Menu

Knolcyperus en doornappel

Terug naar Actualiteit >
Alle regio's
Alle sectoren

 

 

Wees je bewust van de risico’s

 

 

 

 

Knolcyperus is een invasief onkruid dat steeds meer oprukt in Vlaanderen. Het is een zeer hardnekkige, grasachtige plant die behoort tot de familie van de cypergrassen. De beheersing/bestrijding is niet evident, omdat dit onkruid beschikt over ondergrondse knolletjes die jarenlang kunnen overleven. Deze knolletjes kunnen zeer snel in aantal toenemen en zijn dan ook de voornaamste verspreidingsvorm. In sommige gevallen is ook zaadvorming een bron van verspreiding.

 

Als je te maken hebt met knolcyperus, zijn er een aantal specifieke aandachtspunten. Deze richten zich vooral op het vermijden van vermeerdering en verspreiding. Belangrijk is dat je een beginnende besmetting tijdig opspoort, isoleert en bestrijdt om erger te voorkomen. Samengevat kunnen we zeggen: “Blijf alert op knolcyperus en zorg dat percelen vrij zijn van dit probleemonkruid. Let er ook op bij nieuwe percelen, grondbewerkingen, aanvoer van grond en import van plantmateriaal.”

Voorkomen is beter dan genezen

Knolcyperus is zeer moeilijk te bestrijden, vermenigvuldigt zich snel via uitlopers en knolletjes en zorgt voor ernstige opbrengstderving. Het verhinderen van verdere verspreiding van dit onkruid is dan ook van groot belang. Men schat dat ongeveer 5 tot 10% van de percelen besmet is met knolcyperus. Deze besmette percelen vormen uiteraard een reële bron van waaruit insleep in uw percelen mogelijk is. Dit gebeurt vooral via grond(deeltjes) op eigen machines of via loonwerk, ook via tarragrond die terugkeert … Verspreiding via grondbewerkingsmachines is een belangrijke oorzaak van de verspreiding. Er hoeft maar één knolletje aan een machine te hangen en het probleem verspreidt zich al naar een ander perceel.

Teeltbeperkingen en bestrijdingsplicht

Sier- en boomtelers dienen zich goed bewust te zijn van de risico’s en gevaren van een knolcyperus-besmetting. Controle is noodzakelijk door je percelen regelmatig na te kijken of het probleemonkruid aanwezig is. Wanneer je een besmetting vaststelt dien je maatregelen te nemen om knolcyperus te vernietigen en verspreiding tegen te gaan. Kleine infectiehaarden in een perceel pak je gericht aan door deze af te bakenen en te bestrijden zodat er geen verdere besmettingen kunnen gebeuren. Mechanische bestrijding is erop gericht de knolletjes uit te putten, door de plant korte tijd na opkomst telkens weer kort onder de bodem met messen af te snijden. Dit moet tijdig gebeuren, voordat de plant de kans krijgt nieuwe knolletjes aan te maken. Bovendien moet je ervoor zorgen dat je de knolletjes niet zelf verder verspreidt met de machine.

Preventie

Let goed op bij plantmateriaal of kluitgoed. Mogelijks kunnen deze afkomstig zijn van (buitenlandse) percelen die besmet zijn met knolcyperus. Wanneer je nieuwe percelen op het oog hebt voor je teelt, controleer dan of deze vrij zijn van knolcyperus. Voor meerjarige teelt van bomen en vaste planten is het uitermate cruciaal dat je voorkomt dat er besmettingen vanuit nieuwe percelen geïmporteerd worden in je bestaande percelen via bijvoorbeeld grondbewerkingen. Indien mogelijk kan je nieuwe percelen het laatst bewerken. We adviseren kwekers ook om nieuwe percelen die zij op het oog hebben, te bezoeken en te controleren op mogelijke aanwezigheid van knolcyperus. Ga desnoods al eens kijken, een jaar of twee voordat je het perceel in gebruik wil nemen. In geval van cultuurpacht moeten verhuurder en huurder een overeenkomst sluiten met een verklaring dat het veld vrij is van knolcyperus.

IPM maatregelen

De maatregelen binnen IPM richten zich vooral op het vermijden van verdere vermeerdering en verspreiding. Voor sierteeltgewassen is er binnen IPM voorlopig nog de mogelijkheid voorzien wortel-, bol- en knolgewassen te telen op besmette percelen. De uitdrukkelijke voorwaarde is wel dat de aanklevende grond maximaal verwijderd wordt, bijvoorbeeld in het geval van oogst met blote wortel, en/of dat de geoogste ondergrondse plantendelen aan een grondige inspectie onderworpen worden, bijvoorbeeld bij kluitplanten. Grond afvoeren van besmette percelen dient absoluut vermeden te worden.

Vanaf 2023 wordt het teeltverbod van wortel-, bol- en knolgewassen op een door knolcyperus besmet perceel opgenomen als één van de randvoorwaarden in het nieuwe Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB). Telers krijgen de raad om nu al hun percelen te controleren op de aanwezigheid van knolcyperus. Voor sierteelt wordt een overgangsperiode voorzien van drie jaar, waarbij pas vanaf 2026 het teeltverbod na besmetting wordt opgenomen in de randvoorwaarden van het GLB.

Doornappel stevig aanpakken

Ook doornappel is een probleemonkruid dat in snel tempo aan terrein wint, met alle gevolgen van dien. Het grote vermeerderingsvermogen, de late opkomst en de aanwezigheid in veel wisselteelten maken het tot een lastig uit te roeien onkruid. Doornappel is ook een zeer giftige plant. De zaden en het blad zijn giftig voor mens en dier. Een dosis van 500 gram is bijvoorbeeld al dodelijk voor een rund. 

Deze giftige plant dient ten alle tijden bestreden te worden om verdere problemen te voorkomen. Sommige teelten mogen zelfs - met het oog op voedselveiligheid - niet geoogst worden bij een aanwezigheid van dit onkruid. Daarom werd de verplichte bestrijding van dit onkruid vanaf 2022 opgenomen in de IPM-checklist.

De verspreiding van doornappel verloopt vooral via zaad. Heel typisch zijn de witte, trompetvormige bloemen waarop zich later stekelige en eivormige doosvruchten ontwikkelen. Die doosvruchten zijn 3 tot 5 centimeter groot en worden al in een zeer jong stadium gevormd. Elke doosvrucht kan honderden zaden bevatten. Als je niet optreedt, kan deze plant zich dus zeer snel verspreiden. Doe de moeite om planten uit te trekken, en gebruik daartoe handschoenen!. Verwijder ze van het veld en vernietig ze. Nadat je de plant uittrok, zal deze er alles aan doen om toch nog kiemkrachtige zaden te vormen door alle energie naar de zaden te pompen. De plant laten opdrogen op het veld is dus een slecht idee. Er dient steeds vermeden te worden dat doornappel in zaadproductie komt om verspreiding van dit onkruid te vermijden.