Menu

Vlaamse regering beslist over uitstel van betaling

Terug naar Actualiteit >
Alle regio's
Alle sectoren

Naar aanleiding van de tweede coronagolf heeft de Vlaamse regering een aantal beslissingen genomen rond uitstel van betaling, meer bepaald voor rechtspersonen en eenmanszaken. Ook voor erfbelastingen (Vlaamse belasting op nalatenschappen) en registratiebelastingen is er een verlenging van de termijnen. 

 

 

Rechtspersonen mogen wachten tot 30 april 2021 om de onroerende voorheffing van 2020 te betalen. Dit betekent dat alle aan rechtspersonen verzonden aanslagbiljetten van het aanslagjaar 2020 uitzonderlijk mogen betaald worden tegen uiterlijk 30 april 2021, ondanks de gewone betaaltermijn die op de aanslagbiljetten vermeld staat. Er zullen dus geen nalatigheidsintresten aangerekend worden, voor zover er uiterlijk op 30 april 2021 wordt betaald.

Voor eenmanszaken geldt een soepel afbetalingsplan voor de onroerende voorheffing 2020. Een afbetalingsplan kan eenvoudig aangevraagd worden via de website (e-loket) van de Vlaamse belastingdienst. Voor de aanslagbiljetten onroerende voorheffing aanslagjaar 2020 die betrekking hebben op onroerende goederen die beroepsmatig gebruikt worden door eenmanszaken, moeten geen bewijzen van financiële problemen voorgelegd worden bij het aanvragen van een afbetalingsplan. Ook daarbij geldt 30 april 2021 als uiterste betaaldatum. 

Voor erfbelasting en registratiebelasting (voornamelijk bij aankoop onroerend goed) is er een verlenging van termijnen tot 30 april 2021 om aan de fiscale verplichtingen te voldoen. Als de oorspronkelijke termijn afloopt tussen 1 november 2020 en 30 april 2021 en de fiscale verplichtingen nageleefd worden uiterlijk op 30 april 2021 dan is er geen belastingverhoging verschuldigd. Het is niet nodig om hiervoor een aanvraag te doen. 

 

Vlaams beschermingsmechanisme ‘3’ 

Op 13 november 2020 besliste de Vlaamse regering om het Vlaams beschermingsmechanisme ook toe te kennen voor de periode van 16 november 2020 tot en met 31 december 2020. 

Dit geldt voor ondernemingen met een omzetdaling van minstens 60% in de periode van 16 november 2020 tot 31 december 2020. Wie hiervoor kiest kan een aanvraag indienen tot en met 15 februari 2021. 

De steun bedraagt 10% van de omzet met een maximum van 11.250 euro (indien < 9 werknemers). De aanvraag kan gebeuren via het e-loket met je eigen elektronische identiteitskaart. De omzet van de betreffende periode in 2019 en 2020 moet wel aangegeven worden. 

Zelfstandigen in bijberoep krijgen 5% steun. Voor ondernemingen die nog niet gestart waren in 2019, wordt de omzetdaling vergeleken met de verwachte omzet zoals vermeld in het financieel plan.  

Concreet moet de omzetdaling bewezen worden en het directe of indirecte gevolg zijn van de coronamaatregelen genomen door het Overlegcomité vanaf 28 oktober 2020. Dit heeft onder meer bestrikking op de beslissing tot sluiting van cafés en restaurants. 

Federaal corona-overbruggingsrecht omzetdaling 

Dit betreft een vervangingsinkomen voor zelfstandigen, ongeacht hun activiteit. Dit overbruggingsrecht geldt voor bedrijven die hun activiteiten weliswaar kunnen voortzetten, maar die wel een belangrijk omzetverlies hebben als gevolg van de coronacrisis. De regering heeft dit omzetverlies op minstens 40% vastgelegd in de maanden januari, februari en maart 2021 en dit als gevolg van corona. 

Concreet dient er een omzetdaling te zijn van minimaal 40% in de kalendermaand voorafgaand aan de maand waarvoor je de uitkering aanvraagt en dit in vergelijking met dezelfde maand in het referentiejaar 2019. Dit betekent dat je al een aanvraag kan opstellen voor het overbruggingsrecht-omzetdaling voor januari 2021 als je kan aantonen dat de omzet op je bedrijf in december 2020 minstens met 40% is gedaald ten opzichte van december 2019. 

Een andere optie is om af te wachten en de aanvragen ineens samen te doen voor januari, februari en maart. Doe dit ten laatste op 30 september 2021. Bedraagt de omzetdaling ten opzichte van de referentiemaanden in 2019 telkens meer dan 40%, dan wordt het overbruggingsrecht voor de 3 maanden toegekend. Is de omzetdaling kleiner in de komende maanden, dan krijg je alsnog het overbruggingsrecht voor de maanden waarin de omzetdaling ten opzichte van het referentiejaar 2019 meer dan 40% bedroeg. Je kan je aanvraag zodoende indienen op het best passende moment en voor de best passende periodes, zolang er 40% omzetverlies kan aangetoond worden ten opzichte van het referentiejaar 2019 en dit ten laatste op 30 september 2021 gebeurt. 

Er moet wel een link zijn tussen de coronacrisis en het omzetverlies. Verder moet je tijdens de afgelopen 16 kwartalen minstens 4 kwartalen effectief sociale bijdragen betaald hebben. 

De omvang van de steun varieert in functie van de gezinslast en van het referentie-inkomen. Concreet moet de aanvraag gebeuren via het sociaal verzekeringsfonds, uiterlijk op 30 september 2021. Praktisch bieden ze een webform per maand aan voor de eenvoud en voor de snelle, automatische verwerking van de aanvraag. Daarbij vraagt met de voorlopige omzetgegevens of een raming ervan geattesteerd door de boekhouder op te geven. Het bedrag van de uitkering bedraagt 1610,10 euro (met gezinslast) of 1291,69 euro (zonder gezinslast).