Menu

De belangrijkste vragen op een rijtje

Terug naar Onderwerp >

De belangrijkste vragen op een rijtjeTerug naar Onderwerp >

Tijdens de implementatie van het plantenpaspoort, zijn er heel wat praktische vragen naar boven gekomen. Hieronder hebben wij de belangrijkste en meest voorkomende vragen opgelijst. De volledige lijst van vragen die het FAVV kreeg, is terug te vinden op hun website.

 

 

1. Aan welke voorwaarden moeten operatoren voldoen om een erkenning plantenpaspoorten (erkenning 17.1) te bekomen met oog op het gebruik van het nieuwe model plantenpaspoort?

Elke operator die een erkenning aanvraagt, krijgt hiervoor een bedrijfsinspectie. Tijdens dit controlebezoek ter plaatse zal nagegaan worden of het bedrijf beschikt over een systeem om de traceerbaarheid van de producten te garanderen. De aanwezige planten op het bedrijf zullen een fytosanitaire inspectie ondergaan en er zal nagegaan worden of fytosanitaire eisen nageleefd worden. De operator moet ook een fytosanitair verantwoordelijke aanduiden. Vanaf 14 december 2020 zal die verantwoordelijke zijn kennis over schadelijke organismen moeten kunnen aantonen. Hoe dit precies geverifieerd zal worden, wordt op dit moment nog uitgewerkt.

2. Moeten operatoren die uitsluitend planten aan particulieren verkopen over een erkenning plantenpaspoort beschikken?

Producenten of handelaars die uitsluitend aan particulieren verkopen moeten niet over een erkenning  plantenpaspoort beschikken omdat bij verkoop aan particulieren de planten niet voorzien moeten zijn van een plantenpaspoort. Op deze regel worden geen uitzonderingen gemaakt voor kleine hoeveelheden aan  professionele afnemers. Operatoren die hoofdzakelijk aan particulieren verkopen maar sporadisch ook planten verkopen aan een professionele afnemer, moeten dus ook beschikken over een erkenning plantenpaspoort.
Enkel wanneer planten verkocht worden via internethandel, webshops… moeten ze altijd van een plantenpaspoort voorzien zijn en moet de handelaar over een erkenning beschikken.

3. Moeten planten die aan bedrijven, scholen of openbare besturen verkocht worden, een plantenpaspoort dragen?

Indien het bedrijf, school of openbaar bestuur de planten koopt voor commerciële doeleinden (om ze verder te verkopen, om er vruchten van te oogsten, exploitatie van een bos,…), dan moeten die vergezeld zijn van een plantenpaspoort. Indien het bedrijf, school of openbaar bestuur de planten koopt voor persoonlijk gebruik (bijv. onderhoud eigen terreinen, decoratie van gebouwen of omgeving) moeten de planten niet vergezeld zijn van een plantenpaspoort.

4. Als een operator geen plantenpaspoorten moet afleveren, moet die dan geregistreerd zijn bij het FAVV?

Ja, alle operatoren actief in de productie, de opslag of de handel van planten en plantaardige producten moeten
geregistreerd zijn. Zij zijn verplicht om de traceerbaarheid van de producten te kunnen garanderen.

5. Mag een meer gangbare naam vermeld worden op het plantenpaspoort in plaats van de echte botanische naam?

Neen, enkel de botanische naam moet vermeld worden naast de letter A. Wanneer twee botanische namen voor
één plant beschikbaar zijn, dan mag de operator kiezen welke van de twee namen hij gebruikt, maar bij voorkeur
de meest recente. In het geval van bijvoorbeeld Azalea indica, is enkel Rhododendron simsii de correcte botanische naam en moet deze op het paspoort staan. Indien gewenst kan de operator ook de meer gangbare naam op het etiket vermelden, maar dat moet dan buiten het kader van het paspoort.

6. Wat moet als traceerbaarheidscode vermeld worden bij de letter “C”?

De traceerbaarheidscode is een nummer dat intern door de operator een traceerbaarheid kan garanderen bijvoorbeeld datum, interne code, bestelcode…). In vele gevallen is een bestelcode een goede keuze als traceerbaarheidscode. In het geval de planten op zodanige wijze klaargemaakt zijn, zodat ze zonder voorbereiding klaar zijn voor verkoop aan de eindgebruiker, moet de ‘C’ niet ingevuld worden. Er zal wel nog een lijst gepubliceerd worden met plantensoorten waarbij altijd een traceerbaarheidscode ingevuld moet zijn.
Mag het plantenpaspoort gecombineerd worden met een leveranciersdocument? In principe kan dit niet, het plantenpaspoort moet aan de kleinste handelseenheid aangebracht worden. Enkel als de leverbon ook op de kleinste handelseenheid hangt, kan het paspoort hiermee gecombineerd worden. De handelseenheid moet dan ook in één vervoermiddel op hetzelfde moment vervoerd worden en bestemd zijn voor één operator.

7. Hoe lang moeten plantenpaspoorten bewaard worden?

In principe moet het plantenpaspoort fysiek niet bewaard worden na levering van de planten. Wel moet de operator de gegevens over de geleverde plantenpaspoorten bijhouden om de traceerbaarheid van de planten minstens drie jaar te garanderen.

8. Mag een plantenpaspoort vervangen worden?

Als een handelaar dat wenst mag een plantenpaspoort op een handelseenheid vervangen worden door een ander. De betrokken operator moet dan wel over een erkenning beschikken om het plantenpaspoort af te leveren. Indien de handelseenheid in geval van handel niet wijzigt dan is een nieuw paspoort echter niet verplicht.

9. Mogen er twee plantenpaspoorten aanwezig zijn op één handelseenheid?

Indien bij vervanging het praktisch niet mogelijk is om het oorspronkelijk plantenpaspoort te verwijderen, kunnen
twee plantenpaspoorten aanwezig zijn op één handelseenheid. Het is echter aangewezen dit zoveel mogelijk te vermijden.