Kantoor - bedienden - shutterstock

Paritair comité tuinbouw wordt verruimd met bedienden

18 januari 2023

Het belangrijkste nieuws, dat deze maand te melden valt, is dat het Paritair Comité tuinbouw vanaf 1 januari nu ook bevoegd wordt voor bedienden.

 

Het Paritair Comité tuinbouw is vandaag enkel bevoegd voor de arbeiders. De bedienden vallen meestal onder het Aanvullend Paritair Comité voor Bedienden (PC 200) of, wanneer je als werkgever ook een winkel hebt, onder de zelfstandige kleinhandel (PC 201). Vanaf 1 januari 2023 zal een KB gepubliceerd worden waardoor de Paritaire Comités voor de Land- en Tuinbouw verruimd worden met bedienden. Vanaf dat ogenblik zullen bedienden ook vormingen kunnen volgen die door EDUplus worden voorzien. De loonkost zal ook aan de werkgever worden terugbetaald. Ook zal voortaan voor bedienden dezelfde flexibiliteit kunnen worden toegepast als voor de arbeiders. Dit wil zeggen dat ze tot 11 uur per dag en tot 50 uur per week kunnen werken zonder overurentoeslag. De loonbarema’s die van toepassing zijn op dit ogenblik, en de functieclassificatie zoals die geldt in PC 200, blijven behouden. Het zal ook de werkgever zijn die in de toekomst in december de eindejaarspremie zal uitbetalen.  

Wij hebben reeds een afspraak gemaakt waarbij er voor vorming en opleiding, voor de risicogroepen en voor de syndicale premie een beperkte werkgeversbijdrage van 1,15% zal moeten worden betaald aan de RSZ. Met deze bijdrage kunnen we onder meer de loonkost bij het volgen van een cursus terugbetalen. Het zal ook in de toekomst mogelijk worden om voor bedienden die ontslagen worden outplacement aan te bieden via EDUplus. Verder hebben wij ook afspraken gemaakt hoe de tussenkomst in het woon-werkverkeer moet geregeld worden: hier nemen wij de afspraken over die gelden voor de arbeiders. Alle sectoren moeten tegen 2030 een uniforme regeling hebben voor arbeiders en bedienden. Tegen de zomer van 2023 zullen we alle afspraken rond hebben. Het is voor de werkgevers belangrijk dat we voortaan zelf ook voor de bedienden kunnen onderhandelen.  

Vrijstelling ziekte-attest voor de eerste dag 

Wanneer een werknemer door ziekte of ongeval niet kan werken, moet hij onmiddellijk zijn werkgever daarvan in kennis stellen. Je kan als werkgever vragen aan de werknemer om een geneeskundig getuigschrift te bezorgen om zijn afwezigheid te verantwoorden. Vanaf 28 november 2022 is er een wet van kracht die aan deze basisregels een verandering aanbrengt. De werknemer hoeft geen medisch attest meer voor te leggen voor de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid en dit ongeacht of zijn afwezigheid één of meerdere dagen bedraagt. Dit houdt in dat de werknemer pas vanaf de tweede dag van de arbeidsongeschiktheid een medisch attest moet overmaken aan de werkgever. Deze vrijstelling kan maar drie keer per jaar worden toegepast. Voor alle duidelijkheid: de verplichting om in alle gevallen de werkgever onmiddellijk in kennis te stellen van de afwezigheid, blijft wel behouden. 

Er is in de wet een algemene uitzondering opgenomen. Ondernemingen met minder dan 50 werknemers op 1 januari van het betrokken jaar, kunnen toch nog voorzien dat er in alle omstandigheden een medisch attest moet afgeleverd worden. De werkgever kan het behoud van het medisch attest voorzien in het arbeidsreglement. In dit reglement kan ook voorzien worden dat de werknemer zich gedurende bepaalde tijdstippen ter beschikking moet houden voor een mogelijke medische controle en dus thuis moet blijven. De werkgever kan immers altijd een controle geneesheer sturen.