Menu

Implementatie nieuwe plantengezondheidsverordening

Terug naar Onderwerp >

Implementatie nieuwe plantengezondheidsverordeningTerug naar Onderwerp >

Laatst aangepast: 
26 januari 2021

Ongeveer één jaar geleden, op 14 december 2019, ging de nieuwe Europese plantengezondheidswetgeving van kracht. Vooral de brede invoering van plantenpaspoorten was een belangrijke verandering voor kwekers en handelaars. Eén jaar na de implementatie van deze verordening geven we graag een overzicht van de verdere uitrol.

 

Naast de brede invoering van de plantenpaspoorten, veranderden er nog andere zaken als gevolg van de nieuwe Europese wetgeving die op 14 december 2019 officieel van kracht ging. Een deel hiervan wordt nog steeds uitgerold. De belangrijkste wijzigingen met betrekking op de sierteelt- en boomkwekerijsector worden hieronder op een rijtje gezet.
 

Verfijning regels traceerbaarheidscode op het plantenpaspoort

Tot vorig jaar waren er nog heel veel vragen over het praktisch gebruik van de plantenpaspoorten. Intussen zijn de meeste praktische vragen opgelost en raakt de sector gewend aan het gebruik. AVBS raadt aan om moeilijkheden in de praktijk te melden bij je AVBS-consulent. Zo blijft AVBS op de hoogte van de situatie op het terrein en kunnen mogelijke onduidelijkheden uitgeklaard worden.
Op het plantenpaspoort moet naast de letter “C” een traceerbaarheidscode van betreffende partij vermeld worden. Over die traceerbaarheidscode was in het begin nog niet alles duidelijk. De traceerbaarheidscode is een
nummer waarmee de operator intern een traceerbaarheid kan garanderen (bijvoorbeeld datum, interne code,
bestelcode …). In veel gevallen is een bestelcode een goede keuze voor de traceerbaarheidscode. In geval de
planten zo klaargemaakt zijn dat ze zonder verdere voorbereiding klaar zijn voor verkoop aan de eindgebruiker,
moet je de C-code niet invullen. Het kan bijvoorbeeld gaan over planten die in een hoes gestoken worden
of die op een andere manier duidelijk bestemd zijn voor een eindconsument. Voor een aantal plantensoorten
geldt deze uitzondering niet en moet je altijd een traceerbaarheidscode invullen, ook al zijn de planten klaar
voor de eindgebruiker. Het gaat om de zes meest gevoelige soorten voor Xylella (Coffea, Lavandula dentata,
Nerium oleander, Olea europaea, Polygala myrtifolia en Prunus dulcis), Citrus planten en aardappelpootgoed
(Solanum tuberosum). Kennis operatoren op basis van technische fiches De nieuwe wetgeving vereist dat
operatoren die een erkenning bezitten om plantenpaspoorten af te leveren, over de juiste kennis beschikken
betreffende quarantaineorganismen. Het is aan de bevoegde autoriteiten, het FAVV in ons geval, om die  technische informatie ter beschikking te stellen. Het FAVV werkt momenteel aan de uitwerking hiervan. Meer bepaald wordt er van de twintig belangrijkste quarantaineorganismen een technische fiche opgesteld. Een
fiche bevat alle relevante informatie over een bepaald quarantaineorganisme: wetenschappelijke achtergrond, levenscyclus en maatregelen om de aanwezigheid en de versprei-ding van deze organismen op het Belgische grondgebied en in de EU te voorkomen. In de loop van december 2020 zullen deze fiches gepubliceerd worden op de website van het FAVV. Tijdens een controle voor de erkenning van het afleveren van plantenpaspoorten
zal bij de operatoren nagegaan worden of zij die fiches kennen en of ze er gebruik van kunnen maken om zich te informeren.


Registratie teelten

Onder de nieuwe wetgeving is het verplicht om een teeltopgave te doen van alle paspoortplichtige plantensoorten. In Vlaanderen en Brussel verloopt dit via een extra regel op de verzamelaanvraag. De meeste operatoren in Vlaanderen hebben dit voorgaande campagne al correct ingevuld. Het FAVV zal dit tijdens de volgende controles actief controleren. Operatoren die de teeltopgave niet (correct) gedaan hebben, zullen een waarschuwing krijgen.


Opvolging controles quarantaineorganismen en RNQP-organismen

In de nieuwe regelgeving zijn verschillende categorieën organismen aangeduid: quarantaineorganismen,  RNQPorganismen en ZP-organismen. De statussen ‘quarantaine’ en ZP (Zona Protecta of beschermde gebieden) zijn gekend uit de vorige wetgeving; de RNQP-status is een nieuwe. De status van een organisme  bepaalt aan welke eisen waardplanten van dat organisme moeten voldoen om in de handel gebracht te kunnen worden. De status bepaalt ook welke maatregelen er getroffen worden bij een vondst of uitbraak van dat organisme. In België leidde deze nieuwe status tot een praktisch probleem: de federale overheid is bevoegd voor de quarantaine-eisen, de gewesten voor de RNQP-eisen. Momenteel wordt de effectieve verdeling nog gefinaliseerd. Bij die verdeling wordt er steeds gestreefd naar een uniek loket voor de controles met betrekking tot de plantenpaspoorten. Uiteindelijk zal er per sector telkens één instelling voor alle controles instaan met betrekking tot de plantenpaspoorten. Voor de sierteelt- en boomkwekerijsector zal dit hoogstwaarschijnlijk het FAVV worden. Eens de verdeling tussen het FAVV en het departement Landbouw & Visserij volledig afgestemd is, zullen we dit meer in detail communiceren.