Menu

De certificaten door het bos zien

Terug naar Onderwerp >

De certificaten door het bos zienTerug naar Onderwerp >

De borging van duurzaamheid door middel van certificaten, krijgt meer aanzien in de markt. Wat kunnen de voordelen zijn van in te stappen en waar staan de belangrijkste labels voor? Tijd voor duidelijkheid.

 

 

De sierteelt loopt een beetje achter op vlak van duurzaamheidscertificering. Bijna alle andere sectoren in de
land- en tuinbouw zijn hier een paar stappen voor. De focus op de sierteelt verscherpt evenwel. Dat voelen ook 
retailers, handelaars en tuincentra, die daarom de nodige garanties proberen te bieden aan de consument.

Drie drijfveren

Binnen afzienbare zijn zal een markt zonder certificaten niet meer in te beelden zijn, en dat omwille van verschillende redenen. Certificaten geven in de eerste plaatst traceerbaarheid en transparantie. Twee
begrippen die ondertussen heilig zijn voor afnemers van bloemen en planten. Zij hebben eindverantwoordelijkheid over het product dat ze verkopen en willen dat risico verleggen hogerop
in de keten. Een tweede belangrijke reden is dat afnemers zich willen onderscheiden en een verhaal willen
creëren. Ook dat kan via certificaten. Tot slot geven sommige certificaten ook een zekere garantie op kwalitatieve en gezonde planten.

De bovenvermelde redenen kunnen trouwens doorgetrokken worden naar de producent. Ook voor de kweker is
het belangrijk dat hij zaken kan bewijzen en weerleggen en dat hij kan aantonen dat de manier waarop het
bedrijf werkt verantwoord is. Het is immers niet omdat bedrijven zelf weten dat ze verantwoord kweken, dat
andere stakeholders dat ook weten.  Een extra voordeel voor kwekers zijn de inzichten en de professionalisering
die je bekomt door een certificaatschema te volgen. Ze bieden een kader of een instrument aan met handvaten waarmee je de bedrijfsvoering beter kan sturen. Zie een certificaat dus niet als een verplichting. Maak er een lust van, want daarvoor zijn ze er.

Nu al grote invloed

Het Floricultural Sustainability Initiative, FSI 2020, is een initiatief dat alle spelers gezamenlijk stappen laat zetten richting duurzaamheid. Tegen 2020 zullen alle verbonden leden 90% van hun aankopen duurzaam inkopen.
Zij zullen enkel van bedrijven afnemen die gecertificeerd zijn. En het gaat niet om kleine bedrijven. 
Denk maar aan Ikea, Ahold Group, Waterdrinker, Greenyard, Dutch Flower Group, Royal Lemkes, Flora Holland… Dit heeft nu al een grote invloed op Belgische kwekers die aan Nederlandse of Duitse afnemers
leveren. Ook de Belgische markt is zich als gevolg hiervan aan het roeren. Meer dan ooit worden certificaten
dus een toegang om te mogen leveren.

Vegaplan is de standaard

De basis is de wetgeving. Dit wordt geborgd door het lastenboek Vegaplan Standaard Niet-eetbare-tuinbouw. Gezien het gemak om het te behalen, het financiële voordeel, de garantie die je ermee kan bieden en andere voordelen is er dus geen reden om dit niet te doen.

MPS

De overige certificaten op de markt gaan uit van private certificaathouders. Zij hebben certificaten die elkaar
aanvullen of die elkaar gewoon beconcurreren met gelijkaardige certificaten. De bekendste is waarschijnlijk
MPS, die verschillende certificaten beheert waarvan MPS ABC de bekendste en laagdrempeligste is. De
kweker registreert zijn verbruik (gewasbeschermingsmiddelen, meststoffen, energie en water) in een
online programma. Dat verbruik wordt vergeleken met bedrijfsspecifieke normen en dit levert hem een
score op wat leidt tot een MPS A+, A, B of C label. De kweker krijgt een rapport waar hij zijn bedrijfsvoering
mee kan sturen. Een certificaat waarmee hij dit zwart op wit kan bewijzen is MPS Product Proof. Door intensieve registratie en veel blad-staalnames toont hij aan dat hij bepaalde werkzame stoffen niet gebruikt.

GAP

In MPS GAP & GLOBAL GAP (Good Agricultural Practices) zijn eisen geformuleerd voor de productie, op
het gebied van traceerbaarheid, milieu, veiligheid en hygiëne. Het is dus meer gericht op verantwoorde
bedrijfsprocessen en de staving daarvan via de opmaak van een handboek. De kweker wordt hierin geholpen
met een hulphandboek. Dit certificaat gaat verder en vergt meer inspanning van de kweker. In de voedingssector is dit reeds de standaard.
De sierteeltsector evoluteert ook meer en meer richting GAP. Er bestaan ook certificaten gericht op de sociale aspecten van duurzaamheid: arbeidsomstandigheden, veiligheid, lonen… Deze certificaten zijn voornamelijk voor bedrijven met productie in het Zuiden maar ze worden meer en meer ook aan Europese vestigingen gevraagd. De relevantste zijn MPS SQ, GRASP en Fair Trade.

Ecologische labels

Verder zijn er nog certificaten  die zich volledig focussen op ecologische duurzaamheid. De meest bekende is natuurlijk het Bio-label, hoewel dat voor veel teelten nog onhaalbaar is. Een interessante nieuwe duurzaamheidsmethodiek is die van de ecologische voetafdruk voor plantgoed. Hierbij wordt duurzaamheid gemeten door elk proces om tot de plant te komen mee in rekening te brengen en te kwantificeren. Ikea vraagt hier al naar bij zijn leveranciers. Voorlopig is enkel de certificaathouder Benefits of Nature hiermee bezig. Het is dus belangrijk om te kijken wat past voor uw ondernemingsstrategie. Besef wel dat duurzaamheid geen vaag begrip meer is. Het wordt steeds concreter en al wie hier niet in meestapt, riskeert de trein te missen.