watercaptatie

't Is weer voorbij, die droge zomer

Het Agrometeorologisch bericht van september van VITO, KMI en CRA-W kijkt terug op een wel erg droge zomer. Het kwantificeert ook welke effecten dit had op de plantengroei in de verschillende regio’s van België.
Naar VITO

Na een zeer droog en zonnig voorjaar volgde een warme, zonnige en zeer droge zomer.
Juli kende een warme start. Van 28 juni tot en met 2 juli kregen we zelfs af te rekenen met een hittegolf. Daarna werd het echter koeler en schommelden de temperaturen eerder rond de normale waarden. De uiteindelijke gemiddelde maandtemperatuur in Ukkel lag met 19,4°C iets boven de normale waarde van 18,7°C.
In totaal viel er in juli 80,6 mm neerslag in Ukkel (normaal 76,9 mm), verspreid over 14 dagen (normaal 14,3 dagen). De minste neerslag viel in het noorden van het land, gemiddeld slechts zo’n 70% van de normale hoeveelheid (Figuur 1). In het zuiden van het land was het overwegend natter dan normaal.
Tijdens de eerste 10 dagen van de maand scheen de zon uitbundig. Het einde van de maand verliep daarentegen somber. De volledige maand juli was uiteindelijk zonniger dan gemiddeld (224u 53min tegenover 203u 14min normaal).
 

Figuur 1

De zomermaanden

In juli viel er af en toe nog regen, maar augustus bleef overwegend droog. In Ukkel werd slechts 17,8 mm neerslag geregistreerd (normaal 86,5 mm) verspreid over 11 dagen (normaal 14,3 dagen). In de meeste regio’s viel slechts 25 tot 30% van de normale hoeveelheid neerslag (Figuur 2). Vooral de tweede helft van augustus was zeer droog.
Met een gemiddelde temperatuur van 19,3°C was augustus in Ukkel iets warmer dan normaal (18,4°C). Van 10 tot en met 15 augustus was er overigens opnieuw sprake van een hittegolf. Ook op het einde van de maand stegen de temperaturen tot ruim boven het gemiddelde. In totaal werden er in augustus 12 zomerdagen (Tmax ≥25°) en 3 tropische dagen (Tmax ≥30°C) geregistreerd.
Augustus was veel zonniger dan gemiddeld. De totale zonneschijnduur in Ukkel bedroeg niet minder dan 233u 32min (normaal 192u 26min).
 

Figuur 2

Seizoensoverzicht

Tijdens de lente en de zomer - van begin maart tot eind augustus - viel er in Ukkel in totaal slechts 184,4 mm neerslag. Dit is minder dan de helft van de normale hoeveelheid (399,8 mm). Daarmee beleefden we de droogste combinatie van lente en zomer sinds 1921. In sommige landbouwregio’s - vooral in het noorden van het land - werden nog grotere neerslagtekorten gemeten, zoals blijkt uit Figuur 3. In de Duinen en Polders, de Zandstreek en de Kempen viel er tussen 15 maart en 31 augustus respectievelijk 53, 51 en 47% minder neerslag dan normaal.

Figuur 3

Figuur 4 zoomt verder in op de zomermaanden (juni – augustus) en toont het neerslagtotaal voor gans België in vergelijking met de normale waarde voor deze periode (SPI-3 index). In het noorden van het land en in delen van Henegouwen en Luik was het eind augustus nog steeds droog tot uiterst droog (bruine zones op de kaart). Elders was de situatie normaal.

In Vlaanderen gold al sinds de tweede helft van maart code geel voor droogte. Op 28 augustus werd door het aanhoudende neerslagtekort overgeschakeld naar code oranje. Eind augustus stonden de waterpeilen en debieten in de bevaarbare en onbevaarbare waterlopen nog altijd ongewoon laag voor de tijd van het jaar. Daardoor waren onttrekkingsverboden en waterbesparende maatregelen van kracht.
De grondwaterstanden vertonen nog steeds een gemengd beeld. In het westen en noorden van Vlaanderen zijn ze laag tot zeer laag voor de tijd van het jaar. In het oosten van Vlaanderen variëren de grondwaterstanden van laag tot hoog.
 

Figuur 4
satelliet Sentinel 3 boven de aarde

Observaties vanuit de ruimte

Figuur 5 vergelijkt het verloop van de NDVI vegetatie-index sinds januari met de langjarige referentiewaarde. Deze index is afgeleid uit Sentinel-3 satellietbeelden. De voorjaarswerkzaamheden konden dit jaar vroeger dan normaal starten, maar door de droogte in april en mei kwamen de gewassen vaak moeizaam op en vertraagde de groei. Hierdoor dook de vegetatie-index al snel onder het langjarig gemiddelde. Het verschil was het grootst in de Polders, waar de minste regen viel (Figuur 5). In juni en juli regende het gelukkig af en toe, waardoor de groei bij de zomerteelten hernam en de index - met wat vertraging - weer steeg. Toch bleef de vegetatie-index het ganse seizoen onder het langjarig gemiddelde. Het groeiseizoen was ook korter dan normaal. De wintergranen konden dankzij het warme en zonnige weer sneller geoogst worden. Daarnaast zorgde het warme weer ook voor een versnelde afrijping van de zomergewassen. De vegetatie-index begon dan ook eerder dan normaal te dalen. Dat is vooral duidelijk merkbaar in de Leemstreek. Lokaal hebben droogteschade en aantasting van het loof door ziekten ongetwijfeld eveneens bijgedragen aan de lagere indexwaarden tijdens de zomermaanden.

Figuur 5

Uit Figuur 6, waarin de vegetatie-index voor 21–31 augustus wordt vergeleken met het langjarig gemiddelde, blijkt dat er plaatselijk wel wat verschillen zijn afhankelijk van het geteelde gewas, de mate van droogtestress en het oogsttijdstip. In het westen en noorden van Vlaanderen, de droogste regio’s van het land, ligt de index eind augustus vrijwel overal onder de normale waarde (rode en oranje zones op de kaart). In het zuiden van het land lijken de gewassen er beter voor te staan. Elders zien we eerder een gemengd beeld. Op percelen waar voldoende vocht in de bodem aanwezig was doen de gewassen het goed en scoort de vegetatie-index gemiddeld of zelfs hoger dan normaal (gele en groene zones). Bij percelen die te lijden hadden onder de droogte of waar het gewas sneller afrijpte en vroeger dan normaal geoogst werd, zien we dan weer lage indexwaarden.

Meer informatie en voorgaande Agrometeorologische Berichten zijn te vinden op www.bcgms.be.
Hier kan je ook tal van interactieve kaarten en grafieken consulteren.
 

Figuur 6