Menu

Minimumlonen en forfaitaire daglonen

Terug naar Onderwerp >

Minimumlonen en forfaitaire daglonenTerug naar Onderwerp >

Het tewerkstellen van personeel brengt heel wat kosten en lasten met zich mee:

Uurlonen

Het uurloon wordt jaarlijks geïndexeerd. 

Vanaf 1 januari 2021 gelden volgende lonen:

  • Bloementeelt: 10,22 euro/uur
  • Boomkwekerijen: 11,36 euro/uur
  • Bosboomkwekerijen: 11,36 euro/uur
  • Parken & Tuinen A: 13,21 euro/uur
  • Parken & Tuinen B: 12,91 euro/uur

De volledige tabel voor 2021 vind je hier

Sociale bijdragen

De werkgever betaalt voor een werknemer altijd een sociale bijdrage. Voor seizoenarbeid is dit een verlaagd tarief waarbij de werkgever 37,75% betaalt op het forfaitair dagloon in de sector. Dit forfaitair dagloon wordt geïndexeerd. De werknemer zelf betaalt geen sociale bijdragen. Het forfaitair dagloon (in euro/dag) voor 2020 bedraagt:

 

Landbouw

Tuinbouw

Bloemisterij

Witloof

Forfaitair dagloon

21,11

20.62

20.62

25.79

Vermindering werkbonus

2,76

2,70

2,70

3,37

Een tuinbouwer betaalt dus 7,78 euro RSZ per dag voor een seizoenwerknemer. Het forfaitair dagloon is het basisbedrag waarop dit berekend wordt en is van belang voor wie zelf zijn DMFA (RSZ-)aangifte doet.
Wie zelf zijn DMFA aangifte doet kan op de website van de RSZ alle benodigde verminderingen en daglonen terugvinden.

Premies

Seizoenarbeiders worden beloond als ze veel dagen werken. Zo krijgen ze een eindejaarspremie van 190 euro als ze meer dan 50 dagen gewerkt hebben. Daarnaast krijgen ze ook nog een getrouwheidspremie van 0,50 euro per gewerkte dag als ze meer dan 30 dagen gewerkt hebben.

Vanaf 2016 krijgt iedere seizoenwerknemer die meer dan 50 dagen werkt een premie van 10,93. euro bruto. Deze premie wordt door de werkgever betaald in de maand dat de werknemer aan 50 dagen voor het betrokken jaar komt. Het sociaal secretariaat zal deze premie op de loonbon vermelden. Wie zelf de loonberekeningen doet, moet hier ook rekening mee houden. Deze premie komt naast de eindejaarspremie (190 euro bruto voor een seizoenarbeider in de tuinbouw) en de getrouwheidspremie (0,50 euro/dag voor een seizoenarbeider die meer dan 30 dagen in de tuinbouw werkt). Deze premies worden betaald door het Waarborg en Sociaal Fonds en moeten niet rechtstreeks door de werkgever betaald worden.

Wettelijke feestdagen

Als een seizoenarbeider werkt op een wettelijke feestdag dan moeten deze uren betaald worden aan het gewone uurloon voor seizoenarbeid. Er moet wel een feestdagvergoeding toegekend worden. Bij reguliere tewerkstelling moet elke feestdag die valt 30 dagen na de afloop van de arbeidsovereenkomst, uitbetaald worden.

Omdat er bij seizoenarbeid met dagcontracten gewerkt wordt, is dit niet praktisch. Daarom is er voor seizoenarbeid een aparte regeling uitgewerkt.

Indien de activiteit minder dan 14 dagen bedraagt, wordt er geen feestdag uitbetaald. Voor diegenen die minstens 15 dagen en maximaal 1 maand werken zonder onderbreking, moet er na afloop van de tewerkstelling 1 feestdag uitbetaald worden als deze valt binnen de 14 kalenderdagen na de afloop van de tewerkstelling. Indien de tewerkstelling langer dan een maand zonder onderbreking gebeurt, wordt elke feestdag die valt binnen de 30 dagen na het einde van de tewerkstelling uitbetaald.

Voor de dag(en) waarop deze vergoeding toegekend wordt, moet(en) er geen Dimona-aangifte gebeuren. Voor de vergoeding wordt gebruik gemaakt van het forfaitair dagloon en de beperkte RSZ-bijdrage.

Bedrijfsvoorheffing

De bedrijfsvoorheffing is een voorschot op de inkomstenbelasting dat geheven wordt op beroepsinkomsten. In het geval van een forfaitaire belastingaangifte met globale verrekening van de bedrijfsvoorheffing betaalt de werkgever op het totaal bedrag van de lonen een eenvormig tarief van 20,20% aan bedrijfsvoorheffing. Doordat in dit systeem de lonen door de werkgever globaal verantwoord worden (= dat de identiteit van de werknemers niet vermeld wordt op de opgave 325) moeten er geen individuele fiches op naam van de werknemers opgemaakt worden.

Aangezien de door de werkgever betaalde bedrijfsvoorheffing een eindbelasting is, moeten de werknemers die inkomsten niet aangeven in hun aangifte in de inkomstenbelastingen. Er moet in dit geval dus geen bedrijfsvoorheffing bij de werknemer ingehouden worden. Indien de werkgever de loonkost aangeeft op basis van een boekhouding (inkomsten-uitgaven) is er een verplichte inhouding van 11,11% bedrijfsvoorheffing door de werkgever. Deze bedrijfsvoorheffing wordt dan individueel per werknemer berekend. De werknemers zullen in dit geval een fiche 281.10 krijgen en zullen daarmee hun aangifte moeten doen in de inkomstenbelasting. Dit is een individuele verrekening van de bedrijfsvoorheffing.

Een forfaitair bedrijf kan ook kiezen voor een individuele verrekening van de bedrijfsvoorheffing. Een bedrijf met boekhouding kan niet kiezen voor een globale verrekening van de bedrijfsvoorheffing. Hieronder vind je de combinatiemogelijkheden:

 

Aftrek loonkost in een forfaitaire belastingaangifte

Aftrek loonkost in aangifte op basis van inkomsten – uitgaven

Individuele verrekening bedrijfsvoorheffing

(Verantwoorde lonen)

Mogelijk via de opmaak van individuele fiches 281.10 en inhouding van 11,11 % BV

Verplichte inhouding van 11,11 % BV om loonkost fiscaal in rekening te kunnen brengen

Globale verrekening bedrijfsvoorheffing

(Seizoenlonen)

Mogelijk via de opmaak van een verzamelopgave 325.10 en betaling van 20,20 % BV door de werkgever

Niet mogelijk