Sierteeltbedrijven in Portugal
Mediterrane planten bij Monterosa
Monterosa werd 52 jaar geleden opgericht door de Zweed Detlev van Rosen. Vandaag produceren ze op 40 ha meer dan 200 verschillende mediterrane soorten. Er is dus geen specifieke specialisatie, maar wel een uitgebreid assortiment. Belangrijke soorten daarin zijn Poinsettia, chrysanten, lavendel en rozemarijn. Nog steeds gaat het grootste deel (60%) van de afzet naar de Portugese markt. Vooral in het voorjaar is er ook behoorlijk wat export naar meer noordelijke Europese landen, zoals Nederland, Polen, Duitsland en Frankrijk.
Op de foto hierboven zien we Eucalyptusplanten, die in een betonnen blok geplaatst worden. Dit is een typische teeltmethode in Portugal. Het beton dient in eerste instantie om de temperatuur in de pot onder controle te houden op hete dagen. Door het gebruik van de betonnen blokken zweven de potten ook enkele cm boven de grond, wat helpt om wortelziekten te voorkomen.
De betonnen blokken, waarin de planten op de containervelden staan, helpen de potten koel te houden tijdens hete dagen.
1,5 miljoen citrusplanten bij Citrina
Met een jaarlijkse verkoop van 1,5 miljoen citrusplanten en 85 medewerkers verdeeld over 10 teams, is het 30 ha grote Citrina een indrukwekkende en efficiënte kwekerij. Het bedrijf startte in de jaren zeventig met de teelt van uitgangsmateriaal voor citrustelers, maar de productie evolueerde door de jaren heen naar de citrusplant als sierplant. Alle planten worden geënt op een zaailing, regelmatig gesnoeid en opgebonden. Voor vertrek worden ze gewassen, behandeld met koolzaadolie en gedroogd in een tunnel zodat ze mooi glanzen. De grootste klant van Citrina is Lidl Europe. Alle verkoop verloopt via Nederland, waar ze een gespecialiseerde verkoopafdeling en opslagplaats hebben.
Op de foto hierboven zien we de Belgische delegatie tussen de citrusplanten onder een constructie die de volledige buitenteelt kan afdekken met gaas om insectenvrij te telen. Het bedrijf investeerde hierin nadat Xylella enorme schade aanrichtte in een afgebakende zone 60 km verderop.
Mediterrane planten bij Viplant
Bayflor, het voormalige bedrijf van het Belgische Floréac, werd opgericht in 1988, maar behoort nu tot de groep Viplant. Aanvankelijk teelde het voor de Portugese markt. Dat doen ze nu nog steeds, maar intussen is er ook export. Op vier verschillende locaties wordt in totaal op 36 ha een honderdtal soorten geteeld. De drie sterproducten zijn Dipladenia, Hibiscus en Bougainvillea. Naast de kwekerij baten ze ook twee tuincentra uit, waarvan we er één bezochten. Deze zijn gericht op tuinliefhebbers in de Algarve, maar veel klanten zijn expats of toeristen.
Op de foto hierboven toont general manager Frederico Pinheiro Chagas een van hun topproducten: een Dipladenia met twee bogen. Hij vertelde dat de wortelstokken een belangrijk aspect zijn voor de kwaliteit van het product en voor een beter shelflife zorgen. Daarmee onderbouwde hij dat telen in een veenvrij substraat voor deze plant niet haalbaar is, omdat de meeste van die substraten meer watergiften vragen en de wortelontwikkeling daardoor beperkter is. Wel zijn ze er op het bedrijf in geslaagd om lavendel te telen op een veenvrij substraat, bestaande uit een mengeling van kokos, schors, perliet en compost.
Protea Iberica
Deze kwekerij teelt sinds 2001 snijbloemen, voornamelijk Protea Iberica (een Zuid-Afrikaanse plant) en aanverwanten. Jaarlijks worden van augustus tot eind mei een miljoen stelen geproduceerd, met een piek tussen oktober en december. Van mei tot augustus wordt de productie aangevuld vanuit het Zuidelijk halfrond. Na het sorteren (zie foto hierboven) gaat 90% van de productie naar Aalsmeer.
Op zijn hoogtepunt produceerde het bedrijf op 40 ha, maar intussen is dat teruggevallen naar 20 ha. Vooral de beschikbaarheid van water werd aangegeven als de voornaamste reden om in te krimpen. Nochtans ligt het bedrijf in een tuinbouwregio waar een kanaaltje doorloopt dat water vanuit een groot meer tot bij de bedrijven brengt. Maar ook voor dat water moet een vergunning verkregen en betaald worden.
Frupor
Op dag 2 bezochten we het allergrootste bedrijf van de reis, nabij de westkust. Frupor werd in 1984 opgericht door een Noorse eigenaar en is nog steeds een familiaal bedrijf. Naast Chinese kool, wortelen en wijndruiven wordt hier ook nog eens zo’n 40 ha snijgroen geteeld. De ledervarens op de foto hierboven zijn al bijna 30 jaar oud, net als de constructie met zwart doek dat 17 ha afdekt om 70% schaduw te creëren.
Opdat hun personeel met voldoende snelheid én kwaliteit zou oogsten, worden ze gemotiveerd met een bonus voor wie boven het minimum oogst. Naast ledervaren wordt onder meer ook Eucalyptus geteeld voor snijgroen.
Sjaak van Schie
Op de laatste dag van de reis bezochten we twee Nederlandse bedrijven met een indrukwekkende productiesite in Portugal. Sjaak van Schie heeft zowat 30 ha serres en containervelden waarin indrukwekkende hoeveelheden Hortensia’s worden geteeld. Daarmee is dit bedrijf marktleider in de vermeerdering en de veredeling van Hortensia. Een deel van de productie gebeurt ook in Uganda en Nederland. Daarmee hebben ze 40% van de Europese jongplantenmarkt in handen en zowat 2% van de bloeiende markt.
De nieuwste investering is een indrukwekkende loods met zes enorme koelcellen. Daarin worden de planten minstens zeven weken gekoeld, wat later een uniforme bloei oplevert. Zes maanden per jaar staan deze cellen vol met planten; de andere maanden wordt de loods gebruikt om planten voor de zachtfruitsector te overwinteren. De koelcellen worden gekoeld met ammoniak (lagedruksysteem).
Hieronder: de groep van West-Growers bij Sjaak van Schie
Van der Salm
Bij Van der Salm vormen automatisatie en planning de sleutel tot een zeer efficiënte productie van lavendel, met eigen vermeerdering en variëteiten. Op vier verschillende locaties in Portugal worden op 30 ha jaarlijks 10 miljoen lavendelplanten geteeld door ongeveer 100 medewerkers. Dat is mogelijk dankzij een verspeenrobot en sterke mechanisatie voor het verpotten, snoeien, uitzetten en aanleveren. De planning is uitdagend, want terwijl het in het voorjaar steeds warmer wordt in Portugal, moeten de planten tijdig naar Nederland kunnen vertrekken. Ze zetten nu ook volop in op de nieuwe licentievariëteit Ilex crenata ‘Jenny’, waarmee ze alle lege plaatsen van lavendel opvullen. Na het automatisch snoeien, worden ze teruggestuurd naar Nederland om verkocht te worden.
Net als bij van Schie gaan de planten per schip naar Nederland. Dat zou 40% goedkoper zijn dan over de weg. Het transport duurt 3,5 dagen en kan nog efficiënter geregeld worden als er ook terugvrachten zijn met bijvoorbeeld potten of substraat. Alle planten worden afgezet via de Nederlandse handel.