Eerste principiële goedkeuring over kantenstrooien
Besluit Vlaamse regering
De Vlaamse Regering heeft recent een voorontwerp van besluit goedgekeurd dat de regels voor kantstrooien bij kunstmestopbrenging verduidelijkt. Dit besluit vloeit rechtstreeks voort uit het Mestdecreet en concretiseert de afspraken die eerder in het MAP-akkoord zijn vastgelegd.
Caroline Van der Heyden, adviseur Boerenbond
Het besluit regelt welke kantstrooitechnieken gebruikt mogen worden bij de opbrenging van vaste en vloeibare kunstmeststoffen bij de buitenste werkgang, grenzend aan een waterlichaam.
Kunstmeststrooiers hebben vaak een grote werkbreedte, waardoor de buitenste stroken moeilijk gelijkmatig bemest worden. Zonder extra maatregelen kunnen korrels buiten het perceel terechtkomen in waterlopen of blijft de randzone onderbemest. Kantstrooien biedt hiervoor een oplossing. Met een specifieke voorziening op de strooier kan de meststof tot op de randlijn van het perceel worden toegediend, zonder overschot buiten het bemestbare deel. Dit verschilt van het volleveldstrooien op het binnendeel van het perceel.
Twee methoden
Kant-af strooien: strooien van de rand af naar binnen (zie hierboven). Dit werkt zeer nauwkeurig maar het is op beteelde akkers vaak minder praktisch, door extra werkpaden en gewasschade.
Kant-op strooien: strooien naar de rand toe met aangepaste uitrusting. Dit is geschikt voor akkers met bestaande werkpaden (bijvoorbeeld spuitsporen).
Op grasland en niet-beteelde akkers wordt bij de buitenste werkgang, grenzend aan een waterlichaam het kant-af werken verplicht. Op beteelde akkers mag men kiezen tussen kant-af en kant-op, zodat er geen structuurschade moet geleden worden. Alternatieve technieken zoals band-, rij- of plantgatbemesting, pneumatische verdeling, vijzelstrooiers of handmatig strooien zijn toegelaten, omdat ze gericht werken en verliezen vermijden.
De techniek moet aanwezig zijn op de kantstrooier en de techniek en de werking ervan moeten tijdens een controle kunnen gedemonstreerd worden aan de controlerende toezichthouder. In het besluit staat opgenomen dat in geen enkel geval het schuin zetten van de strooier, waardoor de zijkanten van de strooier niet meer op gelijke hoogte staan, of het lager zetten van de strooier, beschouwd kan worden als een afdoende kantstrooitechniek.
Voor vloeibare meststoffen gelden gelijkaardige principes: driftreducerende technieken zijn verplicht, met minstens 90% driftreductie, conform de IPM-richtlijnen. Ook gerichte toediening in de bodem of nabij het gewas is toegestaan. Om vloeibare kunstmeststoffen toe te dienen die niet bedoeld zijn als bladbemesting, moet altijd een van de volgende technieken gebruikt worden: straaldoppen; ketsdoppen bedoeld voor vloeibare bemesting; rijbemesting; bandbemesting; plantgatbemesting of spaakwielbemesting.
Verder traject
Na principiële goedkeuring gaat het ontwerp naar de Raad van State voor advies. Het wordt ondertussen ook gemeld aan de Europese Commissie in de zogenaamde TRIS procedure, omdat het over een technische aangelegenheid gaat. Hierdoor volgt een standstill-periode van drie maanden. Na verwerking van het advies en afloop van deze periode kan de Vlaamse Regering het besluit definitief goedkeuren.