Menu

Terug naar Actualiteit >Veel animo op nieuwjaarsreceptie Groen Groeien

Alle regio's

Op de druk bijgewoonde nieuwjaarsreceptie van Groen Groeien op 4 februari ll. op het bedrijf van David Lannoo in Pittem was er, naast de collegiale babbel, ook tijd voorzien voor een uitwisseling van gedachten over een aantal prangende kwesties in de tuinaanlegsector. Ook kon voorzitter Marc Galle een aantal primeurs aankondigen. Een impressie.

 

Nieuwe initiatieven 

Voorzitter Marc Galle stond in zijn welkomstwoord aan de ruim 160 aanwezigen stil bij de verwezenlijkingen van het afgelopen jaar. Zo kon hij meegeven dat de vereniging bruist van activiteit (getuige daarvan de respons op de nieuwjaarsreceptie) en dat in een aantal dossiers stappen vooruit werden gezet. Zo hebben van de meer dan 100 aanvragen voor het Tuinexpert kwaliteitslabel al 10% van de aanvragende bedrijven een audit gekregen. ‘Het TuinExpert kwaliteitslabel is een onafhankelijke certificering voor de professionele tuinaannemer dat ijvert voor vakmanschap, maar zonder dat iedereen een driesterrenbedrijf moet worden’, aldus Marc Galle. Hij benadrukt dat het label er is voor alle tuinaannemers, ook voor deze zelfstandigen die werken zonder personeel. Het label en de portaalsite mijntuinexpert.be worden gerund door GroenXpert, een professionele, onafhankelijke organisatie die ondersteuning, coaching en promotie voor de professionele tuinaannemer aanbiedt en gesteund wordt door Groen Groeien.

De voorzitter kondigde ook het nieuw initiatief rond zwemvijverbouwers aan. Groen Groeien werd gekozen als platform voor de verdere uitbouw van de werking van de Belgische vereniging voor biologische zwemvijvers. Dit is de Vlaamse tak van IOB (International Organization for natural Bathing waters) een vereniging die in 2009 werd opgericht en 12 internationale zwemvijverorganisaties overkoepelt. In 2011 vertegenwoordigde deze vereniging meer dan 600 individuele bedrijven. Belangrijk aandachtspunt op de agenda is het wegwerken van de hiaten in de Belgische wetgeving rond natuurlijk zwemwater. Bedrijven die bij dit platform willen aansluiten, betalen een extra jaargeld van 100 euro boven het lidmaatschap bij Groen Groeien.

 

Tijd voor discussie

Drie Vlaamse parlementariërs, namelijk Bart Dochy (CD&V), Sabine Vermeulen (N-VA) en Francesco Vanderjeugd (Open VLD)  namen het woord tijdens het forum. De onderwerpen die moderator Saartje Vandendriessche aankaartte, gingen over de toekomst van de tuinaanlegsector in het algemeen, sociale economie, BTW in de tuinaanleg en de rol van VLAM. 

Toekomst - Eén van de prangende vragen vanuit de sector is of groen stiefmoederlijk wordt behandeld in openbare aannemingsdossiers. Uit de antwoorden van het politieke panel kan worden afgeleid dat de openbare besturen inspanningen doen om lokale ondernemers zo veel als mogelijk te betrekken bij opdrachten maar dat de prijs wel een belangrijke factor blijft. De groenbudgetten krimpen en de wetgeving rond het gebruik van pesticiden in openbaar groen legt een zwaardere druk op de middelen.

Tuinaannemersbedrijven moeten openstaan voor differentiatie, menen de politici, zodat ze gepast kunnen inspelen op opportuniteiten die zich aandienen, zoals bijvoorbeeld alle mogelijke (en nieuwe) initiatieven rond de uitdagingen die de klimaatsverandering met zich brengt. Maar er zijn ook andere kansen die zich aanbieden rond dienstverlening in openbaar groen omdat lokale besturen vaak onderhoudsopdrachten niet zelf meer willen uitvoeren en de financiële middelen om dit te doen aan de clubs zelf geven. Denk bijvoorbeeld aan het onderhoud van de sportterreinen. De politieke mandatarissen zijn het er over eens dat groen geen appendix mag zijn in de aanbestedingen maar zijn er zich ook van bewust dat kleinere bedrijven soms moeilijk kunnen optornen tegen de grote spelers in grote aannemingscontracten.

Sociale economie – Neemt de sociale economie het werk af van de specialisten? De opmerkingen die veelal vanuit de reguliere tewerkstelling naar de sociale economie gemaakt wordt, is dat mensen uit hun circuit worden gehaald en dat deze blijven hangen in de sociale economie die op haar beurt ook nog eens qua opdrachten in het vaarwater van de tuinaanleg kan verzeild geraken. De politici menen dat de sociale economie een bepaalde niche bespeelt, hoofdzakelijk in het onderhoud, terwijl de tuinaanleg op een ander niveau opereert, namelijk vanuit creatie, techniek en innovatie. De reactie van de aanwezigen was dat ook het reguliere tuinaanlegbedrijf het onderhoudswerk nodig heeft als buffer. Veel meningen dus die voor heel wat discussie zorgden. De politieke mandatarissen zijn het er over eens dat lokale overheden inspanningen doen voor toeleiding van deze mensen naar de reguliere arbeidsmarkt. Dit lukt uiteraard niet voor iedereen maar groenwerken vormen goede projecten voor doorstroming, wordt gesteld. Als belangrijk punt in de discussie werd meegegeven dat een wet in de maak is die zal toelaten dat ook een KMO of eenmansbedrijf personen met een afstand tot de reguliere arbeidsmarkt zal kunnen tewerkstellen onder dezelfde voorwaarden als de sociale economie (in het kader van individueel maatwerk). Er wordt hier veel van verwacht.

BTW – Het is een oud zeer in de tuinaanleg dat een tuinaanlegbedrijf dat aan de klant planten levert en ze plant, 21% BTW voor de planten moeten aanrekenen terwijl een consument die planten aankoopt bij een zuivere plantenleverancier hiervoor 6% BTW moet betalen. Alles heeft te maken met het feit dat in het eerste geval het totale pakket als werken in onroerende staat wordt aanzien. De politici tonen begrip voor deze ‘scheve’ situatie en spraken zich allen uit om het voorstel tot verlaging te steunen.

Rol VLAM – De panelleden spraken zich positief uit over het initiatief van Tuin-Expert dat vanuit het beroep zelf gevoerd wordt. VLAM moet dit initiatief dan ook positief benaderen omdat de tuinaanlegsector een dienstensector is en deze specifieke eigenheid een andere benadering vraagt. Het is volgens het panel trouwens niet meer aan de overheid om kwaliteits-
labels te gaan voeren en te controleren. Initiatieven vanuit het beroep zijn de toekomst (bottom-up benadering) en moeten ook voldoende steun krijgen vanuit de sector (lees VLAM).

Het levendige debat werd gevolgd door een levendige receptie waar nog volop kon nagekaart worden over de onderwerpen die de revue waren gepasseerd. Een geslaagde avond voor het beroep! l

 

> Willy De Geest, tekst en foto's