Toegevoegde waarde L&Tb-sector steeg in 2025

cartoon goed weer slecht weer

Elk jaar na de zomer evalueert Boerenbond het productiejaar van de land- en tuinbouw om zo een raming van de jaarresultaten te maken. Voor 2025 raamt Boerenbond de omzet van de Vlaamse land- en tuinbouw op 7,85 miljard euro. Daarmee komen we 11,9% hoger uit dan het gemiddelde van de voorbije vijf jaar (2020-2024) en 2,1% hoger dan in 2024.

François Huyghe & Sanne Nuyts, beeld: Joris Snaet

De globale omzet van de Vlaamse boerderij vertoont onderliggend wel grote variaties naargelang de sector. Zo scoorden de voornaamste akkerbouwsectoren zoals aardappelen en suikerbieten in 2025 slecht, terwijl de omzet van de dierlijke sectoren naar omhoog ging.
De omzet van de Vlaamse land- en tuinbouwsector stijgt zo met 2,1% tegenover 2024. Gecombineerd met een beperktere stijging van de werkingskosten (+1,9%) leidde dat tot een verbeterde toegevoegde waarde van 3,1%, ondanks een zeer slechte prijsvorming voor akkerbouwgewassen en groenten.

​Figuur 1. Evolutie bruto-omzet en directe kosten in de Vlaamse land- en tuinbouw (2020-2025)
Bron: Boerenbond

grafiek economisch rapport 2025

Werkingskosten stegen beperkt

Na een forse stijging van de werkingskosten in 2022 daalden de kosten in 2023 en 2024. In 2025 was er een beperkte kostenstijging (+1,9%) die vooral voortspruit uit prijsstijgingen van energie (+7,0%) en plantenvoeding (+11,0%).  Andere kosten, zoals loonkosten en allerlei diensten waarop de sector een beroep doet, stegen mee met de inflatie.

We stellen vast dat in 2025 79% van de gerealiseerde omzet opging in werkingskosten. Met 1,663 miljard euro bruto toegevoegde waarde steeg de toegevoegde waarde (+3,1%) tegenover 2024, na een stijging met 7,0% in 2024 tegenover 2023.

Toegevoegde waarde verbeterde verder

Ondanks de zeer slechte prijsvorming in de akkerbouw- en groentesector is de globale toegevoegde waarde in de sector verder verbeterd tegenover 2024. Aan de basis hiervan ligt een behoorlijke verbetering van de prijzen in de dierlijke sectoren, met uitzondering van de varkenshouderij. De plantaardige productie werd daarentegen geconfronteerd wordt met een bijzonder slechte prijsvorming voor aardappelen, graan en suiker. Ook de prijsvorming van groenten viel tegen, waarbij witloof de meest opvallende daler is. De werkingskosten stegen in beperkte mate, na een daling in 2023 en 2024. De huidige werkingskosten liggen wel nog zo’n 10% hoger dan in 2021, het jaar voor de Russische inval in Oekraïne die leidde tot een sterke stijging van de energiekosten. In ieder geval lijkt het erop dat de globale sector er sinds 2023 beter in slaagt om de stijgende kosten door te rekenen naar de volgende schakels in de keten. Een verdere margeverbetering is weliswaar absoluut noodzakelijk om een verdere verduurzaming van de sector mogelijk te maken.

Lees het volledige artikel op boerenbond.be