Sarah en Dirk Descamps tussen de planten

Op de koffie bij Sarah en Dirk Descamps

Sarah Descamps en haar man Matthias namen begin juli D&V Plant Production over van haar ouders. Vorig jaar hebben ze zwaar geïnvesteerd om hun containervelden te voorzien van een first flush-systeem. Tegelijk hebben ze de wateropslagcapaciteit uitgebreid met twee bassins van elk 10 miljoen liter, waarmee ze hun jaarlijkse waterbehoefte van 15 miljoen liter water kunnen rondkrijgen. Al het gietwater wordt hergebruikt. 
Patrick Dieleman

Sarah is wegens dit project genomineerd voor de ‘Copa Women’s Award’. Over de award en het irrigatiesysteem kon je meer lezen in Boer & Tuinder van 27 november en op de site van Boerenbond.
We installeren ons in de vergaderzaal boven de burelen. Wanneer ik opmerk dat het een mooie ruimte is, reageert Dirk dat die ook nuttig is voor vergaderingen met het bestuur van de kring West-Growers, waar hij covoorzitter van is. 
 

Sarah bij waterbassin

D&V Plant Production

Terwijl Sarah nog even bezig is met een telefoontje vertelt Dirk dat hij en zijn voormalige echtgenote An Verbeest het bedrijf in 1993 hebben opgericht. De ‘D&V’ in de bedrijfsnaam verwijst naar hun familienamen. “An studeerde tuinbouw, maar ik ben boekhouder van opleiding. Ik ben wel opgegroeid op de boerderij hier wat verderop, die later door mijn broer werd verdergezet.” In 1993-1994 bouwden ze een loods en een serre. “Die serre hebben we multifunctioneel opgevat, zodat we flexibel konden blijven in de keuzes die we nog zouden maken. We voelden ons aangetrokken tot de teelt van heesters, vooral ook omdat ze in die sector toen bij wijze van spreken nog met een kruiwagen rondreden. Er was, met andere woorden, nog heel wat ruimte voor mechanisatie en automatisatie. Bij andere sectoren was ‘het ambacht’ er al uit.” De eerste jaren combineerden Dirk en An de teelt van heesters met die van chrysanten. “Een hondenstiel”, zegt Dirk. De prijsvorming was op het scherp van de snee en ze maakten mee dat een handelaar hen doodleuk liet zitten met een bestelde partij chrysanten omdat hij ze niet verkocht kreeg. Na vier jaar zijn ze daarmee gestopt en namen ze kruiden op in het assortiment, die net als de heesters in pot op containervelden werden gekweekt. “Vanaf dag één begonnen we met recirculeren, al vingen we het water toen nog op in een open vijver.” In 2000 en 2010 bouwden ze extra serres en tussendoor werden ook de containervelden uitgebreid. “In het begin stekten we veel zelf, maar dat hebben we afgebouwd zodra er meer goed jongplantenmateriaal in de handel kwam. We hebben bijvoorbeeld een dertigtal soorten munt, waarvan we er een vijftiental als jongplant kunnen inkopen. De rest stekken we zelf. In totaal hebben we meer dan 1000 soorten, waaronder een 350-tal soorten kruiden, zowel eenjarige, tweejarige als meerjarige soorten en zelfs tropische planten.” Dirk wijst op de grote potmaat, die hen onderscheidt van telers van keukenkruiden. “Wij kweken kruiden als tuinplant en worden door het FAVV ook zo beoordeeld.” Alle planten, kruiden, kleinfruit en sierheesters worden in pot gekweekt voor tuincentra. De laatste vijf jaar kweken ze ook geënte tafeldruiven. 

Bedrijf en gezin

“We zijn nu bezig met MPS-certificering”, vertelt Sarah. “Matthias, die 15 jaar in een voedingsbedrijf werkte, is dergelijke zaken gewoon. In de voedingssector spelen lastenboeken een nog grotere rol. Hij was veel bezig met audits en het behalen van de nodige certificaten, maar hij was toe aan een nieuwe uitdaging. We wilden het bedrijf overnemen, maar het moest dan wel van bij de start duidelijk zijn dat Matthias en ik de zaak zouden leiden. Papa kwam bij ons in dienst en hopelijk mag hij ons nog lang en zo veel mogelijk helpen. Ik heb tien jaar samengewerkt met mijn ouders. Met drie werken is altijd met twee plus één. Ik wilde duidelijkheid.” Dirk staat er volledig achter. “Het was tijd om over te laten. Al vijftien jaar zeg ik dat Sarah dé geschikte persoon is”, lacht hij. Sarah reageert dat ze niet zo nodig de leiding hoeft, maar dat ze vooral graag overzicht en een degelijke planning heeft. “Ik heb graag dat het in mijn hoofd duidelijk is wie wat gaat doen en wat de komende tijd moet gebeuren.” Dirk vindt het belangrijk dat Sarah en Matthias een goed evenwicht vinden tussen het bedrijf en hun gezin. “De grootste oorzaak dat mijn vrouw en ik uit elkaar gingen, lag bij het bedrijf. We hebben veel te veel gewerkt en te weinig tijd genomen voor andere zaken. Je moet er altijd zijn voor je bedrijf en voor je medewerkers. En je kan niet zoals een fabrieksdirecteur de op te lossen problemen delegeren naar allerlei managers.” Sarah reageert dat het net dit is dat zij en haar man tof vinden. “Vandaag ploeteren we wat in de aarde om Hedera te planten op het talud van het nieuw waterreservoir en morgen zit ik een halve dag op kantoor. Wij hebben ook de drive van mijn ouders, maar door hun ervaringen maken we nu soms bewust andere keuzes. Ik weet niet of die daarom beter zullen zijn, maar ik vind het wel belangrijk dat we die keuzes weloverwogen maken.” Dirk vindt het belangrijk om advies te blijven geven. “Maar zij doen er uiteindelijk mee wat ze willen. Het kan zijn dat ze wel eens met hun hoofd tegen de muur lopen, maar dat hebben wij ook gedaan.” 

Taakverdeling

Sarah en Matthias hebben vier vaste medewerkers en kunnen rekenen op drie Poolse seizoenarbeiders. Die springen jaar na jaar bij tijdens de drukke periodes. “Het stelt ons gerust dat we op hen kunnen rekenen”, vertelt Sarah “Ze kennen hun taak door en door zodat de bestellingen goed klaargemaakt worden.” De planten worden mooi opgekuist om presentabel te zijn in het tuincentrum. Ze worden voorzien van etiketten en vaak ook al van de detailhandelsprijs. “De planten klaarmaken, ’s avonds laden en ’s anderendaags leveren, dat doen we het liefst.” Dirk vult aan dat de eerste week na levering heel belangrijk is voor de verkoop. “Dan staan de planten nog prachtig, zoals ze uit de kwekerij komen. Daarna kiemt er al eens een onkruidje of vergeelt een blad. Kruiden kunnen ook snel groeien, zodat ze er na korte tijd in de winkel niet meer mooi compact uitzien. Daarom laat ons logistiek systeem toe dat we om de veertien dagen kunnen leveren bij dezelfde klant.” 
Dirk legt zich vooral toe op technische aspecten, zoals de machines en gewasbescherming. Het kweken heeft Sarah voldoende in de vingers. Maar ze beseft dat zij en Matthias binnen afzienbare tijd al Dirks taken moeten kunnen overnemen, wanneer hij op pensioen wil gaan of onverwachts ziek zou worden. Matthias gaat daarom deze winter een opleiding volgen voor zijn fytolicentie.
Gewasbescherming is op het bedrijf heel specifiek, gezien het grote aantal soorten. “Bij Potentilla bijvoorbeeld, zijn twee van de vijftien soorten die we kweken gevoelig voor wortelziekten. We moeten dus niet alle Potentilla’s behandelen, maar alleen die twee soorten. We stoppen die ter preventie in een dubbele pot, zodat ze wat minder vochtig staan. Dergelijke ingrepen proberen we overal toe te passen. We grijpen niet zomaar naar de spuit.” Dit brengt het gesprek op IPM, iets waar Dirk al mee bezig was voor het wettelijk verplicht werd. “Ik vind dat je jezelf tijdig moet wapenen wanneer je weet dat iets op je afkomt. Er zit niet echt toekomst in chemische gewasbescherming, dus moeten we andere oplossingen vinden. Ik ben gisteren naar de vergadering van het project ‘AlterPeat’ geweest (veenvervangers). De eerste resultaten wijzen al in een bepaalde richting. Het lijkt me duidelijk dat de microbiologie in de pot een grote rol gaat spelen.” Dirk vertelt dat ze al houtvezel uitgeprobeerd hebben, maar dat de bemeste potgrond gemakkelijk ging opwarmen wanneer hij enkele weken blijft liggen. Nu proberen ze potgrond waarin gecomposteerde schors en kokos zijn gemengd. “Kokos is voorlopig omdat dit uiteindelijk ook niet duurzaam is, maar het is het resultaat dat telt. Ik vermoed dat we die op termijn zullen kunnen vervangen door gedroogde vezels van Miscanthus of iets dergelijks. We hebben bij de West-Growers een werkgroep rond veenvervangers opgericht omdat overleg tussen kwekers interessant is.” Sarah vult aan dat ze dat probleem met die opwarmende potgrond zo ook konden bespreken met collega’s. “Ik leer daar van bij, dat brengt ook nieuwe ideeën. Ik denk daar thuis dan over na. Als je naar een vergadering gaat en er niets mee doet, dan is het jammer van je tijd.” 
Gevraagd naar haar toekomstdromen reageert Sarah dat het project rond water een lijvig dossier was, ook financieel en qua geïnvesteerde tijd. “Ik verwacht dat we nog wat gaan groeien in oppervlakte en productie. En dat kan nu. We konden al eerder containervelden bijleggen met een minimale financiële inspanning, maar daar ben je niets mee als je ze niet kan irrigeren in de zomer. We hebben nu een goeie basis gelegd. De rest kan volgen.” 
 

Wie is Sarah Descamps

Sarah aan 't werk

Sarah Descamps nam begin juli samen met haar man Matthias Beerlandt, D&V Plant Production in Menen over, het bedrijf dat goed dertig jaar geleden werd opgericht door haar ouders. Ze hebben twee kinderen: Leon en Félien. 
Sarah groeide op tussen de planten, maar studeerde economie en handelsingenieur. Na een eerste wat teleurstellende werkervaring begon ze thuis mee te werken. Dat begon als een tijdelijke oplossing, maar groeide uit tot een echte passie.
 

Copa-Cogeca Woman's award

Sarah is genomineerd voor de ‘Innovation Award for Women Farmers’, georganiseerd door de Europese koepelorganisatie Copa-Cogeca. Die zet innovatieve projecten van vrouwelijke land- en tuinbouwers, die bijdragen aan duurzaamheid en plattelandsontwikkeling, in de schijnwerpers. 
Het thema voor 2025 is: ‘Women making waves in sustainable water systems’. Een Europese jury beslist op 3 december.