Op de koffie bij Geert en Ingrid De Vocht
Na ons gesprek bleven me twee zaken bij die vasteplantenteler Geert De Vocht uit Putte typeren: zijn passie voor het kweken van planten en zijn drang om kwaliteit af te leveren. Toen ik hem vroeg hoe hij er als zoon van een groenteteler toe gekomen was om vaste planten te kweken, bleek dat die zin voor kwaliteit zelfs aan de basis heeft gelegen van zijn bedrijf.
Patrick Dieleman
“Dat is een heel verhaal”, steekt Geert van wal. “Ik heb tuinbouw gestudeerd. Mijn eerste stage was hier in de gemeente bij een boomkweker. Die planten boeiden me en ik heb toen wat rozenonderstammen geplant. Ik moest daar twee jaar aan kweken en kreeg er 16 frank voor (ongeveer 20 eurocent). Een van mijn latere collega’s haalde me over om voor hem vaste planten te kweken. Voor de Lavatera’s, die ik voor hem gestekt had, kreeg ik ook 16 frank. Maar die waren al na drie weken leverbaar. Dat was interessant!” Na zijn legerdienst begon Geert bij een vasteplantenkwekerij in de buurt. Maar ze hadden heel veel discussies, vooral over kwaliteit. “Ik kon moeilijk verdragen dat we nauwelijks bewortelde planten klaar moesten maken voor verkoop, enkel omdat er op dat moment geen ander materiaal leverbaar was. Je houdt zoiets beter voor jezelf, maar ik zei het tegen mijn baas. Uiteindelijk heeft hij me daarvoor ontslagen. Ik heb hem toen gezegd dat ik het zelf beter kon en ben thuis begonnen met vaste planten op een stukje van onze gronden.” Dat was in 1998 en op beperkte schaal. Maar dat veranderde toen Geert in contact kwam met de Nederlandse vasteplantenkwekerij De Noordhoek. “Die waren zo enthousiast over onze planten dat we gingen samenwerken. Daardoor zijn we beginnen groeien. Nadat ik alle gronden van mijn vader in gebruik had genomen, moest ik zelfs grond bijkopen.”
Samen in de zaak
Twee jaar geleden nam Geerts vriendin Ingrid de administratie van hem over, een goed jaar nadat ze elkaar hadden leren kennen. “Ik kwam amper nog aan kweken toe”, legt Geert uit. “Ik zat bijna continu op mijn bureau om offertes te maken, bestellingen in te geven en dergelijke.” Ingrid zag dat gebeuren. “Geert was altijd aan het werk. Hij had ook nog heel veel ambities voor nieuwe initiatieven en ik vroeg me af hoe hij dat allemaal zou bolwerken. Ik werkte als sociaal verpleegster, maar dreigde daar wat opgebrand te raken. Daarom stelde ik voor om de administratie op mij te nemen. Ik kende toen geen enkele plant en moest ook leren werken met de programma’s. Maar ik vond het leuk en de samenwerking met Geert verliep goed. Dat moet je toch afwachten. Ik heb het een jaar fulltime gedaan, maar in sommige periodes had ik wat te weinig werk. Daarom combineer ik het nu met een halftijdse job als sociaal verpleegster. Ik vind het een ideale combinatie. Ik heb nu opnieuw wat meer sociaal contact, want hier zit ik vooral in het kantoor. Ik ben er ietwat naïef aan begonnen in de hoop dat Geert wat meer vrije tijd zou krijgen als ik hem zou helpen. Maar die tijd werd heel snel weer ingevuld”, lacht ze, “met dingen die hij graag doet. En dat is bezig zijn met de planten.” Ingrid merkt wel dat hij nu meer ruimte heeft om bij te sturen en alles beter in het oog te houden.
Geert vindt het samenwerken met Ingrid heel fijn, al noemt Ingrid haar aandeel eerder beperkt. Maar dat spreekt Geert tegen: “Jij neemt heel veel randzaken van mij over, zodat ik opnieuw kan focussen op het buitengedeelte.” Ingrid merkt wel dat ze, door er meer in te zitten, nu ook echt als klankbord fungeert voor Geert. “Ik begrijp beter wat er allemaal bij een kwekerij komt kijken en wat Geert er allemaal moet voor doen. Soms vraag ik me echt af hoe hij dat vroeger allemaal alleen klaarkreeg.” Haar steun helpt Geert om het rond te krijgen. “Klanten bellen ’s morgens en willen hun bestelling na de middag al komen halen. Of we krijgen op vrijdag zoeklijsten binnen voor iets dat op dinsdagmorgen op het Stibosplein in Boskoop moet zijn. Dan moeten we die bestelling kunnen laden op maandagmorgen omdat we met een transporteur werken. En dat betekent dat we alles moeten klaarmaken in het weekend.” Ingrid reageert dat ze dit in het begin niet begreep. “Ik vond dat Geert wat meer op zijn strepen moest staan en dat het niet zo erg was wanneer dat product pas een dag later klaar zou zijn. Maar nu besef ik dat de kans om te verkopen voorbij is als je die timing niet haalt.” Geert geeft wel toe dat hij moeilijk nee kan zeggen. En misschien dat sommige klanten daarop rekenen. “Maar ik hoop dat ze niet daarvoor bij ons kopen, maar wel voor onze kwaliteit. Ik heb een klant die ons ‘de champions league leverancier’ noemt. Zijn medewerkers zijn daarmee afgekomen. Onze levering komt bij hen binnen en ze moeten daar niets meer aan doen. Daarom hamer ik zo sterk op kwaliteit bij mijn medewerkers.”
Medewerkers
Op de vraag of hij binnen het bedrijf een rechterhand heeft die ook iets kent van kweken, reageert Geert dat hij altijd kan rekenen op Jan. “Jan was een collega bij diezelfde vasteplantenkweker waar ik ook zat en die kort na mij ook werd ontslagen om dezelfde reden. Ik heb jarenlang bewortelde stekken betrokken bij hem. Omdat hij niet graag bezig was met alle administratie die bij een bedrijf hoort, vroeg hij me om hem in dienst te nemen. Hij regelt alles in de serre die we van hem gebruiken. Daarnaast stuurt hij onder meer de stekploeg aan in de winter en is hij hier als ik hem nodig heb. Voor de rest doen we vooral een beroep op Poolse seizoenarbeiders. Dat zijn verschillende ploegen bestaande uit steeds dezelfde mensen die inpotten, stekken of bestellingen klaarmaken. Ze komen toe en weten onmiddellijk wat er van hen verwacht wordt. Zo hoef ik niet telkens nieuwe mensen op te leiden. Het zijn harde werkers. Ik heb echt gouden mensen!” Voor de personeelsadministratie laat Geert zich ontzorgen door een interimkantoor. “Ik moet enkel de uren doorgeven en facturen betalen. Dat kost iets meer, maar het scheelt mij een hoop papierwerk.”
Inheemse planten
Dit jaar is Geert gestart met inheemse vaste planten, in samenspraak met een grote afnemer. “We hebben plantgoed aangekocht en ingepot. Sedert juni hebben we een zaaimachine om inheemse planten te zaaien en zo minder afhankelijk te zijn van andere kwekers. Het loopt goed.” Met enige ingehouden fierheid vertelt Geert dat zijn zoon Rune, 16 jaar, deze week de verantwoordelijkheid over de machine heeft “afgepakt”. “Het is leuk dat hij met allerlei verbetermogelijkheden afkomt en kansen ziet om meer te automatiseren. “Ik heb wel van alles wat meer ingekocht dan onze afnemer nodig heeft, want we merken dat er vraag naar is. Er is weinig aanbod van inheems plantgoed, terwijl er in Nederland al een minimumpercentage inheemse planten vereist is voor overheidsopdrachten.”
Gevraagd naar zijn lievelingsplanten, reageert Geert dat hij geen uitgesproken voorkeur heeft. “Ik zie ze allemaal graag, een beetje plantengek zeker?” Ook Ingrid reageert dat er voor haar geen soort uitspringt. “Maar ik heb ze ooit wel allemaal geteld. De voorraad bepalen is een van mijn taken. Dat maakt dat ik ondertussen toch al heel wat planten ken. Planten die in bloei staan, zoals Echinacea, spreken me wel bijzonder aan.” Ze merkt wel dat Geert continu op zoek is naar nieuwe soorten. Hij bevestigt dat. “Maar ze moeten wel wat commercieel zijn. We kweken planten om er iets aan te verdienen. Daarom zijn zoeklijsten van collega’s een goede informatiebron. Als je daar elke week dezelfde soorten op ziet staan, dan is dat een signaal om die zelf ook uit te proberen. Er was bijvoorbeeld vorig seizoen heel veel vraag naar Succisa pratensis. We hebben er nu zesduizend, en zelfgekweekt! Geranium ‘Rozanne’, bijvoorbeeld, is nauwelijks te vinden van week 8 tot week 14. De teelt van de vorige zomer is dan bijna overal uitverkocht en de nieuwe teelt wordt pas in week 8 ingepot. Dan probeer ik dat gat op te vullen.”
Geert benadrukt dat kwaliteit voor hem vooropstaat. Ik vind het belangrijk om een zware plant te hebben voor de winter. Als je Geranium ‘Rozanne’ in de zomer inpot, dan kan je in maart een zware plant afleveren. De in week 8 ingepotte plantjes hebben in week 14 nog maar 3 blaadjes. Wij gaan voor die kwaliteit. Dat is onze sterkte. Ik hoop dat je dat zeker neerschrijft. Toen ik kwekerij De Noordhoek leerde kennen, ondervond ik dat ook bij hen kwaliteit vooropstond. Ik heb bij hen heel veel geleerd over hoe een kwaliteitsvol product moet zijn en dat geldt vandaag nog steeds.”
Wie is Geert De Vocht
Geert De Vocht runt samen met zijn vriendin Ingrid een vasteplantenkwekerij in Putte. Geert heeft drie kinderen: Daphne, Myrthe en Rune. In zijn kwekerij van 7 ha kweekt hij jaarlijks 4 miljoen planten. Hij begon dit jaar met inheemse vaste planten.