binnentuin met water

Beleidslijnen omtrent hemelwater

Met de invoering van de aangescherpte hemelwaterverordening in 2023 probeerde de Vlaamse overheid het beheer van regenwater bij bouw- en infrastructuurprojecten strenger aan te pakken. De verordening legt technische verplichtingen vast rond opvang, buffering en infiltratie van hemelwater. 
Mathias Gysbrechts, consulent groenvoorziening

Hoewel de verordening uitzonderingen toelaat, bleek in de praktijk dat die nauwelijks werden toegepast. Onzekerheid bij ontwerpers, vergunningverleners en beleidsmakers en gebrek aan kennis en vrees voor betwistingen zorgden voor een erg uiteenlopende interpretatie tussen gemeenten. In de praktijk leidt dit vaak tot dossiers waarbij de tuinaannemer het bos niet meer door de bomen ziet, maar op het einde van de rit wel verantwoordelijk wordt gesteld voor het afgeleverde werk. 
 

Versoepeling voor kleine tuinen

Met de nieuwe omzendbrief m.b.t. de Vlaamse hemelwaterverordening geven Jo Brouns en de Vlaamse regering aan daar verandering in te willen brengen. Een belangrijk knelpunt in de praktijk zijn kleine tuinen, waar de verplichte bovengrondse infiltratievoorziening (zoals een wadi) vaak te veel bruikbare ruimte inneemt of technisch moeilijk uitvoerbaar is. De omzendbrief erkent dit expliciet en voorziet duidelijke uitzonderingen. Voor de sector betekent dit op langere termijn hopelijk meer rechtszekerheid en werkbare oplossingen.

Het hemelwaterdecreet staat vanaf nu toe om over te stappen op een ondergrondse infiltratievoorziening in tuinen en op percelen met volgende kenmerken:
o    achtertuinen tot ca. 100 m²,
o    achtertuinen met een breedte tot ca. 6 m,
o    of tuinen met een zeer beperkte diepte.
Let op: omdat het een uitzondering is, wordt er steeds een eenvoudige motivatie in de vergunningsaanvraag verwacht, voornamelijk gebaseerd op de beperkte afmetingen van de tuin. 
Volgens de Hemelwaterverordening 2023 en het ‘Technisch Achtergronddocument’ mag een infiltratievoorziening standaard maximaal 50 cm diep zijn. De omzendbrief geeft aan dat, wanneer kan worden aangetoond dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand op het perceel daadwerkelijk dieper ligt, het ook toegestaan is om de infiltratievoorziening dieper aan te leggen.
 

Groendaken als volwaardige oplossing

In de huidige stedelijke context, waarin openbare besturen steeds sterker inzetten op ontharding, is het een belangrijke vooruitgang dat ook dak- en gevelgroen erkend worden als volwaardige oplossingen. Voor achtertuinen tot ongeveer 100 m² kan zelfs volledig worden afgezien van zowel een boven als ondergrondse infiltratievoorziening, op voorwaarde dat minstens 50% van het dakoppervlak wordt aangelegd als groendak met een minimale waterbergingscapaciteit van 50 liter per m².

groendak met stad op de achtergrond

Meer ontwerpvrijheid in kleinere tuinen

Bij zeer kleine tuinen (± 50 m² of kleiner) is zelfs ondergrondse infiltratie vaak niet realistisch. In dat geval kan een uitzondering worden aangevraagd via een gemotiveerd verzoek, onderbouwd door de plaatselijke terreinkenmerken. Een loutere verwijzing naar de omzendbrief volstaat hierbij niet.

Een infiltratievoorziening die is afgedekt met een eenvoudig verwijderbare constructie blijft men beschouwen als bovengronds. Dit werd expliciet opgenomen in de omzendbrief. Zo kan boven een infiltratievoorziening bijvoorbeeld een verwijderbaar houten terras of een andere demonteerbare constructie worden aangelegd, op voorwaarde dat het water erdoor kan infiltreren. Deze verduidelijking biedt extra ontwerpvrijheid zonder afbreuk te doen aan de werking van de infiltratievoorziening.
Voor grote projecten waar veel water wordt opgevangen of de infiltratiebak dieper dan 50 centimeter is, zijn extra onderzoeken nodig: een meting van het grondwater en een paar proefinfiltraties. Kortom: 50 centimeter is een richtwaarde, maar het hoeft niet altijd de limiet te zijn. Dieper kan ook, zolang je maar kan aantonen dat het veilig is.
 

Eén lijst, één interpretatie!

De sector juicht vooral toe dat Vlaanderen voortaan centraal bepaalt welke materialen als waterdoorlatend worden beschouwd. Daarmee komt een einde aan de praktijk waarbij elke gemeente eigen criteria en lijsten hanteerde, wat vaak zorgde voor onduidelijkheid, bijkomende administratie en discussies tijdens de vergunningsprocedure of op de werf.
Momenteel werkt de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) samen met partnerorganisaties aan een uniforme Vlaamse lijst van waterdoorlatende materialen. Deze lijst zal in heel Vlaanderen als referentie gelden voor de beoordeling van omgevingsvergunningen.
Door deze centrale aanpak tracht de Vlaamse overheid lokale verschillen weg te werken, verloopt de vergunningverlening hopelijk eenvoudiger en consistenter en worden interpretatieverschillen en discussies op het terrein vermeden. Voor ontwerpers, aannemers en groenaannemers betekent dit meer duidelijkheid, meer rechtszekerheid en een vlottere samenwerking met vergunningverlenende instanties.
 

Opritten en toegangspaden

In het verleden werd waterdoorlatende verhardingen tot een hellingsgraad van 2% niet meegerekend als afwaterende oppervlakte. De huidige omzendbrief versoepelt dit. Er kunnen voor opritten en toegangspaden uitzonderingen worden toegestaan tot 5% helling. Ook hier geldt dat de vergunningsaanvrager een gemotiveerd verzoek moet indienen. Een eenvoudige verwijzing naar de omzendbrief is onvoldoende.

Strengere regels? Alleen met motivatie!

Voor Vlaamse tuinaannemers is het een belangrijke verduidelijking dat gemeentebesturen alleen strengere eisen mogen opleggen als ze dit voldoende kunnen onderbouwen. De nieuwe omzendbrief bij de hemelwaterverordening benadrukt dat de gewestelijke regels in principe volstaan om een kwalitatieve waterhuishouding te realiseren. Strengere lokale voorwaarden zijn enkel toegestaan wanneer er sprake is van specifieke lokale waterproblematiek. Bovendien moeten dergelijke strengere eisen altijd gebiedsgericht en goed gemotiveerd worden opgelegd, bijvoorbeeld op basis van een goedgekeurd hemelwater- of droogteplan.

Ook in individuele dossiers geldt dat alleen met een duidelijke motivatie kan worden afgeweken van de Vlaamse standaardregels. Voor tuinaannemers betekent dit concreet dat de kans op onverwachte of willekeurige strengere voorwaarden door gemeenten kleiner wordt, wat de rechtszekerheid verhoogt en de vergunningsaanvraag vlotter en voorspelbaarder maakt. 
Met de aangescherpte hemelwaterverordening en de bijbehorende omzendbrief zet Vlaanderen zo een belangrijke stap om professioneel werken in tuinen en groenprojecten eenvoudiger en efficiënter te maken, zonder dat de waterhuishouding in gevaar komt.