Op de koffie bij Rens Van Pelt
Sedert enkele jaren bereidt Rens Van Pelt uit Putte zich voor om zijn grootvader, Paul Van Pelt, op te volgen. Hij volgde een jaar lang les in Frankrijk en liep daar ook stage. Nadien koppelde hij daar nog een stage in Duitsland aan.
Patrick Dieleman
We spreken Rens op de kwekerij, waar we omgeven zijn door zowat 4 ha containerteelt. Hij is vrij vanzelfsprekend in de boomkwekerij gerold. “Ik was van kleins af tijdens weekends en schoolvakanties mee aan het helpen op het bedrijf van mijn grootvader. Mijn vader zat tot vorig jaar ook in het bedrijf. Het begon met onkruid wieden, maar later mocht ik al eens met de trekker rijden of mee snoeien. Zo groeide ik er stilletjesaan in. Toch heb ik in het middelbaar elektromechanica gestudeerd.”
Boomkweker worden
Nadien trok Rens naar Thomas More in Geel, om er in de bacheloropleiding agro- en biotechnologie uiteindelijk voor boomkwekerij en sierteelt te kiezen. Die opleiding maakte hij echter niet af, onder meer door corona en het gebrek aan fysieke lessen dat daarvan het gevolg was. “Het was hier toen megadruk in de kwekerij. Aanvankelijk hielp ik één dag in de week mee in de boomkwekerij, maar na verloop van tijd was ik bijna voltijds bezig om overal bij te springen.”
De aantrekkelijkheid van de boomkwekerij zit voor Rens voor een groot stuk in de variatie van het werk: binnen, buiten, snoeien, planten, rooien,... “En hoe fijn is het om iets dat je uitplant te zien groeien en eraan te werken tot het verkoopbaar is na drie à vier jaar?”
Rens en zijn grootvader leiden het bedrijf samen. “We hebben elk onze taken, maar ik volg wel alles mee op. En we nemen veel beslissingen in overleg. Daarnaast trek ik ook nog geregeld mee naar buiten wanneer het druk is.” Rens heeft de aandelen van zijn vader overgenomen, die zich vorig jaar uit het bedrijf terugtrok. Het is de bedoeling dat hij het bedrijf ooit volledig overneemt.
Op een Franse school
Rens vertelt dat hij om zijn opleiding af te ronden, een specifieke boomkwekerijopleiding volgde in Frankrijk. “Dat was in La Mouillère, een vrij bekende boomkwekerijschool in Orléans, waar ook mijn grootvader en mijn vader gestudeerd hebben. Je kan de opleiding die ik daar volgde vergelijken met een zevende jaar hier. We hadden alternerend één week school en één week stage.” Voor zijn stages ging hij naar ‘Les trois chênes’, een vermeerderingsbedrijf waarvan ze zelf ook planten kopen. Het begin was heel moeilijk. “Het Frans dat je van school meekrijgt, is zowat de basis. Maar ik kende geen sectorspecifieke termen. Gedurende die eerste maanden heb ik het af en toe moeilijk gehad. Ik had een kleine studio en moest daar van de ene dag op de andere mijn plan trekken, maar achteraf gezien ben ik wel blij dat ik het gedaan heb.”
Rens vindt dat de taal misschien wel de belangrijkste aanwinst is van die stage. “We hebben een redelijk groot Waals cliënteel. Dat komt dus van pas. De taal was dan ook de belangrijkste reden om naar Frankrijk te gaan. Maar daarnaast heb ik ook heel wat technische zaken geleerd. Ik liep stage op een vermeerderingsbedrijf. Daar heb ik de eerste fase van de teelt meegemaakt. Zelf kopen we ons plantgoed in. Ik leerde welke soorten op welke manier vermeerderd worden. Dat plantgoed komt hier allemaal op dezelfde manier toe, maar ik leerde daar dat sommige soorten zich heel wat moeilijker laten vermeerderen dan andere. Ik kijk nu op een heel andere manier naar dat plantgoed. En heel belangrijk is ook dat ik in Frankrijk geleerd heb om zelfstandig te leven.”
Over de vraag of hij een buitenlandse stage zou aanraden aan andere jongeren, moet Rens geen seconde twijfelen: “Sowieso. Ik had vooral voor die school gekozen omdat er in de klas toch wat meer nadruk zou liggen op de taal. Als je gewoon stage loopt, vraag je wel eens iets aan collega’s, maar voor de rest wordt er weinig gesproken. Ik moest op die school ook mee proeven afleggen na nieuwjaar. Dat betekende dat ik ook in het Frans moest schrijven. Als je de kans krijgt om school met werken te combineren, dan raad ik dat zeker aan.”
Rens Van Pelt: "Ook als je zelf uit een kwekerij komt, kan je tijdens je stage zien hoe anderen het anders aanpakken.
Bijleren in Duitsland
Kort na zijn stage in Frankrijk trok Rens naar Duitsland, waar hij aan de slag kon bij Bruns in Bad Zwischenahn. “Ik was ingeschreven als werknemer, maar ze beschouwden me als een stagiair. Ik kwam daar in een groep jongeren terecht, vooral stagiairs van Duitse scholen, maar ook een Oostenrijker en een Italiaan. We verbleven samen in één huis. Het viel me op dat er heel gestructureerd gewerkt werd, wat ook wel nodig is in een kwekerij van die omvang. Maar ik kan moeilijk een parallel trekken, want ze kweken daar heel grote maten en starten met wat bij ons het eindproduct is. De kwekerij is 1200 ha groot en ze hebben vijf verschillende filialen, die allemaal een andere specialiteit hebben: laanbomen, meerstammen, containerteelt,… Het logistiek centrum was al bijna 10 ha groot. Ik heb daar van begin september tot eind mei gewerkt, om de twee maanden in een ander filiaal. En telkens ging ik na enkele weken mee met een andere ploeg, om te snoeien, te rooien, … Dat maakt dat ik het hele gebeuren heb meegemaakt. Daar heb ik op technisch vlak wel het meest opgestoken. Een aantal zaken heb ik hier ook al toegepast.” Rens wil zeker nog meegeven dat je de theorie niet mag verwaarlozen, maar dat er tijdens een stage toch meer kans is om technische zaken op te steken. Ook als je zelf uit een kwekerij komt, kan je zien hoe anderen het anders aanpakken.
Het verblijf in Duitsland had zeker ook zijn leuke kanten. “We maakten wel eens plezier. En ik hou vooral nog contact met de Oostenrijkse stagiair. Het jaar na onze stage zijn we samen enkele dagen naar IPM gegaan. In Frankrijk was ik meer op mezelf, maar in Duitsland bleven de meeste jongeren ook daar, omdat ze van verder uit Duitsland kwamen. Dat maakte dat we in het weekend wel eens samen op stap gingen. Dat was plezant.”
Terug thuis
De confrontatie met de kwekerij thuis was het grootst na Duitsland. “Dan heb ik me geregeld afgevraagd of onze manier van werken goed was, in vergelijking met de Duitse aanpak. Dat is zeker nuttig. Ik kon alleen het buitenwerk vergelijken, want ik heb daar niet in de verkoop gewerkt. Dat aspect van ons bedrijf leer ik nu samen met mijn grootvader.”
Naast 4 ha containerteelt heeft Boomkwekerij Van Pelt ook nog 30 ha vollegrondsteelt. “We focussen op kleinere maten en tussenmaten, omdat die moeilijker te vinden zijn bij andere kwekers.” De afzet is vooral gericht op tuinaannemers. Daarnaast gaat er ook een deel naar openbaar groen en zowat 15% wordt verkocht aan particulieren. Een klein deel wordt geëxporteerd. Gevraagd naar het aspect van de kwekerij dat hem het meest aantrekt, reageert Rens dat hij het liefst buiten werkt. “Toch besef ik dat ik in het handelsseizoen meer binnen zal moeten werken, ook om te zorgen dat er voldoende plantenkennis aanwezig is op kantoor. Maar in de zomer zit ik altijd mee buiten.” Hij kent nog niet alle soorten, maar wel de courant verhandelde. “We hebben 1600 verschillende soorten en variëteiten, zelfs 2600 als we er de vaste planten en soorten die we inkopen, bijtellen.”
Rens wil zeker nog meer inzetten op duurzaam telen, maar binnen de grenzen van wat haalbaar is. Zo werd recent een automatisch werkende zwenkschoffel (DvO) aangekocht voor in de laanbomen. “We hadden al een schoffel die langs één zijde werkte, maar met de nieuwe kunnen we de rijen aan beide kanten meenemen, wat een stuk efficiënter werkt. De oude machine werkte vooraan op de tractor, waardoor de afstand tot de bestuurder iets groter was, wat soms tot onnauwkeurigheden leidde. We moesten daar, afhankelijk van het weer, om de twee weken mee door de aanplanting gaan, wat een hele klus is met een machine die maar aan één kant werkt. Met die oude machine konden we maar 3 tot 4 km/u rijden, met de nieuwe zal dat 7 km/u zijn. Dus gaan we op het einde van de rit bijna vier keer zo snel. Bovendien is het resultaat beter.”
Toekomstvisie
“Ik wil opnieuw meer zelf kweken”, reageert Rens op de vraag of hij op termijn andere accenten wil leggen. “We hebben jarenlang met een verhouding van 60% eigen kweek en 40% aankoop gewerkt.” Ik wil zeker meer laanbomen kweken. Maar ik besef dat het onmogelijk is om alles zelf te kweken. En ik hoop ook om wat minder aan particulieren te verkopen en meer gewicht te leggen bij tuinaannemers, openbare besturen en ook export. Dat maakt ook dat we wellicht opnieuw meer zullen deelnemen aan beurzen.”
Wat de noden van de sector betreft, vindt Rens dat er wat meer mag worden samengewerkt tussen Belgische kwekers. “Dat gebeurt veel meer in Nederland, en we zien dat er heel wat concurrentie komt uit die hoek. Ze spreken daar gemakkelijker af wie welk deel van het assortiment kweekt. Ik vind het ook niet nodig om plots heel andere dingen te gaan kweken, waarmee ik in de markt van een collega terechtkom. Concurrentie is goed, maar wat samenwerking kan de zaken voor iedereen vlotter doen lopen.”
Ten behoeve van het Tree-O-Neers project gingen we ook filmen bij Rens in de kwekerij. Bekijk hier het filmpje