Menu

“MPS gaf mij inzicht in herbicidengebruik”

Terug naar Onderwerp >

“MPS gaf mij inzicht in herbicidengebruik”Terug naar Onderwerp >

Boomkweker Joost De Winter ziet afnemers voorlopig nog weinig belang hechten aan duurzaamheidslabels zoals MPS. Wel kreeg hij door het bijhouden van zijn verbruiksgegevens inzicht in het totale kostenplaatje van het herbicidegebruik. Het was voor hem aanleiding genoeg om het herbicideverbruik op het bedrijf naar quasi nul te herleiden.

 

 

Vlak aan de Schelde met aan de overzijde het natuurgebied Kalkense Meersen ligt het bedrijf van Joost De Winter en diens vader Paul. Het bedrijf is gespecialiseerd in de teelt van laan-, bos-, sier- en fruitbomen in
maat 6-8 tot en met maat 20-25, op een oppervlakte van om en bij de 22 ha. De velden liggen in en rond
Wetteren. Vijftien jaar heeft het bedrijf al het MPS-label.

MPS is geen Vegaplan

“Je moet niet naar de vloer kijken”, zo waarschuwt Joost als hij ons verwelkomt in het bureaugedeelte van de
loods. Het zand op de vloer is het bewijs dat er vooral op het land gewerkt wordt, al vallen ook de pc’s en
de dubbele beeldschermen op. “Administratie hoort er zeker en vast ook bij, en het zal er in de toekomst niet
op verminderen.” Joost vertelt dat hij het niet gelijkstellen van MPS met Vegaplan NET een gemiste kans vindt. “Eigenlijk zit ik met MPS al een stap verder. Het is jammer om nog een keer te moeten betalen voor dezelfde keuring. Maar de overheid heeft dit zo beslist.” 

Vooral idealisme

Een extra keuring vraagt extra administratie, al wil Joost daar niet in dramatiseren. “Eén keer per maand
geef ik mijn verbruik aan gewasbeschermingsmiddelen, meststoffen, elektriciteit en water door. We hebben
geen containerveld en geen irrigatie, dus dat valt bij ons mee. Ook onze koelcel draait maar een viertal maanden
per jaar. En voor de Mestbank moet je ook gegevens over bemesting bijhouden, dus zoveel extra werk vraagt het niet.” Joost doet naar eigen zeggen vooral uit idealisme mee aan MPS. “Ik heb niet de indruk dat het mij commercieel iets opbrengt. Zelfs in de branche van de laanbomen, waar de klanten veelal bestaan uit openbare besturen, primeert de prijs. En telers gaan er volgens mij pas echt allemaal voor kiezen als het financieel iets opbrengt. Geld is niet de hoofdmotivatie van de telers die ik ken, maar het hoort er zeker bij.”

Inzicht in kosten

Hoewel bijhouden van gegevens voor MPS op de markt voorlopig nog geen groot verschil lijkt te maken, kan het wel zorgen voor inzicht. “Ik ben niet het type dat van alles gedetailleerde grafieken maakt, maar als ik de facturen nakeek, bekeek ik ook altijd eens de kostprijs van de herbiciden. En dan viel mij toch op dat onkruidbestrijding ook bij ons nog altijd een omvangrijke kostenpost was.” Nochtans was de liefde voor chemische onkruidbestrijding al niet erg groot op het bedrijf. “Mijn gedachtegang was dat als je met herbiciden 
onkruid bestrijdt, je eigenlijk soortgelijke dingen bestrijdt als dat wat je kweekt. Als je bovendien veel moet spuiten tegen het onkruid, krijg je ofwel problemen met je bomen, ofwel resistentere probleemonkruiden.”

Snijrogge en schoffelen

De keuze om nagenoeg herbicidevrij te werken, vraagt een doordachte aanpak. In oktober zaait Joost snijrogge
in tussen de rijen, om deze gangen onkruidvrij te houden. Eind mei wordt de snijrogge ingeklepeld en ingefreesd. Op die manier vormt het geen concurrentie in het groeiseizoen van de bomen. In het groeiseizoen werkt Joost - en vooral diens vader Paul - met mechanische onkruidbestrijding. Het gaat om een techniek van aanaarden en 
vervolgens de gevormde bermen in twee tijden afaarden. Ook in de rij wordt het onkruid zo meegeschoffeld. 
Die techniek bevalt prima. “Vorig jaar hebben we voor het eerst op de helft van de percelen geen herbiciden meer toegepast. We hadden – althans op dat vlak – meeval met het droge weer. De resultaten vielen goed mee en is de reden waarom we dit jaar op geen enkel perceel nog herbiciden gebruiken.” Nadeel is uiteraard dat er vaker tussen de bomen moet gereden worden, geeft Joost toe. “Maar het bedrag voor herbicidenverbruik loopt
op een boomkwekerij al snel in de duizenden euro’s. Daar wil ik al eens een aantal keer voor met de tractor
rijden.”

Gewasbeschermingsmiddelen moeten blijven

Dat neemt niet weg dat er op het bedrijf gespoten wordt wanneer het nodig is. “Sproeien is vaak een noodzakelijk kwaad. Gewasbeschermingsmiddelen moeten blijven. Tegen lapsnuitkevers, bladluizen of de 
witziekte durf en moet ik zeker behandelen. En als er geen andere opties zijn, durf ik zelfs behandelen met een ‘rood’ middel dat op de MPS lijst eerder afgeraden wordt. Als het fout loopt, moet je durven ingrijpen, of 
je eindigt met onverkoopbare bomen.” Het gebruik maken van selectieve middelen heeft ook een keerzijde. Ze
werken per definitie minder breed, moeten soms vaker ingezet worden – wat de onwetende burger niet graag
ziet - en ze zijn ook duurder. Ook de nieuwe tractor, die voldoet aan de nieuwste emissienormen en milieuvriendelijker is dan al zijn voorgangers, kost geld. “En daarvoor moet er wel economische rendabiliteit zijn; iets waarop er volgens mij te weinig nadruk wordt op gelegd.“

Economie en ecologie

Het nieuws dat het PCS in het kader van zijn duurzaamheidsadviesverlening ook rentabiliteit zal betrekken,
komt voor Joost dus niets te vroeg. “Veel telers weten niet wat een teelt kost en wat die opbrengt. Het leeft wel, maar te weinig kwekers staan er bij stil.” De band rentabiliteit-duurzaamheid is volgens De Winter onlosmakelijk.
“Economische rentabiliteit geeft ademruimte. En als je op een deftige manier je brood verdient, kijk je ook niet op de extra moeite om te registeren of iets anders te doen. Maar als in slechte seizoenen het sop de kool niet waard is, waarom zou je dan inspanningen blijven leveren?” Zoals het nu loopt, blijft Joost bij de gekozen strategie.  naast het fytogebruik, werkt hij ook samen met het CVBB voor een bemestingsstrategie op maat. Niet meer  geven dan écht nodig, is daarbij het doel. Zeventien ton stalmest per ha, voldoet al op zijn velden. Via bladbesmeting en biostimulanten wordt er hier en daar bijgestuurd. “Ik voel mij goed bij mijn eigen
aanpak. Ik werk zoveel mogelijk natuurlijk, mijn bodem leeft. Dat is mij ook veel waard.”