Voorjaarsdroogte in cijfers
Het Agrometeorologisch bericht van VITO i.s.m. CRA-W en KMI brengt de effecten van de weersontwikkelingen in mei en juni op land- en tuinbouwteelten in beeld.
Net zoals februari, maart en april waren ook mei en juni weer droge en zonnige maanden. Juni was bovendien erg warm. Doordat er af en toe wat regen viel konden de gewassen zich goed ontwikkelen. Toch waren eind juni hier en daar ook al tekenen van droogtestress zichtbaar bij sommige teelten.
Bron tekst en figuren: VITO, KMI en CRA-W
Het weer in mei en juni
Net zoals de 3 maanden daarvoor was ook mei weer droog en zonnig. In Ukkel viel slechts 26,6 mm neerslag (normaal 59,7 mm), verspreid over 7 dagen (normaal 14,7 dagen). Ongeveer de helft van die hoeveelheid viel bovendien op één dag tijd, op 27 mei. Vooral de eerste 3 weken van mei waren erg droog. In West-Vlaanderen viel slechts zowat 30% van de normale hoeveelheid (Figuur 1).
Tijdens de eerste 20 dagen van de maand scheen de zon maar liefst 194u 18min (normaal 122u39min). Het einde van de maand was daarentegen somber, met slechts 46u 24min zonneschijnduur tegenover normaal 75u 49min tussen 21 en 31 mei.
Mei kende een erg warme start, maar de rest van de maand schommelden de temperaturen rond de normale waarden. De uiteindelijke gemiddelde maandtemperatuur lag iets boven de normale waarde (14,7°C tegenover 13,9°C normaal in Ukkel).
Juni was niet alleen droog en zonnig, maar ook een warme maand. De eerste 10 dagen waren eerder koel, maar daarna steeg het kwik aanzienlijk. De uiteindelijke gemiddelde maandtemperatuur in Ukkel bedroeg 19,3°C, ruim boven de normale waarde van 16,7°C. Daarmee werd juni 2025, samen met 2003, de op één na warmste junimaand sinds het begin van de metingen in 1833. In totaal werden er maar liefst 23 lentedagen (Tmax≥20°), 13 zomerdagen (Tmax≥25°) en 4 tropische dagen (Tmax≥30°C) geregistreerd.
Er viel minder dan de helft van de normale neerslaghoeveelheid in Ukkel (31,6 mm tegenover 70,8 mm normaal in juni). Tussen 11 en 20 juni bleef het zelfs volledig droog. Ook nu viel de minste neerslag in de Oost-Vlaamse en Antwerpse Polders, ongeveer 45% van de normale hoeveelheid. In het uiterste zuiden van het land was het dan weer iets natter dan normaal (Figuur 2).
De maand juni begon somber, maar vanaf 11 juni scheen de zon uitbundig. De totale zonneschijnduur in Ukkel bedroeg 248u 35min (normaal 199u 17min).
Temperatuur- en neerslagsom
Figuur 3 toont de temperatuur- en neerslagsom van 1 januari tot en met 30 juni 2025 voor de verschillende landbouwregio’s. De temperatuursom ligt in alle regio’s hoger dan gemiddeld, met afwijkingen tussen +9 en +14%. In Wallonië is het verschil iets groter dan in Vlaanderen. Zoals te verwachten viel na het droge voorjaar, ligt de neerslagsom in alle regio’s onder de normale waarde. De verschillen variëren naargelang de regio. In de Duinen en Polders bedraagt het tekort bijna 40%, in de Leemstreek zo’n 21% en in de Famenne ‘slechts’ 14%.
Droog tot zeer droog
In Figuur 4 wordt het neerslagtotaal van 2 april tot en met 30 juni 2025 voor gans België weergegeven in vergelijking met de normale waarde (SPI-3 index). In het westen en noordwesten van het land was het eind juni uiterst droog tot droog (bruine zones op de kaart). De regen van begin juli zorgde intussen voor wat beterschap in de uiterst droge regio’s, maar de situatie blijft er nog steeds overwegend droog tot zeer droog.
In Vlaanderen geldt al sinds de tweede helft van maart code geel voor droogte. De aanhoudende droogte heeft geleid tot een snelle daling van het waterpeil in bevaarbare en onbevaarbare waterlopen. Op veel locaties zijn de debieten en waterpeilen laag, en in tal van onbevaarbare waterlopen wordt het ecologisch minimaal debiet niet gehaald.
De grondwaterstanden vertonen een wisselend beeld. Ze zijn laag tot zeer laag voor de tijd van het jaar in het westen en noorden van Vlaanderen. In het oosten van Vlaanderen, waar meer neerslag viel, variëren de grondwaterstanden van laag tot hoog. In de provincies West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Antwerpen waren sinds 9 mei 2025 al plaatselijk tijdelijke onttrekkingsverboden van kracht. Deze werden in de loop van mei en juni verder uitgebreid, en ook Vlaams-Brabant werd aan de lijst toegevoegd.
Effecten op de vegetatie
Figuur 5 vergelijkt het verloop van de NDVI vegetatie-index sinds januari met de langjarige referentiewaarde. Deze index is afgeleid uit Sentinel-3 satellietbeelden. In het begin van de winter scoorde de index nog flink boven de gemiddelde waarde, maar vanaf februari zagen we een afname.
Normaal stijgt de index vanaf maart doordat de gewasgroei weer op gang komt. Zoals in het vorige Bericht vermeld, begon die stijging dit jaar echter pas in april. In de meeste regio’s volgde de groeicurve tot eind april nog het normale seizoenspatroon.
Tijdens de laatste week van april en de eerste 3 weken van mei viel er nauwelijks regen. Dit bemoeilijkte de opkomst van pas aangelegde teelten en/of vertraagde de groei, waardoor de vegetatie-index weinig of niet steeg. In heel wat regio’s zat de index eind mei dicht tegen het langjarig minimum aan. Eind mei en begin juni regende het gelukkig weer, waardoor de gewasgroei kon hernemen. Toch lag de index eind juni nog overal onder het langjarig gemiddelde. Het verschil is het grootst in de Polders, waar de minste regen viel. Naarmate we verder naar het centrum en zuiden van het land gaan, bijvoorbeeld in de Leemstreek, wordt het verschil met het gemiddelde kleiner. Ook in de Kempen benadert de groeicurve het langjarig gemiddelde.
De ruimtelijke verschillen komen ook duidelijk naar voor in Figuur 6, waarin de vegetatie-index voor 21–30 juni wordt vergeleken met het langjarig gemiddelde. In het westen van het land, vooral in West- en Oost-Vlaanderen en het noorden van Henegouwen, ligt de index eind juni op veel plaatsen onder de normale waarde (rode en oranje zones op de kaart). Dit patroon komt grotendeels overeen met de droge tot uiterst droge regio’s in Figuur 4. In het oosten, het centrum en vooral in het zuiden van het land lijken de gewassen er beter voor te staan.