Menu

Terug naar Actualiteit >Verlaagde minimumbijdrage voor startende zelfstandigen

Alle regio's
Alle sectoren

Vanaf 1 april 2018 betalen zelfstandigen onder bepaalde voorwaarden een verlaagde minimumbijdrage tijdens de eerste vier kwartalen van hun activiteit in hoofdberoep. Via deze maatregel wil de regering de hoogte van de sociale bijdragen beter laten overeenstemmen met de realiteit van de beginnende zelfstandige.

 

Wat zijn de voorwaarden?
Eerst en vooral moet de zelfstandige gestart zijn met een activiteit in hoofdberoep. De volgende zelfstandigen komen in aanmerking:

  • De zelfstandige die start in hoofdberoep, eventueel na een periode als zelfstandige in bijberoep of student-zelfstandige.
  • De meewerkende partner die voor deze activiteit niet verzekeringsplichtig is als zelfstandige en nadien een activiteit in hoofdberoep opstart.

Daarnaast mag de startende zelfstandige in de loop van een periode van vijf jaar (twintig kwartalen) vóór de aanvang of herneming van de zelfstandige activiteit geen enkel kwartaal zelfstandige in hoofdberoep, zelfstandige met gelijkstelling bijberoep (artikel 37) of meewerkende partner in het maxi-statuut zijn geweest.

Welke bijdragen betaalt de startende zelfstandige?
Tijdens de eerste vier kwartalen wordt de bijdrage berekend op een lagere minimumdrempel van 6.997,55 euro (in plaats van 13.550,50 euro). De minimumbijdrage bedraagt dan 369,57 euro per kwartaal, beheerskost inbegrepen (in plaats van 715,64 euro, beheerskost inbegrepen). Is het inkomen hoger dan 6.997,55 euro, dan betaalt de zelfstandige een kwartaalbijdrage van 5,125%.
Als de zelfstandige start in een onvolledig jaar (dit betekent ná 31 maart), wordt het inkomen eerst omgerekend naar een inkomen op jaarbasis. Het is dit omgerekende inkomen dat moet vergeleken worden met de verlaagde minimumdrempel.
Vanaf het vijfde kwartaal geldt de gewone minimumdrempel van 13.550,50 euro. De zelfstandige betaalt dan een minimumbijdrage van 715,64 euro per kwartaal.


Hoe wordt de korting toegekend?
De korting wordt automatisch toegekend op het moment van de berekening van de definitieve bijdragen. Dit gebeurt na ongeveer twee jaar, zodra de fiscus het inkomen aan het sociaal verzekeringsfonds bezorgt. De teveel betaalde bijdragen worden op dat moment teruggestort. De zelfstandige moet daarvoor zelf dus niets ondernemen.
De zelfstandige die geen twee jaar wil wachten op de korting, kan deze al onmiddellijk aanvragen. Hiervoor moet hij een aanvraag tot vermindering van de voorlopige bijdragen indienen bij zijn sociaal verzekeringsfonds. Daarnaast moet hij aantonen dat zijn geschatte jaarinkomen niet hoger zal zijn dan één van onderstaande drempels:

Geschat jaarinkomen 2018Voorlopige kwartaalbijdrage
(incl. beheerskosten)
≤ 6.997,55369,57 €
6.997,55 € > inkomen ≤ 9.033,67 €477,10 €
> 9.033,67 €715,64 €
(geen vermindering mogelijk)

 

Opgelet: indien achteraf blijkt dat het inkomen toch hoger ligt dan de gekozen drempel, zijn verhogingen verschuldigd. De zelfstandige kan deze verhogingen vermijden door voor 31 december van het bijdragejaar voldoende bij te storten.

Deze maatregel treedt in werking op 1 april 2018.
De korting kan dus verleend worden voor de bijdragen vanaf het tweede kwartaal van 2018.