Menu

Terug naar Onderwerp >Overgangsmaatregelen

OvergangsmaatregelenTerug naar Onderwerp >


Tijdens de overgangsperiode van 1 september 2013 tot 31 augustus 2015 kan je gebruik maken van de overgangsmaatregelen om een fytolicentie te verkrijgen. Deze overgangsmaatregelen zijn zo opgesteld dat iemand die vandaag, en dit reeds gedurende minstens 2 jaar, op een legale manier gebruik kan maken van deze middelen de juiste fytolicentie verkrijgt om deze activiteit ook verder uit te oefenen na 25 november 2015. En dit zonder hiervoor een examen te moeten afleggen.

Er zijn 4 groepen van overgangsmaatregelen die door land- en tuinbouwers of loonwerkers kunnen gebruikt worden om een fytolicentie P2 (of P1) aan te vragen.

(De 5de overgangsmaatregel is specifiek voor verkopers van niet-professionele producten.)

 

  1. Erkende verkopers/erkende gebruikers conform de huidige wetgeving kunnen op basis hiervan alle niveaus van fytolicentie aanvragen. Als de gegevens gekend zijn bij de FOD Volksgezondheid dan moeten hiervoor geen bijkomende informatie verstrekt worden.
    Als de gegevens niet volledig zijn zal dit wel het geval zijn, bijvoorbeeld omdat de huidige erkenning afgeleverd is op bedrijfsniveau en niet aan de natuurlijke persoon.
  2. Erkende NACEBEL-codes in de KBO databank. Als naast het KBO-nummer ook het vestigingseenheidsnummer in orde is bij KBO en in de activiteitenlijst staat minstens één land- of tuinbouw- of loonwerkactiviteit dan kan hiermee een fytolicentie bekomen worden.
    In ons onderwerp over KBO kom je te weten hoe je een vennummer kan aanvragen.
     
  3. Een gevalideerde autocontrolegids (sectorgids) van het FAVV nl. G-012 (plantaardige productie), G-033 (loonwerk) of G-040 (primaire productie). Hier moet het KBO-nummer en vestigingseenheidsnummer/controlepuntnummer ingegeven worden. Daarnaast moet ook een kopie van het certificaat opgeladen worden omdat er nog geen automatische controle mogelijk is. Via deze maatregel kan de fytolicentie aangevraagd worden ook al is het vestigingseenheidsnummer bij KBO nog niet in orde.
  4. Geldige diploma’s/getuigschriften/attesten: dit zijn de diverse diploma’s die conform de wetgeving van 28/02/1994 in aanmerking komen voor erkend verkoper/erkend gebruiker. Het gaat over het diploma van minstens hoger technisch land-of tuinbouwonderwijs, alsook de opleidingen uit het hoger onderwijs in de land- of tuinbouw (graduaat, bachelor, industrieel ingenieur, bio-ingenier of master). Naast het diploma moet in de meeste gevallen ook een bijlage toegevoegd worden betreffende een aantal vakken die gevolgd werden tijdens de opleiding.
  5. Er is nog overleg tussen de FOD Volksgezondheid en de sector om de vereisten vast te leggen om 2 jaar ervaring te bewijzen bij de verkoop van niet-professionele producten.

Per bedrijf (KBO- en vestigingseenheidsnummer) kunnen tot maximum 4 fytolicenties van niveau 2 aangevraagd worden. Het is dus mogelijk dat een man en vrouw en/of één van de kinderen die samenwerken op het bedrijf allemaal een fytolicentie P2 aanvragen op basis van ervaring met als bewijs de gegevens van KBO.

Personen die een P2 of P3 hebben kunnen dan ook het certificaat P1 aanvragen voor personeelsleden die onder hun toezicht werken. Hiervoor moet het bewijs geleverd worden dat de persoon al 2 jaar ervaring heeft door te bewijzen dat die persoon de nodige tijd gewerkt heeft op uw bedrijf. Dit kan als vaste werknemer zijn maar als seizoensarbeider. Dit kan aangetoond worden met een uittreksel van de DIMONA-aangifte.

Voor het aanvragen van de fytolicentie P3 zijn de vereisten een stuk strenger en kan je enkel gebruik maken van erkend gebruiker/erkend verkoper of een geldig diploma.