Op de koffie bij Juul en Marc Dello
“De samenwerking tussen collega’s, daar kan niets tegenop”
AVBS had jarenlang een bloemistengilde ‘Pot- en Perkplantentelers Munsterbilzen’, omdat daar een sterke kern van siertelers actief was. Hun aantal is de laatste twee decennia gekrompen, zodat de resterende bedrijven ondertussen lid zijn geworden van de kring ‘Bloemisten Noord-België’, die ontstond uit een fusie met de bloemistengilde van de provincie Antwerpen. De geschiedenis van het bedrijf van Marc en Juul Dello uit Hoelbeek (Bilzen-Hoeselt) is typisch voor de sierteelt in en om Munsterbilzen. “De grond leent zich hier uitstekend voor de teelt van groenteplanten”, vertelt Marc. En dat is precies wat zijn grootvader deed, toen die noodgedwongen op zoek moest naar een ander inkomen omdat zijn bouwbedrijf tijdens de tweede wereldoorlog stilgevallen was.
Patrick Dieleman
Ze kweekten preiplantjes, maar ook sla en allerlei koolplanten. Die gingen ze vervolgens met de fiets van deur tot deur verkopen, met een mand voor- en achterop. Grootvader fietste zo naar de regio rond Tongeren. Marcs vader Frans zette de zaak nadien samen met een van zijn broers voort. Aanvankelijk was het bedrijf gevestigd in het centrum van Munsterbilzen, maar in 1984 bouwde de nieuwe generatie een nieuwe serre op de huidige locatie. Al snel namen ze er de teelt van eenjarig zaai- en perkgoed en chrysanten bij. In het begin van de jaren negentig zijn ze gestopt met de groenteplanten en hebben ze zich volledig gericht op perkplanten en chrysanten. “Mijn oom verkocht die op vijf of zes markten en mijn vader was verantwoordelijk voor de teelt.” In 1994 studeerde Marc af, net als zijn neef. “Omdat we beiden in het bedrijf wilden en de oppervlakte te klein was om er met vier van te leven, hebben onze vaders het bedrijf toen gesplitst. Mijn oom en zijn zoon richtten zich volledig op de markten, terwijl wij ons op de productie toelegden. Maar ze bleven onze eerste en grootste klant.” Ook andere marktkramers uit Munsterbilzen waren klant bij de familie Dello, maar Marc zag hun aantal geleidelijk afnemen. “Vooral door de opkomst van tuincentra hebben veel kinderen van marktkramers de zaak van hun ouders niet verdergezet.” Daardoor moest Marc op zoek naar andere afzetkanalen. “We leverden wel al wat aan de groothandel, maar in 2000 zijn we uitsluitend voor de groothandel gaan kweken. De meeste planten gingen naar cash-and-carry’s, en daar zijn dan ook tuincentra bijgekomen.”
Arbeid en automatisering
In 2013 nam Marc het bedrijf over van zijn vader, die nog altijd elke dag meewerkt. In datzelfde jaar bouwde Marc een nieuwe serre en in 2023 kwam er een koude serre bij voor het afharden van de planten. De grootbloemige chrysanten, die Marc ‘geplozen chrysanten’ noemt, worden binnen gekweekt. De troschrysanten staan buiten. Het pluizen verwijst naar het wegnemen van diefjes: de okselknoppen die nieuwe twijgen vormen als je ze niet verwijdert. Dat is een heel secuur werkje en beperkt ook de productie. “Er komt meer vraag naar deze chrysanten omdat veel kwekers ermee stoppen, maar het is geen gemakkelijke teelt omdat ze veel handenarbeid vergt.”
Marc doet daarvoor een beroep op seizoenarbeiders, enkele Belgen, maar ook mensen uit Polen en ook enkele uit Oekraïne. Hij is heel lovend over hen. “Ze logeren hier op het bedrijf. Wij zijn goed voor die mensen en dan zijn zij ook goed voor ons. Wanneer een order niet tijdig klaar geraakt, werken ze met plezier een uurtje langer.” Het zijn elk jaar ongeveer dezelfde mensen, waardoor ze ondertussen de stiel goed kennen. Een van de medewerksters werkt al negen jaar bij hen. Ze neemt de nieuwkomers onder haar vleugels en leert hen de kneepjes van het vak.
Als Marc één ding zag veranderen in zijn carrière, dan is het wel de automatisering. “Toen ik begon, was er nog veel handenarbeid. Maar met onze huidige oppervlakte was dat niet langer haalbaar. In 2005 hebben we een automatische inpotlijn geïnstalleerd. Die werkt volledig automatisch, van het ontstapelen van de potten tot het in een tray zetten van 8, 15 of 18. Daarnaast hebben we ook een verspeenrobot.” Toch wordt er in het voorjaar nog veel met de hand ingepot, wat toelaat om de ploeg aan het werk te houden die dan de bestellingen klaarmaakt.
MPS en gewasbescherming
Juul, de zoon van Marc, is 20 jaar. Hij begon vorig jaar in september mee te werken op het bedrijf. “Ik heb een jaar de bachelor Bedrijfsmanagement gevolgd, maar het kriebelde teveel en ik besloot dat ik toch liever thuis in het bedrijf wou werken”, legt hij uit. “Ik zag ook dat papa het wat moeilijker kreeg met alle administratie die op hem afkwam. En ik doe dat graag, dus zo vullen we elkaar aan.” Dus nam Juul een pak administratie uit handen van Marc. “Juul verzendt twee keer per week een assortimentslijst naar de klanten, waarop ze kunnen zien wat uitverkocht is”, vertelt Marc met enige trots. “Hij zorgt er ook voor dat overal de juiste foto’s bij staan. Met één muisklik krijgen de klanten te zien wat ze kopen. Het zijn foto’s die we zelf maken op het veld, geen beelden uit een of andere catalogus. We merken dat dit een positief effect heeft op onze verkoop.” Juul volgt ook de registraties voor MPS op. In december hebben ze hun eerste audit. Een aantal tuincentra die bij hen klant zijn, begonnen te vragen naar een milieucertificaat.
“Ik vind dat niet verkeerd”, vervolgt Marc, “hoewel we wel ondervinden dat het beperkter assortiment gewasbeschermingsmiddelen een effect heeft op de kwaliteit van de geleverde jongplanten. We kunnen en mogen niet meer spuiten wat we willen. Ik stel me wel eens vragen hoe ver men hierin kan gaan? Zo kregen we dit voorjaar materiaal binnen waarop beestjes hadden gezeten. Bij heel wat plantjes was het hartje uitgezogen of uitgeprikt, zodat ze niet goed konden uitgroeien. Onze medewerkers zien dat niet bij het inpotten. Uiteindelijk verlies je dan een pot, wat potgrond en de ruimte in je serre. Ik vraag me af wat het beste is voor het milieu: iets meer spuiten of het verlies aan materiaal, tijd, werk en energie?” Marc merkt ook meer problemen met Botrytis bij jongplanten. “Zelf zitten we met enorm veel teelten, wat het gewasbeschermingsverhaal er niet eenvoudiger op maakt. We starten ons seizoen met de verkoop van voorjaarbloeiers, zoals primula’s en viooltjes, aangevuld met vaste planten, zoals Saxifraga, Phlox en Aubrieta. Vanaf april volgt het hoofdseizoen met eenjarigen, zoals Pelargonium, Begonia, Surfinia en dergelijke. Ook leveren we van maart tot september lavendel in P13. Ons najaarsseizoen begint vanaf half augustus met de verkoop van zomerviooltjes en later ook herfstproducten in P11, zoals siergrassen, Heuchera, Cupressus ‘Wilma’, Sedum en dergelijke. Deze producten worden ook verwerkt in herfstschalen, die geschikt zijn voor op het terras of op het kerkhof. Ook start vanaf begin oktober de verkoop van troschrysanten en geplozen chrysanten.” Nieuwigheden komen er nogal eens op vraag van een klant. En dan worden ze proefsgewijs geïntroduceerd. “We informeren of ze passen in ons systeem. Het water moet bijvoorbeeld goed zitten, want als dat niet zo is, dan moet je er niet aan beginnen. Maar we staan open voor nieuwigheden. We zoeken altijd zaken die een ander nog niet heeft.”
Juul vertelt verder over de gegevens die hij moet registreren voor MPS: “Het gaat onder meer om de gebruikte bestrijdingsmiddelen en hoeveelheid meststoffen, ook de meststoffen die al toegevoegd waren in de potgrond. We zitten met heel veel korte teelten, dus dat brengt echt wel veel werk met zich en het is soms ingewikkeld.” Met de komst van Juul werden ook wat administratieve zaken gedigitaliseerd. “Excel biedt veel mogelijkheden. Papa deed nog heel veel op papier.” Marc verdraagt goed dat Juul die zaken naar zijn hand zet. “Ik vind het goed dat er jonge mensen bijkomen. Dat is ook goed voor onze klanten. Er waait een nieuwe wind.”
Op de vraag of hij nog zaken zou willen veranderen in het bedrijf, reageert Juul: “Meer inzetten op automatisering. In de zomermaanden hebben we heel wat te kweken. Alles wat nu verkoopbaar is, wordt in de zomer gekweekt. Week na week komt er nieuw materiaal binnen. Onze eerste ploeg seizoenarbeiders is dan net vertrokken en er moet dan een nieuwe ploeg komen. Die overgang is echter een moeilijke periode.” Naast zijn administratieve taken helpt Juul ook waar hij kan. “We proberen alleskunners te zijn. Ik help mee met het inpotten, verzorgen en het klaarmaken van de orders. Papa is wel nog volledig verantwoordelijk voor de teelt; dat is hij mij stap voor stap aan het leren.”
Naast gewasbescherming is energie een uitdaging. “In week zes komen de eerste geraniums binnen. En we stoken hier met stookolie”, vertelt Marc. “We liggen ‘in the middle of nowhere’ en hebben geen aardgasaansluiting. Normaal kopen we onze stookolie altijd in november-december. Maar met de huidige prijsontwikkelingen ziet het er moeilijk uit: anderhalve euro per liter, dat is bijna drie keer zoveel als vorig jaar. En duizend liter stelt niets voor bij ons zodra we beginnen te stoken.” We praten over het telen bij verlaagde temperatuur, maar Marc besluit dat er niet veel mogelijk is, wil je de groei en de gezondheid van het gewas niet benadelen en bijgevolg de kwaliteit van je product.
Samenwerken
Gevraagd naar zijn dromen, reageert Juul dat hij nog meer zou willen samenwerken met collega’s uit de buurt. Marc bevestigt dat ze goed samenwerken met collega’s. “We kopen ook heel veel in. Heeft een collega wat tekort van een bepaalde soort, dan kunnen wij dat aanvullen, en omgekeerd. Als we hen ergens mee kunnen helpen, springen we bij. En onze collega’s doen hetzelfde voor ons.” Juul zou daar graag nog een stapje verder in gaan en samen als kwekers ook een sterk front vormen, ook bijvoorbeeld voor prijsvorming. “Als je samenwerkt met collega’s, daar kan niets tegenop”, besluit Marc.