Menu

TipsTerug naar Onderwerp >

Geef je personeel duidelijke instructies!

Veiligheidsinstructies vormen de basis van elk welzijnsbeleid. Het loont dan ook extra moeite te doen zodat instructies duidelijk zijn. Verkeerd begrepen instructies kunnen dan ook het verschil maken tussen een veilige of een gevaarlijke werkomgeving.

Wat kan er zoal fout lopen? Soms zijn procedures niet praktisch en bureaucratisch. In andere gevallen zijn ze te vaag en vrijblijvend. Niemand is gebaat bij instructies die overtollig of onbruikbaar zijn. Eenvoudig taalgebruik en heldere instructies zijn een absolute vereiste.

Het doel van een goede veiligheidsinstructies is om werknemers te voorzien van de informatie die ze nodig hebben om hun werk veilig te kunnen uitvoeren. Belangrijk is dat de instructies hun doel bereiken. De veiligheidsinstructiekaart(VIK) is een goed instrument om belangrijke instructies aan de man te brengen. In een VIK komen verschillende belangrijke aspecten aan bod:

  • De omstandigheden waaronder de arbeidsmiddelen of machines gebruikt moeten worden;
  • Mogelijke abnormale situaties;
  • Ervaringen die je opgedaan hebt bij het gebruik van het arbeidsmiddel of de machine

Als hulpmiddel om de communicatie rond veiligheid op te starten met jouw personeel hebben wij enkele veiligheidsinstructiefilmpjes gemaakt. Je vindt deze hier.

Orde + Netheid = Veiligheid

Een onveilige arbeidsplaats kan leiden tot ongevallen. Denk maar aan uitglijden of vallen. Maar ook een aanrijding door een heftruck of andere voertuigen is een risico als je niet ordelijk werkt. Kortom alle werkzaamheden op een niet goed ingerichte en nette werkplek leiden tot risico’s.

Een veilige plek om te werken is dus belangrijk. Om een werkplek veilig te maken en te houden moet je duidelijke afspraken maken met iedereen die er werkt. Zorg ervoor dat alles een goede plaats heeft en dat iedereen ook telkens alles op de juiste plaats legt. Zo blijft de werkplek net en ordelijk en dus ook veiliger.

Volgende zaken worden best afgesproken:

  • Houd doorgangen, trappen en looppaden vrij van obstakels;
  • Berg materialen en gereedschappen op nadat je klaar bent met je werkzaamheden;
  • Zorg dat vloeren niet glad zijn: water en oogstresten op beton zijn een gevaarlijke combinatie; verwijder ze frequent.
  • Verwijder olie- en vetvlekken direct, of bestrooi deze met zand of absorptiekorrels ter voorkoming van uitglijden;
  • Sla goederen veilig en stabiel op
  • Zorg voor goede hygiëne en houd gezamenlijke ruimtes schoon;
  • Ruim alles wat je niet direct nodig hebt op;

Je spreekt ook best af wie voor wat verantwoordelijk is en agendeert best dit punt geregeld bij overleg met het personeel.

Ken de gevaren van je producten!

Naargelang het seizoen komen jouw werknemers met gevaarlijke producten in aanraking. Dit zijn niet alleen fytoproducten, maar ook sommige reinigingsproducten, zuren, brandstoffen, … Je moet goed weten wat de gevaren van die producten zijn, wat de voorzorgsmaatregelen zijn en wat te doen als er iets misgaat.

Voor veel, maar niet alle chemische producten stelt de wetgeving normen vast voor classificatie en etikettering, zodat gebruikers goed geïnformeerd zijn over de stoffen waar ze mee werken. De EU-wetgeving voorziet in duidelijke, gestandaardiseerde veiligheidslabels, risicosymbolen en veiligheidsinformatiebladen (die door de producenten en leveranciers van chemische stoffen moeten worden verstrekt; veiligheidsinformatiebladen bevatten informatie over de eigenschappen van een stof, de gevaren die eraan zijn verbonden, en instructies over opslag, gebruik, bescherming, etc.). In dat kader is het dus van groot belang dat gevaarlijke producten in de oorspronkelijke verpakking bewaard worden en dat ze niet in andere verpakkingen overgegoten worden. Zeker als je producten overgiet in lege drankflessen wordt het risico dat iemand er verkeerdelijk van drinkt zeer groot.

Het is ook belangrijk dat je deze informatie op een begrijpbare manier aan je werknemers kan overbrengen. Werknemers moeten weten welke risico's zij lopen, welke preventieve maatregelen zijn genomen en welke actieplannen er zijn voor noodgevallen. Deze informatie moet in eenvoudige, duidelijke, niet-technische taal beschikbaar worden gesteld. Met een paar vragen controleer je ook best of hij/zij het begrepen heeft.

In de communicatie met je werknemers is het dus belangrijk:

  • dat op elke werkplek een lijst beschikbaar is met de gebruikte of geproduceerde gevaarlijke stoffen
  • dat voor elke geclassificeerde gevaarlijke chemische stof die wordt gebruikt een veiligheidsinformatieblad beschikbaar is
  • dat informatie uit het veiligheidsinformatieblad wordt omgezet in werkplekinstructies die praktische informatie bevatten over het gebruik van stoffen tijdens de dagelijkse werkzaamheden
  • dat ervoor wordt gezorgd dat verpakkingen voor gevaarlijke stoffen duidelijk zijn gemarkeerd, met waarschuwingen voor gevaren van fysieke aard (bijv. explosiegevaar) en gezondheidsrisico's
  • dat resultaten van risicobeoordelingen bekend worden gemaakt
  • dat werknemers geregeld wordt gevraagd naar potentiële gezondheids- en veiligheidsproblemen
  • dat werknemers alle relevante informatie, instructies en training krijgen over de gevaarlijke stoffen op de werkplek en over de voorzorgsmaatregelen die zij moeten nemen om zichzelf en andere werknemers te beschermen
  • dat ervoor wordt gezorgd dat alle werknemers weten hoe ze alle controlemaatregelen juist moeten toepassen, bij wie ze problemen moeten melden en wat ze moeten doen bij ongevallen met gevaarlijke stoffen.

Via de website van napo vind je enkele leuke filmpjes die je aan je personeel kan tonen.

Pas op voor brand en elektrocutie

Wist je dat één op de drie branden ontstaan door elektrische defecten? Meestal door overbelasting van een stroomkring en door kortsluiting omwille van slecht geïsoleerde kabels of defecte contacten die elektriciteitsdraden doen opwarmen. Elektrocutie ligt aan de basis van heel wat ongevallen. Daarnaast ontstaan heel wat ongevallen als gevolg van elektrische stromen en elektrische ladingen. Elektriciteit is extra gevaarlijk omdat het een onzichtbaar risico is.

Een verouderde of slecht werkende elektrische installatie is levensgevaarlijk. Dit is niet alleen een risico voor jezelf en je bedrijfsvoering, maar ook voor de werknemers die bij je werken of gehuisvest zijn. Twijfel dus niet en laat je installatie iedere 5 jaar keuren bij laagspanning en jaarlijks indien je een hoogspanningsinstallatie hebt. Is de installatie niet meer in orde, laat ze dan zo snel mogelijk aanpassen.

Enkele tips ter voorkoming van problemen met elektrische installaties:

  • Zorg dat elektrische kabels in perfecte staat zijn
  • Overbelast stopcontacten niet
  • Ga na of alle toestellen geaard zijn of op een andere manier voldoende beveiligd zijn
  • Ga na of het snoer van de elektrische apparaten in goede staat is
  • Trek de stekker van de elektrische toestellen uit vooraleer je ze schoonmaakt of herstelt. Ook bij onweer, trek je de stekkers best uit
  • Gebruik nooit elektrische toestellen wanneer je natte handen hebt of met je voeten in het water staat
  • Laat werknemers niet aan een elektrische installatie werken tenzij je zeker weet dat hij of zij voldoende kennis van zaken heeft
  • Test periodiek de verliesstroomschakelaar via de test knop

Voorkom uitglijden en vallen

Het lijkt banaal, maar uitglijden en vallen is, na ongevallen met dieren, nog altijd de grootste oorzaak van letsels in land- en tuinbouw. 19% van alle ongevallen gebeurt door te vallen vanop een hoogte en nog eens 14% door vallen op de begane grond. Uitglijden en vallen is dus een niet te onderschatten risico op uw bedrijf!

Wanorde op de werkplaats is een van de grootste oorzaken van valpartijen. Door ordelijk te zijn en op te ruimen kan je de situatie verbeteren. In een ordelijke werkplaats vind je gereedschap snel terug en kan je dus efficiënter werken. Het risico op een onvoorziene val van een voorwerp wordt ook sterk verminderd.

Ook het op- en afstappen van machines brengt risico's met zich mee, zeker in modderige omstandigheden. Wanneer je van een machine stapt met de rug naar de machine gekeerd of van de machine springt, loop je het risico dat je slecht neerkomt Wanneer je uitglijdt met de rug naar de machine, kan je je niet vasthouden aan de leuning. Let er dus op dat je achterwaarts van machines stapt en dat je je kan vasthouden aan een ketting of leuning voor het geval je uitglijdt.

Zorg er ook voor dat je kledij aangepast is aan het werk dat je wil uitvoeren. Stevige schoenen of laarzen met aangepaste zolen kunnen voorkomen dat je uitglijdt.

Zien en gezien worden

Elk jaar vallen er slachtoffers bij ernstige en soms zelfs fatale botsingen met machines of voertuigen. Nochtans kunnen preventiemaatregelen in combinatie met enkele organisatorische en technische maatregelen de kans op zulke ongevallen aanzienlijk verkleinen. Uit cijfers op basis van Franse ongevallenverslagen blijkt dat tussen een kwart en de helft van de ongevallen 'aanrijdingen voertuigen-voetgangers' had kunnen voorkomen worden bij door een betere zichtbaarheid.

Het voorkomen van botsingen op werkplaatsen start met enkele organisatorische maatregelen.

  • Zorg er voor dat voertuigenverkeer en voetgangersverkeer zo veel mogelijk van elkaar gescheiden worden. Dit voorkomt dat werknemers in de weg kunnen lopen van machines.  Markeringen en fysieke barrières zijn hierbij nuttige hulpmiddelen.
  • Informeer alle werknemers op de werkplaats over de veiligheidsvoorschriften. Zorg er voor dat iedereen weet wat wel en niet mag in de buurt van rijdende machines zoals een heftruck, een tractor, een oogstmachine,…
  • Zorg er voor dat je werknemers goed zichtbaar zijn. Doe ze bijvoorbeeld fluovestjes te laten dragen. Dit helpt de bestuurder van de machine
  • Geef iedereen een seintje als je start met een rijdende machine. Zo weet iedereen dat hij attent moet zijn.
  • Belangrijk is ook dat de gebruikers van rijdende machines op het terrein de zichtbaarheid vanuit hun voertuig vrijwaren en niet beperken door bijvoorbeeld allerlei accessoires.

Duidelijke afspraken en instructies tussen jou en je werknemers kunnen veel problemen voorkomen!

Geeft het goede voorbeeld!

Wil je dat je personeel veilig werkt? Geef dan zelf het goede voorbeeld. Draag geschikte kledij en gepast schoeisel én werk veilig. Zo verkleint de kans op ongevallen. Leg de nadruk op orde en netheid, geen alcohol- en druggebruik… Geef hen ook uitleg wat ze moeten doen, mocht er zich toch een ongeluk voordoen (noodnummer, EHBO-kist…).

Als bedrijfsleider moet je openstaan voor de ideeën en initiatieven van iedereen in verband met veiligheid. Veilig gedrag verdient aanmoediging. Onveilig gedrag moet onmiddellijk aangepakt worden en er moet uitleg gegeven worden waarom het anders moet. Motiveren moet gericht en herhaald gebeuren. Zijn medewerkers geïnteresseerd in veiligheid, geef hen dan ook de kansen en de middelen om dit waar te maken.

Vooraleer werknemers aan het werk te zetten, is het zeer belangrijk dat ze weten hoe ze met de machines of materialen aan de slag moeten. Deze instructies kan je geven aan de hand van een instructiekaart, die in principe aanwezig moet zijn bij elke machine en alle materiaal dat werknemers gebruiken.

Werk veilig aan een machine in storing!

Regelmatig onderhoud is essentieel om apparatuur, machines en de werkomgeving veilig en betrouwbaar te houden. Onvoldoende of gebrekkig onderhoud kan leiden tot gevaarlijke situaties, ongelukken en gezondheidsproblemen. Onderhoud is wel een activiteit met een hoog risico en houd verschillende gevaren in. Het is daarom belangrijk dat je probeert om zo vele mogelijk risico' s uit te sluiten. Werk volgens de correcte procedures. Zet machines altijd stil voordat je er aan werkt en wacht ook tot ze volledig tot stilstand zijn gekomen. Zet onderdelen die kunnen bewegen of draaien vast. Dit kan je doen met blokken of steunen. Op die manier verminder je het risico op verplettering. Gebruik de juiste uitrusting en draag de gevraagde persoonlijke beschermingsmiddelen. Zorg er ook voor dat alle beschermingskappen teruggeplaatst worden na de reparatie.

Zorg er ook altijd voor dat je personeel weet wat het moet doen in geval van een storing. Geef hen instructies over de werking van de machine en de procedure die ze moeten volgen in geval van problemen.