Op de koffie bij Patrick en Liesbeth Beijk
“We vinden het belangrijk om mensen te laten groeien”
Patrick Beijk en Liesbeth Weetjens uit Oudsbergen zijn nog niet zo lang fulltime bezig met hun tuinaanlegbedrijf, maar toch zijn ze al goed bekend in de ruime regio tussen Hasselt, Bree en de Nederlandse grens. Dat heeft veel te maken met hoe ze in het leven staan.
Patrick Dieleman
Tijdens ons gesprek vertelde Patrick hoe sommige klanten evolueerden van totaal onbekenden naar vrienden. Een van die vrienden gaf zelfs de aanzet voor de slogan waarmee Patrick en Liesbeth vandaag werken: ‘Creatief vakmanschap met passie voor uw tuin’. “Ik heb geleerd dat ‘vak’ staat voor vaardigheid, attitude en kennis. Ieder van onze medewerkers moet dat bezitten. We kunnen hen dat bijbrengen, maar het moet er ook al een beetje inzitten. Vorig jaar zag ik hoe mijn mannen bleven doorwerken tijdens barslechte weersomstandigheden. Toen heb ik gezegd: die blijven bij ons werken tot ze met pensioen gaan. Hun attitude is perfect. Als er eens iemand zou lanterfanten, corrigeren ze elkaar. Ik hoef niets te zeggen.”
Zelf was Patrick altijd erg gedreven om namen van planten bij te leren. “En ik probeer dat ook over te brengen op mijn stagiairs. Op school kunnen ze niet alles leren. Op vrijdag, wanneer mijn stagiair hier is, informeer ik naar zijn stageverslag. Ik leer hem dat hij de essentie gevat heeft wanneer hij kan verwoorden wat ze gedaan hebben, aan de hand van de ‘w-vragen’: wie, wat, waarom, waarvoor en waarmee.”
Geleidelijke start
Patrick vertelt dat hij de liefde voor tuinen, en vooral voor bloemen, al met de paplepel meekreeg van zijn grootouders. Zij hadden een bloementuin van een hectare groot. Hij haalt er een dik fotoalbum bij dat een tuin toont met een weelde aan bloemen. Op een enkele foto zie ik Patrick als tiener aan het werk in die tuin. “Ze waren echt gepassioneerd door die tuin. Als kind begon ik daar onderaan de ladder: onkruid wieden. Niet dat ik dat zo graag deed, maar toch kroop de microbe waar ze niet gaan kon.” Patrick leerde Liesbeth kennen toen ze in het team werkte dat hij leidde bij Colruyt. Door de vele overuren die hij moest compenseren, begon hij bij te springen bij een vriend die tuinaannemer was. “Ik werd op den duur zelfstandige in bijberoep en begon vast te werken voor die vriend. Ik heb daar enorm veel bijgeleerd. In mei 2022 gaf mijn vriend aan dat hij wilde stoppen. We zijn rond de tafel gaan zitten en hebben zijn klanten overgenomen.” Op dat moment had Patrick nog helemaal niet de ambitie om volledig zelfstandig te worden. Hij vond een andere deeltijdse job. “Maar met de klanten van mijn vriend erbij verdrievoudigde ons klantenbestand. Ik kreeg het steeds drukker. Uiteindelijk stonden we voor een keuze. We moesten klanten afstoten of verder groeien en fulltime zelfstandig worden.” Dat deed Patrick in maart 2023 en in juni stapte Liesbeth al mee in het bedrijf. Aanvankelijk combineerde ze dat met een deeltijdse job, maar in mei van vorig jaar besloot ze volledig in de zaak te stappen omdat de combinatie te zwaar werd. Vandaag staat ze in voor administratie, planning en personeelszaken. Ze hebben één persoon fulltime in dienst en kunnen rekenen op een vijftal mensen die geregeld meewerken als flexijobber. Daarnaast is er een stagiair (van het Biotechnicum in Bocholt) en er werken ook geregeld twee jobstudenten mee.
Patrick Beijk: "We willen onze stagiairs warm maken voor het vak."
Bloementuinen
Tijdens covid ondervond Patrick een stijlbreuk in de smaak van mensen. “Voordien wilden ze tuinen met allerlei siergrassen, omdat die weinig onderhoud vragen. Maar ik wilde bloemen, zoals bij mijn grootouders. Ik heb toen beslist om opnieuw tulpen, narcissen, krokussen, dahlia’s en dergelijke te planten, en dat in combinatie met vaste planten. Ondertussen kunnen we de vraag nauwelijks nog bijhouden.” Door corona kwamen mensen opnieuw vaker in hun tuin en wilden ze meer beleving. Het is net daar dat onze sterkte ligt.” De eerste projecten met bloemen zetten een echte rollercoaster in gang. Anderen wilden ook zo’n tuin en boden zich spontaan aan. “Ze zagen onze website, kregen ons nummer via een klant of ze zagen onze ‘camionette’ staan bij een tuin die ze mooi vonden.” Dat die tuinen mensen aanspreken, verbaast Patrick niet. “Geur en kleur verbinden. Ze brengen ook herinneringen van vroeger naar boven.” Patrick ‘verkoopt’ zijn projecten dan ook met passie. “Ik wil mijn offerte altijd persoonlijk toelichten. We stoppen die niet zomaar in de bus. We gaan naar de klant toe en bekijken zijn noden en luisteren naar wat hij graag ziet. We begeleiden die klant echt. Daardoor halen we ook tachtig procent van onze offertes binnen.” Liesbeth haalt er een plan bij van een tuin die ze gerenoveerd hebben. Patrick toont de zichtlijnen vanuit de woning en legt uit waarom hij de bloemenborder op een totaal andere plek heeft voorzien dan in het oorspronkelijke concept. Hun eerste stagiair (die ondertussen vast in dienst is bij hen) heeft er zijn geïntegreerde proef over gemaakt.
Syndicale thema's
Liesbeth kwam vrij plots in de administratie van het bedrijf terecht en moest in het begin haar weg zoeken. Daarbij botste ze ook op bepaalde tekortkomingen in de regelgeving. “Ik heb minister Jo Brouns, die ik nog kende van vroeger op café, hier uitgenodigd. Ik heb hem gevraagd om het systeem van flexijobs mogelijk te maken voor de tuinaanlegsector. Daarnaast heb ik ook het zaterdagwerk aangekaart. Hoe wil je jongeren die tuinaanleg studeren warm maken voor het beroep, als ze op zaterdag niet bij ons mogen komen werken? In de week kunnen ze niet, en als ze op zaterdag een job hebben bij Colruyt of GB, dan blijven ze daar ook in de vakanties werken.” Patrick vertelt dat hij daar op de nieuwjaarsreceptie van Groen Groeien ook over gesproken heeft met enkele mensen. “We hebben elk jaar enkele grote arbeidspieken. Je kan zaterdagwerk aanvragen voor dringende redenen, bijvoorbeeld omdat een werf klaar moet zijn. Maar je moet die aanvraag drie maanden op voorhand indienen.” Daarvoor is de tuinaanleg te onvoorspelbaar. “En dan moet je nog afwachten of je toestemming krijgt”, vervolgt Liesbeth. Patrick pikt daarop in: “Wij zijn echt wel geëngageerd bezig met jongeren. In mijn carrière bij Colruyt heb ik meer dan honderd jobstudenten opgeleid. Heel wat van hen zijn daar later doorgegroeid. Nu willen we onze stagiairs warm maken voor het vak. Dat zal niemand in onze plaats doen. We kunnen er alleen maar beter van worden. Ofwel blijven ze bij jou werken. En als ze later uitvliegen en zelfstandig worden, kan je er alleen maar trots op zijn dat je ze hebt geholpen en dat je zeker bent dat ze hun werk goed zullen doen. En je krijgt er een collega bij met wie je kan samenwerken. Ik vind het enorm belangrijk om mensen te laten groeien.”
Nood aan mentor
Zelf hebben ze ook enorm hun best moeten doen. Drie maanden nadat ze startten, namen ze al een eerste medewerker in dienst. Liesbeth vond het een hele uitdaging om de externe dienst voor preventie in orde te krijgen. Patrick zou het een goed idee vinden dat iedere beginnende zelfstandige een mentor krijgt die helpt in het eerste jaar, vooral bij de administratieve verplichtingen. “Gelukkig kennen we zelf heel wat zelfstandigen aan wie we iets kunnen vragen. Maar na een tijdje begin je je te generen, omdat je denkt dat ze zullen denken dat je er niets van kent, terwijl je het gewoon goed wil doen. Er kunnen altijd onverwachte verwikkelingen opduiken. Iemand die jou daarvoor behoedt, zou daarom een grote hulp zijn.”
Wanneer ik het lastenboek van Groen Gek(l)eurd vermeld, waarin heel wat van die wettelijke vereisten staan opgelijst, haalt Patrick een farde boven. “Ik heb die checklist opgevraagd en bekeken. We zijn al met heel veel zaken in orde, maar we zijn nog niet volledig klaar voor de audit. We willen goed scoren, dus moet alles echt kloppen. Toen ik destijds zelfstandige in bijberoep wilde worden, ben ik lessen gaan volgen in Hasselt en ben ik naar Brussel gereden om mijn examen bedrijfsbeheer af te leggen. We hebben toen veel geleerd over facturen opstellen en btw, maar ik had graag meer uitleg gekregen over allerlei regelgeving die erbij komt kijken. Ik ben een tuinman, geen jurist.”
Toekomstplannen
Op de vraag waar ze binnen vijf jaar willen staan, reageert Patrick dat hij dan een bedrijfshal wil hebben. Nu huren ze een deel van een loods, omdat ze die niet bij hun woning hebben. Liesbeth vult aan dat ze er het liefst ook zouden kunnen wonen. Ze hebben informatie opgevraagd over een perceel op een industrieterrein. “Maar daar moet je minstens 5000 m² kopen. Begin maar, met die grondprijzen, en dan moet je er nog een hal op bouwen.” Een KMO-zone vindt Patrick geen optie, want daar heb je te weinig ruimte rond de gebouwen. “Je moet af en toe wat materiaal tijdelijk kunnen stockeren. Ik heb vandaag bijvoorbeeld wat overschot van klinkers meegebracht van een werf. Die moet ik morgen eerst gaan lossen. We verliezen daar veel tijd mee. We moeten afval kunnen lossen in een container die we laten ophalen wanneer die vol is. Maar ook bruikbaar materiaal, zoals aanvulgrond, moet je tijdelijk in propere silo’s kunnen bergen. Los van de ruimte, die er niet is, mag je bijna niets buiten stockeren in een KMO-zone. Als we het moeten wegbrengen, moet je daarvoor betalen. En een week later heb je dat materiaal misschien weer nodig. Je moet een soort transit kunnen creëren op je bedrijf. Dat moeten geen grote hopen zijn. Een oude boerderij zou het meest geschikt zijn, maar dan krijg je te maken met een functiewijziging. En gezien de slechte EPC moet je het huis binnen de vijf jaar renoveren, terwijl je je geld eerst nodig hebt om de bedrijfsgebouwen in orde te brengen. Maar het is echt wel onze ambitie om dat waar te maken. Over tien jaar willen we een gevestigde waarde zijn in de regio; we zijn al goed op weg. We willen dat jongeren die bij ons komen werken weten dat ze goed zitten bij ons.”
Liesbeth Weetjens: "Het was een hele klus om de administratieve verplichtingen onder de knie te krijgen. Een mentor die daarbij helpt tijdens het eerste jaar zou een goed idee zijn."