Vrouwen dragen landbouw, maar krijgen nog te weinig erkenning
Meer dan de helft van de vrouwelijke landbouwers ervaart genderongelijkheid, terwijl 90 procent actief meewerkt in productie en dierverzorging op het bedrijf. Dat blijkt uit een bachelorproef van Odisee-hogeschool, gebaseerd op een enquête bij meer dan honderd vrouwelijke landbouwers uit Vlaanderen en Nederland.
Bron: Odisee
Het onderzoek verschijnt in het Jaar van de Boerin, een initiatief van de Verenigde Naties om de bijdrage van vrouwen aan voedselproductie en plattelandsontwikkeling wereldwijd onder de aandacht te brengen. Want hoewel ze een cruciale rol spelen, kampen vrouwen in de landbouw nog steeds met beperkte erkenning, traditionele rolpatronen en structurele drempels.
Voor haar bachelorproef Agro- en Biotechnologie onderzocht Falke Gillissen de historische evolutie en de huidige positie van vrouwen in de landbouw. Uit haar onderzoek blijkt dat vrouwen al eeuwenlang een onmisbare schakel vormen binnen landbouwbedrijven. Ze werkten mee op het veld, verzorgden dieren, verwerkten producten en namen administratieve taken op zich, maar hun bijdrage werd lange tijd nauwelijks als volwaardig erkend.
Brede verantwoordelijkheid, beperkte erkenning
Ook vandaag combineren vrouwelijke landbouwers nog een uitzonderlijk breed takenpakket. Zo geeft 90 procent van de bevraagde vrouwen aan actief betrokken te zijn bij productie en dierverzorging. Daarnaast staat 65 procent mee in voor administratie en bedrijfsvoering, terwijl ongeveer 70 procent deze taken combineert met zorgtaken binnen het gezin.
Die beperkte erkenning vertaalt zich ook in de cijfers. Zo ervaart 58 procent van de respondenten genderongelijkheid en vindt meer dan de helft dat zij harder moeten werken dan mannen om dezelfde erkenning te krijgen. Slechts iets meer dan de helft voelt zich door de omgeving als volwaardige landbouwer erkend.
Naast sociale barrières wijst het onderzoek ook op een structureel probleem. Vrouwen hebben wereldwijd nog steeds minder toegang tot land, kapitaal en opleidingen. In Europa wordt ongeveer 32 procent van de landbouwbedrijven geleid door vrouwen. In Nederland is meer dan 90 procent van het landbouwvastgoed in handen van mannen.
"Veel vrouwen doen hetzelfde werk als mannen, maar worden nog te vaak gezien als 'de vrouw van' in plaats van als landbouwer. Dat blijft een belangrijke drempel"
Vrouwen als motor voor landbouw van de toekomst
Tegelijk ziet Gillissen duidelijke signalen van verandering. Vrouwen nemen steeds vaker zelf de leiding van landbouwbedrijven op en blijken vaak voortrekkers in duurzame en innovatieve bedrijfsvoering. "Veel vrouwen kijken anders naar landbouw. Ze denken sterker op lange termijn en hebben meer aandacht voor de omgeving en de gemeenschap", zegt ze. "Ze zetten bijvoorbeeld meer in op duurzaamheid, kleinschalige bedrijfsmodellen en lokale verankering."
Volgens Kim Schoukens, voorzitter van de Women in Ag Foundation, levert het onderzoek belangrijke cijfermatige onderbouwing voor een problematiek die vrouwen in de sector al langer aankaarten. "Het onderzoek van Falke geeft een duidelijk en objectief overzicht van de ongelijkheden tussen vrouwen en mannen in de landbouw in de Lage Landen. Het is een belangrijke stap om de kenniskloof te dichten en een sterke basis voor toekomstig onderzoek."
Momentum voor verandering
Ook Leen Beke, coördinator landbouw bij Ferm, benadrukt het belang van meer zichtbaarheid en waardering voor boerinnen en tuiniersters. "Ze combineren ondernemerschap, zorg, administratie, innovatie en familieleven, vaak zonder de erkenning die daarbij hoort. Sterke boerinnen maken sterke landbouw- en tuinbouwbedrijven."
De bachelorproef concludeert dat de positie van vrouwen in de landbouw de voorbije decennia verbeterde, maar dat volledige gelijkheid nog niet bereikt is. Meer erkenning, een betere toegang tot middelen en gerichte ondersteuning blijven volgens Gillissen noodzakelijk om het potentieel van vrouwen in de sector ten volle te benutten.