Op de koffie bij Marc De Troy
“Ik vind dat we een schone stiel hebben.”
Wanneer ik met Marc De Troy uit Wetteren aan tafel ga zitten voor het interview, schuiven de vier andere gezinsleden spontaan mee aan. Ze zouden hun tussenkomsten tijdens ons gesprek minimaal houden, maar ik kreeg de indruk dat wat Marc vertelde mee gedragen werd door hen. Dat is ook precies wat ze dag in dag uit samen doen: hun kwekerij samen dragen.
Patrick Dieleman
Ik feliciteer Marc dat hij wellicht niet negatief heeft gesproken over de boomkwekerij, wanneer ik hoor dat alle drie de kinderen meewerken in het bedrijf. Die bevestigt dat. “Ik maak er collega’s wel eens opmerkzaam op dat ze nooit aan een opvolger zullen geraken, wanneer ze zich negatief uitlaten over hun bedrijf.”
De familie De Troy is al een zestigtal jaar actief in de boomkwekerij. Marcel, de vader van Marc, startte halfweg de jaren zestig met de teelt van rozen in vollegrond, eerst nog in combinatie met zijn boerderij. Zowat twintig jaar later vervoegde Marc hem, nadat hij afstudeerde. En in 1992 namen hij en zijn echtgenote Annemie het bedrijf over. “Dat was toen nog hoofdzakelijk in vollegrond”, herinnert Marc zich. “Toen ik mijn laatste jaar op school zat, zijn we voorzichtig begonnen met het kweken in pot.” Marc vertelt dat het ouderlijk bedrijf aan de Serskampsteenweg twintig jaar later al volledig was omgeschakeld naar containerteelt, maar ze dienden die site te verlaten, omdat een groot deel bestemd was voor woningbouw. “We zaten daar volledig ingesloten, tegen het centrum van Wetteren aan. We hebben in 2007 beslist om ons bedrijf te verplaatsen, en zijn hier in 2008 beginnen bouwen.” Dat was op grond die ze al in gebruik hadden. Ze dienden toen ook hun watervoorziening te herbekijken en beschikken nu over een waterreservoir van tien miljoen liter, waarin ze al het regenwater opvangen. “Een geluk dat we dat hebben, want anders ging het deze zomer niet gelukt zijn.”
Assortiment
De kwekerij beslaat een vijftal ha potcultuur en vijftien ha vollegrondsteelt. Fruitbomen maken ongeveer de helft uit van hun productie. Daarnaast kweken ze ook sierheesters, sierbomen en coniferen in pot. De meeste fruitbomen worden twee tot drie jaar in vollegrond opgekweekt, in het najaar ingepot om ze in het voorjaar te kunnen leveren. Dat zorgt voor forsere en zwaardere planten, die als ‘potgedrukt’ verkocht worden. “We zijn bijna de enige in België die op deze manier fruitbomen in pot kweken. Planten met blote wortel verkopen we bijna niet, omdat nog weinig tuincentra dergelijke planten vragen. Het zijn ook toestanden. De mensen halen een boom uit de grond en beslissen dan om toch een andere te nemen, waarna ze die eerste boom laten liggen met zijn wortels bloot.” Daarop merkt Fien op dat het ook wel eens gebeurt dat de klant een dergelijke boom een weekje laat liggen, vooraleer die te planten, wat nefast is voor het resultaat.
“We doen alles zelf”, vervolgt Marc. “Onze onderstammen kopen we aan bij gespecialiseerde bedrijven. De soorten die we kweken zijn gericht op de particuliere markt. We kweken alleen variëteiten die goed in die markt liggen. Dat zijn doorgaans soorten die je ook in de fruitwinkel ziet liggen. We breiden ook wat uit in kleinfruit.” Zowat tachtig procent van de productie gaat naar de groothandel, en de rest gaat rechtstreeks naar tuincentra. De grootste afzetmarkten zijn Frankrijk en Engeland.
Wanneer op een bepaald moment de leeftijd van de kinderen ter sprake komt, blijkt dat Fien net dertig geworden is, Gille een jaar jonger en Robin drie jaar jonger dan Fien. Wanneer ik opmerk dat het een intensieve periode moet geweest zijn, wanneer ze klein waren, reageert Annemie dat ze vroeger bij het bedrijf woonden, en dat de kinderen mee rondliepen. En blijkbaar zijn ze zo spelenderwijs het bedrijf binnengerold.
De vijf gezinsleden staan voor een groot deel samen in voor alle werk. Er is één vaste medewerker en op piekmomenten springen enkele seizoenarbeiders bij. Afspraken over het werk verlopen eerder organisch, nogal eens via een kort overleg op het einde van de werkdag. Iedereen heeft zijn inbreng, maar Marc neemt vaak nog de eindbeslissing. Toch hebben ze ook allemaal hun eigen actieterrein. Annemie staat in voor de leveringen bij de groothandel, en is ook verantwoordelijk voor de inkomende facturen en de personeelsadministratie. Fien is verantwoordelijk voor de verkopen, Gille concentreert zich op de teelt en het onderhouden en herstellen van machines is een taak voor Robin. “Hij studeerde landbouwmechanisatie en heeft daar ook in gewerkt”, legt Marc uit. “Maar twee jaar geleden gaf hij aan dat hij ook interesse had om in het bedrijf te komen.”
De bedrijfsovername zal geleidelijk verlopen. Marc vertelt dat de kinderen al deels eigenaar zijn. “Er moet een geleidelijke transitie gebeuren. Dat weten mijn kinderen.” Annemie oppert dat het kweken ook vlot moet lopen, waarop Marc reageert dat hij dat het liefste van al doet. “Als ik op zondag op mijn gemak kom gieten, ongestoord, en kan zien dat het gewas er goed bij staat. Dat is toch een plezier! Het bureelwerk heb ik onmiddellijk doorgegeven aan Fien, van zodra ze thuisbleef.” Fien reageert lachend dat ze ook als student soms al pakken plantenpaspoorten diende in te vullen. “Schrijf maar, klonk het dan. Zo ben ik er ingerold.” Marc vindt het belangrijk om al het vaandel door te geven voor sommige activiteiten. “Fien is verantwoordelijk voor de verkoop, omdat we ondervonden dat we dat niet met twee konden doen.” Voor Gille is het de opdracht om steeds meer verantwoordelijkheid op te nemen in de kwekerij. Marc beseft dat je dit niet van vandaag op morgen in de vingers hebt. “Zien dat een plant ‘mankeert’, dat moet je leren – vooral willen leren. De meeste bedrijven hebben een voorlichter.” Waarop Fien reageert dat hun vader hun voorlichter is.
Duurzaamheid
‘Boomkwekerij De Troy Marc’ heeft het MPS-label en is ook MPS GAP-gecertificeerd. Dat maakt dat ze goed moeten overwegen waar en wanneer ze welke gewasbeschermingsmiddelen inzetten. Fien staat in voor de administratieve opvolging. Veenvrije substraten zien ze als een uitdaging, maar Marc relativeert het enigszins. “Ik zag dat een tweetal jaar geleden enorm opflakkeren, en ik heb de indruk dat het nu weer stilgevallen is.” Zelf had hij minder goede ervaringen met de 50% veenvrije potgrond, die ze vorig jaar gebruikten. Ze dienden dubbel zoveel te gieten, wat ook minder duurzaam is. “Het was heel ongelijk. Je had planten die droog stonden en andere die wel voldoende vochtig waren. Misschien speelt het mee dat de helft van onze kwekerij bestaat uit lavavelden.” Fien geeft ook mee dat dit het klaarmaken van bestellingen bemoeilijkte. Marc zag het onderwerp ‘peat reduced’ vooral vanuit het VK komen, net als de omschakeling naar potten uit recycleerbaar materiaal. “Ik heb eens één klant gehad, die vroeg naar grijze potten. We zijn toen overgeschakeld. Die kosten iets meer, maar ik heb daar sindsdien geen enkele vraag meer over gekregen. Ik hoor dat ook bij collega’s. Bijna iedereen is ondertussen overgeschakeld, en we blijven daarbij. Ook de vraag voor certificering stak zo de kop op. Ik zie dat kwekers die dat pertinent weigeren ook nog steeds aan de bak komen. Als ze je product moeten hebben, dan speelt het geen rol of het al dan niet gecertificeerd is. Dat is uiteraard anders, wanneer je aan grootwarenhuisketens wil leveren, maar de gewone ‘jardineries’ in Frankrijk zijn daar niet mee bezig. Let op: ik ben daar niet tegen, we moeten mee, zeker als je de jeugd in huis hebt.”
Automatisering
Op de vraag aan Fien en Gille of ze al zaken zagen veranderen in het bedrijf, sinds ze gestart zijn, refereert Gille naar de automatisering. “We hadden vroeger ook wel een programma, maar het huidige is veel performanter.” Fien legt uit dat haar vader vroeger in het volle verkoopseizoen nogal eens tot ’s avonds laat bezig was om alle bestellingen te verwerken en te zorgen dat de leverbonnen ’s morgens klaar lagen. “Nu is dat geautomatiseerd. De bestellingen komen zo goed als automatisch binnen, en de etiketten rollen gewoon uit de printer, met daarop de verdeling per kar. We winnen daar veel tijd mee.” Ook in de teelt werd al veel geautomatiseerd. “Planten en rooien gebeurt volledig met gps-ondersteuning. De trekker rijdt ook autonoom, zodat daar niemand moet inzitten tijdens het eigenlijke werk. Dat is ook nodig omdat het moeilijk is om personeel te vinden, en dat kost bovendien veel geld.”
Marketing
Marc ontwikkelde een eigen herkenbaar label. Ze hebben de laatste jaren hard gewerkt aan de foto’s, die er op komen. Belangrijk is de QR-code. “Die linkt door naar een website met informatie over de planten”, vertelt Marc. “Op die site vind je nergens de naam ‘De Troy’. Die is volledig neutraal.” Zo lopen ze hun klanten niet in de weg. Fien vult aan dat zowel de koper als de medewerker in het tuincentrum er alle mogelijke info kan vinden. “Een bestuivingstabel kan hen bijvoorbeeld helpen om de juiste cultivars te combineren.” Marc wijst er op dat het belangrijk is om voorsprong te blijven houden. “En een verkoopconcept moet steek houden. Soms zie ik zaken die mij als rechtgeaard boomkweker tegen de borst stoten. Wij proberen een goed product in de markt te zetten, zonder teveel tralala. En ik vind dat we een schone stiel hebben.”