Menu

Terug naar Onderwerp >Brexit en handelsakkoorden

Brexit en handelsakkoordenTerug naar Onderwerp >


Wat de gevolgen op lange termijn van de Brexit zullen zijn, is afhankelijk van de uitkomst van de heronderhandeling van het institutionele kader. Beide partijen willen natuurlijk hun economische belangen beschermen.

In juni 2017 zijn de onderhandelingen opgestart over de uittredingsprocedure op basis van artikel 50 van het Verdrag van Lissabon. De start van de onderhandelingen verliep zeer moeizaam. Er zijn verschillende onderhandelingsscenario’s. Elk scenario zal een eigen bepaalde impact hebben.

De toekomstige handelsrelatie maakt voorwerp uit van onderhandelingen tussen de EU en het VK en er kunnen nieuwe en hogere invoertarieven vastgelegd worden. Als er geen (interim) akkoord wordt bereikt, valt de handel zelfs volledig terug op de Most Favoured Nation (MFN)-tarieven (het zogenaamde ‘cliff edge-scenario’) van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Wanneer men zou terugvallen op WTO-regels, zou dit de openheid van de Britse economie sterk beperken want dat betekent dat het VK preferentiële toegang verliest tot al die landen waarmee de EU nu een vrijhandelsakkoord heeft. Zulke landen zouden ook een gunstigere toegang tot de EU-markt hebben dan het VK. Zo gaat men bijvoorbeeld in de meeste scenario’s die momenteel bestudeerd worden, ervan uit dat een terugval op de WTO-regels een significante terugval in de handel van agro-voeding zal teweegbrengen en dit in beide richtingen en de voedingsproducten, zuivel en vlees zouden het meest beïnvloed worden.

Ondanks het feit dat de MFN-tarieven van WTO over alle EU-landen heen gelijk zijn, zal de bescherming afhangen van handelspatronen van elk afzonderlijk land. Een hoog tarief op een product dat weinig verhandeld wordt voor de ene lidstaat zal een lagere impact hebben dan een lager tarief op een product dat in grote hoeveelheden verhandeld wordt.

Opportuniteiten blijven open

Het worst case-scenario in geval van een “no-deal” kan een grote impact hebben op de toekomstige handel. Een akkoord tussen beide partijen zou de negatieve impact echter in grote mate kunnen milderen. De afhankelijkheid van het VK voor de invoer van landbouwproducten zal op korte termijn niet snel veranderen. De capaciteit om alles zelf te produceren is momenteel gewoon niet aanwezig. Het staat het VK natuurlijk vrij om te “shoppen” waar het dat wil. Gezien de bederfbaarheid en versheid van heel wat producten zal het VK hiervoor wellicht in grote mate aangewezen blijven op handel met zijn buurlanden uit de EU, waaronder België. Voor minder bederfbare producten is de kans theoretisch groter dat het VK buiten de EU op zoek zal gaan naar nieuwe leveranciers. De Britse consument is ondertussen ook gewend aan de beschikbaarheid van Europese kwaliteitsproducten. Zal de Brit op korte termijn zijn gewoontes willen veranderen? De kans is natuurlijk groot dat er net iets meer zal moeten betaald worden waardoor dit een impact zou kunnen hebben op de volumes. Veel zal afhangen van de evolutie van de koopkracht van de Britse consument na de Brexit. De marktoperatoren zullen dan ook de afweging moeten maken tussen kostprijs, transportprijs enerzijds en bijvoorbeeld garanties, vragen en verwachtingen van consumenten anderzijds.

Nieuwe handelsakkoorden tussen het VK en de EU én met andere niet-EU landen zullen natuurlijk ook een impact kunnen hebben op (eventuele) invoerrechten die van toepassing zullen zijn en concurrentie tussen EU en derde landen teweegbrengen.

Voor de Vlaamse land- en tuinbouw zullen er in de toekomst dus wellicht nog altijd exportkansen blijven. Alleen zullen de voorwaarden (en normen) mogelijk anders worden en kan er meer administratie bij komen kijken. Bijkomende controles (sanitair en fytosanitair), langere wachttijden aan de grensovergang in de havens, andere labelingsregels op verpakkingen enz. kunnen de kosten alleen maar opdrijven. We moeten er voor een aantal producten bovendien ook rekening mee houden dat er op de Britse markt meer concurrentie kan bijkomen uit derde landen. De impact van dit laatste zal ook veel afhangen van de eventuele handelsovereenkomsten die het VK met derde landen kan afsluiten. In zulke onderhandelingen verliest het VK ook gewicht in onderhandelingsmacht t.o.v. de EU als blok. Het VK is een relatief klein land met 65,6 miljoen inwoners tegenover de EU met 445 miljoen inwoners.

We kunnen echter onze nabijheid, kwaliteitsgaranties, dienstverlening, flexibiliteit, specialiteiten, professionaliteit, innovatie, just in time delivery, enz. blijven uitspelen. De Britse markt staat vrij open ten aanzien van innovatie en vernieuwing en we moeten op dat vlak blijven aandringen en inspanningen leveren.