor de tuinbouw aangegeven dat de sector ook vrijwillige overeenkomst zou kunnen afsluiten om de sector energiezuiniger te maken. Maar dit alternatief wordt in de studie niet verder concreet uitgewerkt.

 

Standpunt Boerenbond

Boerenbond is geen voorstander van een koolstofprijs:

  • De landbouw- en tuinbouwsector kan een gestegen kostprijs niet kan doorrekenen in zijn producten en is zeer kwetsbaar voor elke vorm van prijsverhogingen. Een koolstofprijs die leidt tot een bijkomende kostenpost, is dus onaanvaardbaar.

  • De landbouwsector produceert sterk in een Europese context, waar in de meeste landen nog geen koolstofprijs van toepassing is (Nederland en Spanje hebben bijvoorbeeld geen koolstofprijs). De invoering van een koolstofprijs zou dus minstens op Europees niveau moeten worden ingevoerd om oneerlijke concurrentie binnen Europa te voorkomen. Daarnaast ondervindt de sierteeltsector de nodige concurrentie van buiten Europa (Afrika). Hierbij brengt het transport van snijbloemen – door middel van een vliegtuig! – de nodige CO2-emissies met zich mee. Ook spelen in Afrika andere milieuproblemen zoals waterschaarste. Zo kan de invoering van een koolstofprijs in Vlaanderen dus negatieve effecten hebben op milieuproblemen elders en wordt het klimaat helemaal niet geholpen.

  • Daarnaast is sterk de vraag welke praktijkrijpe alternatieven de sector momenteel beschikbaar heeft voor het gebruik van fossiele brandstoffen? Een sierteeltsector volledig op restwarmte of tractoren op elektriciteit of methaangas zijn nog niet voor vandaag. Daarom is het dus zeer twijfelachtig of een invoering van koolstofprijs in de land- en tuinbouwsector wel zal bijdragen aan een verminderd gebruik van fossiele brandstoffen in deze sector.

  • Sowieso moet voldoende overgangstermijn worden voorzien; 2020 (zoals nu in de studie wordt genoemd) is immers veel te snel om te verwachten dat de sector zich zouden kunnen hebben aangepast.

Conclusie: de studie naar de koolstofprijs kan de nodige consequenties hebben voor de sierteeltsector. Het is echter de volgende regering die beslist óf, wanneer en op welke manier een koolstofprijs zal worden ingevoerd. Boerenbond heeft de nodige bedenkingen bij de invoering van een koolstofprijs en blijft deze overmaken aan de bevoegde personen en diensten.