Menu

Meekijken met de Vegaplan-audit

Terug naar Onderwerp >

Meekijken met de Vegaplan-auditTerug naar Onderwerp >

De sfeer is gemoedelijk, wanneer inspecteur Leslie Ghys bij sierteler Koen De Vriendt uit Lochristi (Terrasplant.be) aan de livingtafel aanschuift voor een Vegaplan NET-controle. Koen kijkt de controle met vertrouwen tegemoet, terecht zo blijkt later. “Iemand die moeite wil doen om Vegaplan te halen, zal zich met geen onoplosbare problemen geconfronteerd zien”, klinkt het geruststellend bij CKCert.

 

Nochtans is het een flink uit de kluiten gewassen checklist die Leslie op tafel legt. Maar liefst 16 pagina’s met vereisten waarover Leslie een oordeel moet vellen, vergezeld van eventuele opmerkingen. Het gaat het om een vier-in-één controle: CKCert biedt een controle op de Vegaplan NET Standaard (Niet-Eetbare  Tuinbouwproducten) altijd samen aan met een controle op de wettelijke bepalingen vastgelegd in de Autocontrolegids, IPM (geïntegreerde teelt) én een controle op minimale plantenkwaliteit.

Sterke planten

De ouders van Koen waren gespecialiseerd in de teelt van azalea. Zelf besloot hij met Terrasplant.be een andere weg in te slaan en zich meer op nichemarkten te richten, met een breder gamma aan planten voor binnen en buiten. Teelten in de serres zijn nu onder andere Corokia, Coprosma en Araucaria. Koen is steeds op zoek naar nieuwe planten, tot in Australië toe. “Ik ben op zoek naar sterke planten, die op zich weinig gewasbescherming vragen”, zo geeft hij mee. Via telersvereniging Addenda teelt hij een aantal andere planten onder licentie, waarbij de milieuvriendelijkheid van een teelt een belangrijk criterium is.

Minimale plantenkwaliteit

Het doorlopen van de checklist gebeurt aan een stevig tempo. Een deel is niet van toepassing, onder andere
omdat alle teelten binnen blijven en er geen vollegrondsteelt aanwezig is. Onderdeel van het lastenboek is de
controle op minimale plantenkwaliteit. Tot voor 2019 werd dit gecontroleerd door de Vlaamse overheid zelf. Europa oordeelde echter dat dit moest gebeuren door een OCI, een onafhankelijke controle-instelling. Als producent van eindproducten gaat het vooral over de minimale aandacht die je moet geven aan de plantenkwaliteit gedurende de hele teelt. Wat aangekocht is, moet vrij van gebreken zijn. “Als teler is het de evidentie zelf om hier kritisch naar te kijken”, aldus Koen.

Spuitmateriaal in orde

Niet verwonderlijk gaat een belangrijk deel van de controle over de omgang met gewasbeschermingsmiddelen. De identiteit en contactgegevens van de beheerder van het lokaal moeten op elke deur vermeld worden. Het fytolicentienummer op de deur is niet verplicht, maar wel een aanbeveling. “Je kan ook een kopie nemen van de fytolicentie en deze aan de kast hangen”, tipt Leslie. “Het is al gebeurd dat we iemand zijn fytolicentienummer niet terugvonden, omdat er een foutje was geslopen in het overschrijven ervan.”
Als er moet gespoten worden, gebeurt dit op het bedrijf van Koen met de lans die via buizenwerk aangesloten is op de centrale spuitkuip. Het gaat dus niet om meer dan twee spuitkoppen. Bijgevolg is de keuring van het spuittoestel niet van toepassing. “Wel heb je de plicht om jaarlijks het materiaal in goede staat te houden en het te controleren”, weet Leslie. “Wanneer je die controle doet, noteer dit dan ook ergens – kan op papier, maar mag ook op pc of smartphone - zodat hier een bewijs van is”, geeft ze Koen mee.

Fytoweb.be is de norm

Tijdens de rondgang op het bedrijf is het fytolokaal een belangrijke halte. De audit was aangekondigd, en Koen
heeft voorafgaand de middelen in de kast nog eens extra gecontroleerd op fytoweb.be. “In vroegere tijden zat deze kast vol, maar er zijn al veel middelen weggevallen. We hebben er ook minder nodig.” Bij de laatste eigen controle voorafgaand aan de audit is er opnieuw een middel weggevallen dat zijn erkenning verloren had. “Het verandert ook heel snel”, erkent Leslie. Zelf maakt ze ook gebruik van fytoweb.be op de smartphone om enkele middelen te checken. Koen moet even zoeken naar het attest van Agri-Recover dat bewijst dat hij zijn  verpakkingen en niet-bruikbare middelen op een goede manier inlevert. “Voor ons hoef je dat niet geprint te hebben, op een scherm is ook goed”, suggereert Leslie. Een snelle opzoeking in de mailbox levert het gevraagde attest op.

Gebruik bijhouden via de smartphone

Een belangrijk onderdeel van de administratie rond gewasbeschermingsmiddelen is het fytoregister. Daarin moet
duidelijk beschreven staan welke producten er aangekocht zijn, wanneer ze toegepast zijn en aan welke dosis.
Koen is nog op zoek naar de ideale software-oplossing om het fytogebruik op een eenvoudige en efficiënte manier te kunnen registreren en exporteren. “Vandaag gebruik ik hiervoor de dagboekfunctie op mijn
smartphone. Via een app kan ik deze exporteren naar Excel, waardoor ik toch alle gegevens op mijn computer
kan bewaren en analyseren.”

Alles bijhouden

In die agenda op de smartphone houdt Koen naast bespuitingen ook bijvoorbeeld de bemesting bij. Het is voor Koen duidelijk dat het registreren in teeltfiches van elke behandeling met planten in de toekomst alleen maar zal toenemen, ook voor bedrijven die zonder veel personeel werken. “Onze telersvereniging legt het nog niet op, maar stimuleert het wel.”

Marge voor duurzaamheid

Het is duidelijk dat het streven naar een nog duurzamere bedrijfsvoering in de bedrijfsvisie zit. “We houden er rekening mee in de keuzes die we maken op vlak van wat we telen en ook in het preventiebeleid. Zo zetten we soms de verwarmingsblazers aan zonder verwarming, gewoon om het gewas droog te blazen. Dat helpt tegen schimmels.” Ook wil Koen snel 100% van het water recupereren en hergebruiken. “Veel zal afhangen van de evolutie van het bedrijf. Er kan maar volop in duurzaamheid geïnvesteerd worden, als de marge er ook is.”

Via Vegaplan naar GAP

Punt van discussie onder telers, is of de markt wel vraagt naar duurzaamheidslabels, en of ze extra wil betalen voor die marge die nodig is om in duurzaamheid te investeren. Koen is alvast overtuigd van de vraag. “We merken dat de klanten van onze afnemers vragen naar labels. Als je het niet hebt, haken afnemers af. Ook FSI dat tegen volgend jaar 90% van de geproduceerde en verhandelde planten duurzaam wil, zal zeker zijn effect hebben.” Koen wil het Vegaplan NET label daarnaast voor zichzelf om gerust te kunnen zijn dat hij in regel is. De korting op de FAVV-bijdrage is mooi meegenomen. Het volgende doel is al in zicht: Koen wil een GAP-certificaat. “Ik krijg er toch vraag naar, vooral uit het buitenland. Uiteraard primeert schoon en goed materiaal bij de afnemers, maar daarnaast vragen ze ook labels.” Leslie schat in dat GAP haalbaar is voor een bedrijf zoals dat van Koen. “Wie Vegaplan behaalt heeft een goede basis. Het maakt de opstap naar een volgend certificaat makkelijker. De opstart is het moeilijkste.”