Menu

Plantenpaspoort zorgt voor snelheid in bekampen van dreigende organismen

Terug naar Onderwerp >

Plantenpaspoort zorgt voor snelheid in bekampen van dreigende organismenTerug naar Onderwerp >

Het invoeren van het plantenpaspoort vraagt heel wat extra inspanningen van de sierteeltsector. Maar zal dit voldoende zijn voor het veiliger kweken en verhandelen van de planten? “Ook andere sectoren zullen inspanningen moeten leveren”, kadert Harry Arijs. Als adjunct-diensthoofd Plantenbescherming van de Europese Commissie was hij van bij het begin betrokken bij de invoering van de nieuwe regelgeving.

Europa publiceerde in 2016 de nieuwe plantengezondheidswetgeving onder de vorm van een verordening. De omschreven regelgeving is rechtstreeks van toepassing in alle lidstaten. Tot vandaag publiceert Europa nog steeds uitvoeringsverordeningen om de regelgeving te vervolledigen. Vanaf 14 december 2019 treedt het
hele verhaal in werking.
De invloed op de fytosanitaire werking op de sierteeltbedrijven is groot. Kwamen deze regels zomaar uit de
lucht gevallen? We hadden een gesprek met Harry Arijs over het waarom en hoe van de nieuwe plantengezondheidswetgeving.

Laten we beginnen bij het begin: wat is er mis met de huidige wetgeving?

Harry Arijs: “De basis van de huidige fytosanitaire regelgeving stamt reeds uit 1977. Intussen is er heel wat veranderd. Sinds het openstellen van de grenzen binnen Europa in 1993, is de handel niet enkel binnen de EU
maar ook wereldwijd heel sterk toegenomen. Netto is de EU een grote importeur van handelsgoederen. En zoals iedereen weet brengt de handel van goederen fytosanitaire risico’s met zich mee. Bijkomend merkten we dat vreemde organismen die Europa binnen komen, steeds beter kunnen overleven door het veranderende klimaat. Overigens waren al vele aanpassingen aangebracht aan de bestaande wetgeving. Dat maakte het zeer complex om de wetteksten te begrijpen.”

Was de uitbraak van Xylella in Zuid-Europa de aanleiding om de regelgeving te herzien?

“Neen, de beslissing om de regelgeving vanaf een nieuw blad te herschrijven is reeds tien jaar geleden gevallen. Dat was dus al vóór de uitbraak van Xylella in Zuid-Italië. Xylella was ook in de huidige wetgeving een sterk gereguleerd quarantaine-organisme. Toch is deze bacterie onopgemerkt in Europa binnen gekomen, heeft ze zich kunnen vestigen en heeft ze ondertussen jammer genoeg al zeer veel schade aangericht in Zuid-Europa. Hoewel Xylella niet de aanleiding was, heeft deze case wel bevestigd dat de Europese regelgeving achter de feiten holt en dat er zodoende nood was aan een grondige herziening.”

 

"Xylella toonde dat de Europese regelgeving achter de feiten holt."

 

In de nieuwe regelgeving zal Europa strenger zijn aan de buitengrenzen. Hoe zal dat aangepakt worden?

“De nieuwe regelgeving wil meer preventief te werk gaan en de insleep van nieuwe ziekten en plagen aan de
grenzen minimaliseren. Europa heeft altijd al een open handelssysteem gehad. Er is lang gediscussieerd om eventueel over te schakelen op een gesloten systeem. Uiteindelijk is er een compromis gekomen. Er is gekozen om het open systeem te behouden, maar de controle aan de grenzen wordt veel strenger. Zo zijn de invoervoorwaarden voor plantaardige producten veel duidelijker omschreven. Voor een beperkte lijst van risicovolle planten bestemd voor opplant is er zelfs een tijdelijke importban voorzien. Risicoanalyses leerden ons dat planten bestemd voor opplant grotere fytosanitaire risico’s dragen. Daarom geldt voor dit materiaal 100 % controle aan de grens. Echt elke partij die binnenkomt, zal een fytosanitaire controle ondergaan.”

Ook het tegenhouden van spreiding van ziekten en plagen binnen Europa is belangrijk. Hoe pakt Europa dat aan?

“Europa wil zo snel mogelijk kunnen reageren in geval van een dreigend organisme. Daarvoor is een hele reeks maatregelen in de regelgeving opgenomen. We screenen wetenschappelijke artikels en algemene berichtgeving over nieuwe plantenziekten wereldwijd. Op basis daarvan voeren we een systematische risicoanalyse uit. In heel Europa worden daarop intensievere bemonsteringsprogramma’s uitgerold om nieuwe ziekten en plagen sneller te ontdekken. In de professionele handelsketen zorgt het plantenpaspoort voor een verhoogde traceerbaarheid, zodat de bron van een eventuele infectie zo snel mogelijk te achterhalen is. Europa heeft vijf referentielabo’s aangeduid die met een gestandaardiseerde detectiemethode snel kunnen bemonsteren en analyseren. Via noodplannen kan er in mogelijke crisisomstandigheden sneller geschakeld worden.“

"We willen in Europa zo snel mogelijk kunnen reageren."

 

Wat verwachten jullie dan precies van de sierteelt- en boomkwekerijsector?

“Autonomie en verantwoordelijkheid. Autonomie om zelf voldoende alert te zijn voor nieuwe organismen die aanwezig kunnen zijn op de planten. Verantwoordelijkheid om in het geval van een vondst dit effectief te melden
aan de bevoegde autoriteiten. Volgend jaar zullen de lidstaten fiches opmaken die operatoren kunnen helpen om
specifieke quarantaineziekten te herkennen. We beseffen dat het nieuwe plantenpaspoort extra inspanningen
vraagt van de sector. Toch is dit paspoort, samen met onder andere de intensievere bemonstering, de erkenning van de referentielabo’s en de noodplannen cruciaal. Europa wil mogelijke dreigingen zo snel mogelijk neutraliseren. ”

Zijn ook andere sectoren betrokken?

“Zeer zeker. Op luchthavens bijvoorbeeld zullen de controles bij passagiers veel strenger verlopen op het
binnenbrengen van plantaardige producten. Dat zal extra inspanningen vragen van de controleurs op het
vliegveld. Internethandel neemt sterk toe, met alle fytosanitaire risico’s van dien. Daarom dat er ook voor die
sector strengere regels hebben ontwikkeld om zo veel mogelijk risico’s uit te schakelen. Ook het algemeen
belang van gezonde planten in de maatschappij willen we onder de aandacht brengen. De VN riep 2020
uit tot het Internationaal Jaar voor Plantgezondheid. Daar gaan we een hele reeks bewustmakingsinitiatieven
aan koppelen.”