Menu

Terug naar Actualiteit >Veilig werken op groendaken en daktuinen

Alle regio's

Groendaken zijn niet meer weg te denken uit het straatbeeld. Als aannemer is het een  uitdaging om een groendak veilig te betreden en te onderhouden. Op de infoavond van Groen Groeien omtrent ‘veilig werken op groendaken’ boden we aan de hand van een aantal workshops antwoord op de meest gestelde vragen. We verdiepten ons niet in de technische opbouw van het groendak maar op het veilig en comfortabel werken. 

 

Als we daktuinen en groendaken van dichtbij bekijken, stellen we vast dat groenaannemers een grote uitdaging
hebben aan de aanleg en het onderhoud van de groendaken. Naast de ‘technische kant’ wordt de  groenaannemer geconfronteerd met valgevaar.

Hier wordt in veel gevallen te weinig bij stilgestaan. Het is nochtans van levensbelang om een goede risicoanalyse te maken en veiligheidsmaatregelen te nemen. Als alles goed gaat, heeft men al in de ontwerpfase en pre-planning stilgestaan bij de veilige betreding van een daktuin of groendak.


Hou rekening met de risicohiërarchie
Het is de taak van de betrokken personen rekening te houden met de, bij wet bepaalde, risicohiërarchie. Risicohiërarchie houdt in dat men eerst het (val)gevaar bij de bron bestrijdt. Indien dit niet lukt, grijpt men naar
collectieve systemen zoals bijvoorbeeld randbeveiliging. Kan men om technische redenen geen collectieve
beschermingsmiddelen (CBM) installeren, dan maakt men gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen
(PBM’s). Voorbeelden hiervan zijn een harnas, leeflijn en ankerpunt (valbeveiliging). Dit noemen we de zekeringsketen.


Welke valbeveiliging kiezen?
De keuze van je type valbeveiliging hangt af van enkele factoren zoals intensieve en extensieve groendaken
of tuinen. Waar men op een extensief groendak misschien één of twee keer per jaar een betreding doet (naargelang plantkeuze, groeifase en vakkundige aanleg), zal men op intensieve groendaken twee tot tien keer per jaar een betreding doen. Het spreekt voor zich dat je bij een ‘openbare’ groene ruimte op hoogte altijd moet  kiezen voor een collectief permanent valbeveiligingssysteem. Er bestaat een richtlijn van de FBB  (Fachvereinigung Bauwerksbegrünung) die helpt de keuze te bepalen van je type valbeveiliging (type groendak en zijn functie plus het aantal betredingen). De richtlijn kijkt ook naar het stadium waarin het project zich bevindt. Is dit de eind- of genotsfase, de groeifase of de aanleg/opbouwfase?


Gebruik PBM’s correct
Een grote uitdaging blijft echter veilig werken tijdens de opbouwfase en tijdens het onderhoud van de daktuin of het groendak. Ook hier geldt de regel: eerst collectief beveiligen. Doordat de betreding vaak van korte 
tijd is, maakt men in veel gevallen gebruik van de PBM’s (harnas en leeflijn). Het gebruik van deze PBM’s
is niet zonder gevaar indien men niet de juiste kennis bezit. Verkeerd gebruik van een valbeveiliging 
kan leiden tot ernstige letselongevallen. Enkele voor de hand liggende voorbeelden zijn: pendule
effect (= slingerbeweging), verkeerde keuze van leeflijn waardoor de gebruiker niet hoog genoeg staat om zijn
leeflijn in werking te laten treden, slecht afgestelde harnassen…
Vandaar de noodzaak om een goede opleiding/training te krijgen bij het gebruik van valbeveiliging. Zo leert de
deelnemer de juiste keuze in leeflijnen te maken en combineert hij deze met de correcte zekeringstechniek.
Zo zal men bijvoorbeeld bij een situatie van werkplaatsbeperking een ander type leeflijn gebruiken dan
wanneer men zich in een situatie van anti-val bevindt. Men kan terecht bij gespecialiseerde trainingscentra voor 
de training ‘veilig werken op groendaken.’


Ankerpunten en perforatie
Regelmatig ontspinnen zich discussies tussen betrokken partijen over de keuze van ankerpunten op een groendak of daktuin. Je kan niet zomaar je leeflijn vastmaken aan om het even wat op het dak. Om te voldoen aan ‘code van goed vakmanschap of goede praktijk’ moet men ankerpunten gebruiken die voldoen aan de  Europese norm EN795 (A-B-C-D-E). We kennen allemaal de vaste ankerpunten en permanente leeflijnen op platte daken om je aan te beveiligen. Deze hebben echter een groot nadeel dat tot discussie leidt: Men moet bij de klassieke ankerpunten de dakbekleding perforeren. Indien de perforatie niet vakkundig dicht gemaakt
wordt of de ankerpaaltjes bewegen kan dit zorgen voor lekkage of een koudebrug. Zonder twijfel zorgt dit 
voor nachtmerries bij opdrachtgever, architect en aannemer. De fabrikanten van ankerpunten zijn niet bij de pakken blijven zitten. Er zijn ondertussen ankerpunten volgens de norm EN795 op de markt die gebruik maken 
van het gewicht van het substraat om het op zijn plaats te houden. Naargelang het type substraat moet hiervan
meer of minder op het ankerpunt geplaatst worden om het op zijn plaats te houden. Op deze manier krijgt men een compleet veilig geïntegreerd ankerpunt in het groendak zonder perforatie van het dak.