Menu

In de praktijk: Overgangsperiode is cruciaal

Terug naar Onderwerp >

In de praktijk: Overgangsperiode is cruciaalTerug naar Onderwerp >

In het West-Vlaamse Passendale kweekt Thijs Vermeersch een breed assortiment siergrassen, van moederplant tot afgewerkt product. Een breed gamma is een troef voor de markt, maar door de invoering van de plantenpaspoorten bezorgt het ook extra hoofdbrekens. “We hebben al veel nagedacht over een systeem, maar zolang het niet verplicht is, gaan we nog wat wachten met de introductie ervan.”
Bedoeling is om op basis van het stockbeheer in het boekhoudprogramma een lotnummer (de C-code) aan alles toe te kennen, en zo twee vliegen in één klap te slaan. Voor de jongplanten die verkocht worden in stektrays, zal er wellicht met twee etiketten per tray gewerkt worden: één etiket met de naamgeving bij het stekken en een tweede voor het plantenpaspoort. Dat tweede steeketiket zal dan bij het verkoopsklaar maken aangebracht worden. “Op die manier kan het plantenpaspoortetiket als loodsbon fungeren bij de orderpicking.”

Fotolabels geen optie

Het grootste obstakel ziet Thijs bij de grassen die in pot verkocht worden. “Alles wat er van werk bijkomt bij het verkoopsklaar maken is te veel. Het plantenpaspoort laten drukken op de fotolabels is geen optie. We kweken  217 soorten in verschillende reeksen per jaar, en dus in verschillende partijnummers per soort. Van sommige soorten hebben we een voorraad etiketten voor twee jaar en er wordt 30% verkocht zonder etiket. Administratief en stockbeheersmatig is dit dus onhaalbaar. Dan zou ik liever nog bij het inpotten al een sticker aanbrengen.”
Een optie is om aan de transportband een stickermachine te zetten net na de inpotmachine. “Op die manier heeft de volledige partij het juiste paspoort en hoef je bij het klaarmaken niet meer op zoek naar het juiste etiket voor de juiste plant. Daartegenover staat dat er bij het inpotten iemand moet staan die technisch aangelegd. En dan nog zijn fouten onvermijdelijk.” Maar voorlopig wacht Thijs dus nog even af. “Ook voor Europa en het FAVV is het nog moeilijk om de wetgeving in de praktijk te beoordelen. Een overgangsperiode waarin de bedrijven een systeem kunnen integreren in hun dagelijkse werking is cruciaal. Ze moeten de tijd krijgen om dit te optimaliseren, na feedback van controlerende instanties en klanten.