Menu

Terug naar Actualiteit >Uitgebreide meldingsplicht voor grondtransport

Alle regio's

Vanaf 1 april 2019 is de nieuwe meldingsplicht (Vlarebo) van kracht voor het transport van bodemmaterialen. Eén van de belangrijkste wijzigingen van de grondverzetsregeling is de sterk veralgemeende meldingsplicht voor grondtransport.

 

 

 

Meer specifiek gaat het over de veralgemeende meldingsplicht voor elk transport van bodemmaterialen waarvoor er geen grondverzettoelating/bodembeheerrapport moet worden aangevraagd.

Algemeen geldende traceerbaarheidsprocedure

De algemene principes voor het gebruik en de traceerbaarheid van bodemmaterialen staan in de grondverzetregeling. Voor uitgravingen van meer dan 250 m³ of voor verdachte grond moet een bodemsaneringsdeskundige een technisch verslag opmaken. Deze bepaalt de kwaliteit van de
grond. Een bodembeheerorganisatie moet dit technisch verslag (bodemonderzoek) conform verklaren. Vlaanderen heeft twee bodembeheerorganisaties erkend: Grondbank vzw en Grondwijzer vzw. De opdrachtgever geeft door hoeveel grond hij naar waar zal verplaatsen. De bodembeheerorganisatie bezorgt een grondverzettoelating waarna de werken kunnen starten. De afvoer van de grond gebeurt met vrachtbrieven. Na
uitvoering van de werken vraagt de initiatiefnemer een bodembeheerrapport aan bij de bodembeheerorganisatie.

Uitzondering werd misbruikt

Tot 1 april 2019 was er een vrijstelling van deze procedure voor uitgravingen van minder dan 250 m³ onverdachte grond. Sommige bouwheren of grondwerkers misbruikten deze uitzonderingsbepaling om het bodemonderzoek aan hun laars te lappen. 

Bij een wegcontrole antwoordden ze eenvoudigweg dat de grond die ze vervoerden van een kleine uitgraving 
(kleiner dan 250 m³) was. Politiediensten en toezichthoudende ambtenaren konden dit bijna niet verifiëren.
Daarmee zorgden deze bouwheren of grondwerkers wel voor oneerlijke concurrentie ten opzichte van zij die 
de regels wel correct toepasten.

Uitzondering ingeperkt

Gevolg van dit misbruik is dat de meldingsplicht vanaf 1 april 2019 uitgebreid werd voor het transport 
van bodemmaterialen (waaronder uitgegraven bodem) waarvoor de opmaak van een technisch verslag
niet verplicht is (kleinere uitgravingen dan 250 m³).
Per bestemming moet de aannemer het transport vooraf melden aan een bodembeheerorganisatie. Na afloop
van het transport bevestigt deze het geleverde volume. De aannemer moet een verklaring van de bouwheer
hebben waarin staat dat het over een werk gaat met een totaal volume kleiner dan 250 m³ en dat het terrein
niet verdacht is voor bodemverontreiniging. 

Vrijstelling voor bepaalde voertuigcombinaties

Niet alle vervoerders zijn onderworpen aan de meldingsplicht. De uitzonderingen beperken zich evenwel tot
de transporten (door particulieren, zelfstandigen en kleine ondernemers) die niet over ‘grote’ voertuigcombinaties
beschikken. Als grens worden voertuigcombinaties genomen met een maximale toegelaten massa (MTM) van 3,5 ton.
Je kan ook met grondwerkers of aannemers werken. Zij kunnen de melding voor het bodemtransport via
hun normale werking melden. Dan hoef je als tuinaannemer zelf niets extra meer te doen.

Aansluiting

Je kan aansluiten bij één van de twee erkende bodembeheerorganisaties (eBBO): Grondwijzer vzw of  Grondbank vzw. Hiervoor rekent de eBBO wel een jaarlijkse kost aan. Indien je als aannemer enkel kleine werken uitvoert - waarvoor de opmaak van een technisch verslag niet vereist is - volstaat een aansluiting als 'aannemer kleine werven.' Hiervoor geldt een jaarlijks aansluitingstarief van 95 tot 100 euro.