Nood aan flexibele arbeidsvormen:
Seizoenarbeid blijft aantrekkelijkste keuze voor Land- &Tuinbouw
Bij het zoeken naar extra arbeidskrachten die je flexibel kan inzetten om tijdelijke pieken op te vangen, blijft seizoenarbeid in land- en tuinbouw op meerdere vlakken de meest interessante optie. Dat blijkt uit recente loonsimulaties en praktische vergelijkingen.
Soetkin Crabbe, adviseur arbeid en tewerkstelling Boerenbond
Hoewel flexi-jobs de voorbije jaren aan bekendheid wonnen, blijkt seizoenarbeid op meerdere vlakken voordeliger en beter afgestemd op de realiteit van de sector: financieel, praktisch én qua rechtszekerheid.
Voor land- en tuinbouwers is vooral de loonkost doorslaggevend. Seizoenarbeid blijft duidelijk goedkoper voor de werkgever omdat de RSZ-bijdragen berekend worden op forfaitaire dagbedragen. In de simulaties binnen paritair comité 144 ligt de loonkost rond 12,97 euro per uur, tegenover meer dan 20 euro voor een flexi-jobber. Ook in de tuinbouwsector (PC 145) is er dit grote loonkostverschil tussen seizoenarbeid en flexi-jobs.
Sectorgericht
Seizoenarbeid is jaren geleden in het leven geroepen in samenspraak met de vakbondsorganisaties vanuit het besef dat bedrijven in de land- en tuinbouwsector in zeer onvoorspelbare omstandigheden moeten werken. Dat maakt dat het systeem van seizoenarbeid diep verankerd is en daardoor financieel voorspelbaar en werkbaar is voor bedrijven die met piekmomenten kampen, zoals in oogst- en verzorgingsperiodes.
Daarnaast blijft seizoenarbeid ondersteund door duidelijke, sectorgerichte maatregelen. Zo werd het aantal toegelaten dagen verruimd tot 50 dagen in de landbouw en 100 dagen in de tuinbouw, inclusief interimarbeid. Seizoenarbeid kan ook ‘s avonds, op zaterdag en op zon- en feestdagen.
Daarnaast zijn de administratieve verplichtingen bij seizoenarbeid overzichtelijk en ingeburgerd. Werkgevers moeten voldoen aan klassieke verplichtingen, zoals de Dimona-aangifte, aansluiting bij RSZ en het gebruik van de plukkaart. Bij flexi-jobs komt daar nog een bijkomende raamovereenkomst en specifieke contractregeling bovenop, wat extra administratie met zich meebrengt.
Ook op langere termijn biedt seizoenarbeid meer stabiliteit. Het systeem ligt in handen van de sociale partners binnen de sector, waardoor wijzigingen doorgaans aansluiten bij wat land- en tuinbouw nodig hebben. Flexi-jobs daarentegen worden federaal gestuurd, met een reëel risico op plotse wijzigingen in regels of bijdragen.
Beste instrument voor piekgebonden werk
Tot slot sluit seizoenarbeid inhoudelijk beter aan bij het soort werk dat typisch voorkomt in de sector: kortstondige, piekgebonden arbeid tijdens oogst-, plant- of verzorgingsperiodes. Daardoor blijft het een logische en efficiënte oplossing, wanneer er op korte tijd extra handen nodig zijn.
Kortom: hoewel flexi-jobs aantrekkelijk lijken door het hogere nettoloon voor werknemers, blijft seizoenarbeid voor land- en tuinbouwbedrijven veruit de meest kostenefficiënte, stabiele en sectorgebonden oplossing om pieken in arbeid op te vangen.
Daarom blijven wij, in de sociale onderhandelingen met de vakbonden, ook heel duidelijk kiezen voor het behoud van seizoensarbeid voor onze sector, nu en in de toekomst.
Flexi-jobs in de land- en tuinbouw blijven dus beperkt mogelijk. Het kan enkel binnen tuinaanleg en - onder heel strikte voorwaarden - bij volledig afgescheiden ‘verbredingsactiviteiten’ zoals een hoevewinkel.