Op de koffie bij Gemaflor
“We kweken graag moeilijke soorten”
Planten kweken kan in een mens ingebakken zitten. De feeling voor het gewas kan het verschil maken tussen een geslaagde en een mislukte teelt. Dat gevoel bleef sterk hangen na mijn gesprek met Diederik en Geert Vandersteene uit Zwijnaarde. Hun deelname aan de Dag van de Landbouw was de aanleiding voor mijn bezoek.
De nabijheid van de stad Gent is vandaag een troef voor de thuisverkoop, maar twintig jaar
geleden zorgde de ligging voor onrust bij Gemaflor. Ten behoeve van het Gentse parkbos werd ook de zone waarin hun bedrijf ligt, aanvankelijk ingekleurd als toekomstig parkgebied. Uiteindelijk slaagden ze erin die claim ongedaan te maken, door te bewijzen dat ze een toekomstgericht bedrijf waren. Deels daarvoor bouwden ze een serre bij, waarin ze chrysanten begonnen te kweken. Het feit dat Diederik mee in het bedrijf stapte was een bijkomend argument. Ondertussen is het gebied waarin hun bedrijf staat bestemd als land- en tuinbouwzone.
Sierteler worden
Diederik begon al op zijn 16de mee te werken op het bedrijf, aanvankelijk één dag per week via leercontract. Hij vertelt dat hij heel wat tegenkanting kreeg van zijn leerkrachten, die vonden
dat hij meer aankon. Maar zijn keuze stond vast en hij zette door.
Nadien werd hij zelfstandig helper en op zijn 21ste stapte hij mee in de zaak als meewerkend vennoot. In 2015 nam hij het bedrijf volledig over. “Maar mijn ouders bleven meewerken, zodat
er dus eigenlijk alleen op papier iets veranderde.” Diederik legt uit dat hij nog mensen kent die een leeropleiding volgden. Zelf volgde hij nadien nog wel avondlessen en ook de starterscursus. Hij vindt het parcours dat hij aflegde zeker niet ondergeschikt aan wat andere studies hem zouden hebben opgeleverd. Hij werkt graag en aangezien zijn broer en zussen geen interesse hadden in het bedrijf, was hij de logische opvolger.
Maaike, de echtgenote van Diederik, werkt deeltijds mee in het bedrijf. Ze geeft ook les in een lagere school, wat Diederik heel goed vindt. “Dat maakt dat er ook andere onderwerpen ter
sprake komen.” Ze hebben de taken goed verdeeld. Maaike bekommert zich om de administratieve zaken, Diederik om de planten. “Achter iedere succesvolle man staat een
sterke vrouw”, lacht Geert, maar hij meent het ernstig. Ook hij heeft ondervonden hoe belangrijk het is dat man en vrouw samen achter hun zaak staan. “Als je vrouw niet echt meewerkt, dan denk ik dat het moeilijk is om een zaak uit de grond te stampen.”
Geert kwam zelf in de stiel terecht op het bedrijf van zijn ouders in Harelbeke. “Mijn vader bouwde bijna ieder jaar een serre bij. Na een tijdje had hij op zijn bedrijf een staalkaart van alle
modellen die serrebouwer Deforche uit Izegem ooit gemaakt heeft. De eerste 16-meterkappen staan in Harelbeke.” Later verhuisde Geert naar Zwijnaarde, waar hij samen met zijn echtgenote Marijke Gemaflor oprichtte. Hun beider voornamen zitten in de bedrijfsnaam. “We zijn heel klein begonnen, met een plastiekserre, en zijn stelselmatig gegroeid.”
In Harelbeke werden warme kasplanten gekweekt. Maar die kwamen onder druk door de stijgende energieprijzen. Daarom schakelden Geert en Marijke over op koudere culturen
zoals Aucuba en Cupressus macrocarpa ‘Wilma’. “We hebben stelselmatig nieuwe culturen toegevoegd. Ik kweek graag moeilijke planten, net omdat die dan ook moeilijk zijn voor
een ander.” Cupressus macrocarpa ‘Wilma’ was daar een voorbeeld van. Geert vertelt dat in het begin maar één stek op de tien bewortelde. Maar ze kregen het in de vingers en op het
hoogtepunt produceerden ze er meer dan 100.000 per jaar.
Wijndomein
Diederik en Geert zochten een tiental jaar geleden naar een alternatieve teelt voor het vollegrondsperceel achteraan hun kwekerij, waarop ze vroeger hibiscus en kerstbomen teelden.
Ze dachten eerst druiven te telen en die te verkopen aan een wijnproducent.
“Maar toen we ons begonnen te informeren, ontdekten we dat het belangrijk is om een eigen verhaal te hebben en zelf wijn te maken.” Daarom bouwden ze een geklimatiseerde loods waar de druiven geperst worden en de wijn gelagerd en uiteindelijk gebotteld wordt. Diederik legt
uit dat de wijn een tweede gisting ondergaat in de fles. Daardoor komt er CO2 vrij die uiteindelijk voor de bubbels zorgt.
Daarna moet de wijn minstens negen maanden blijven liggen (lageren), zodat de CO2 zich goed zou vermengen in de wijn. “Daardoor vervliegt die niet onmiddellijk bij het openen van de fles, zoals bij goedkope cava’s. Die worden zonder tweede gisting gemaakt en krijgen achteraf CO2
ingespoten in de fles, wat ook het prijsverschil verklaart.”
Om zich te onderscheiden van de goedkope schuimwijnen, hebben de 20 grootste Belgische producenten van mousserende wijn zich verenigd en dit voorjaar het logo BelBul gelanceerd.
“Spanje heeft cava en Italië prosecco. Wij Belgen hadden geen eigen naam.” Om het BelBul-label te mogen dragen, moet de wijn een erkenningscommissie passeren en voldoen aan een aantal criteria rond herkomst, productiemethode en kwaliteit.
Toen ze startten met wijnbouw ging het minder goed in de handel in sierteeltproducten.
De marges stonden onder druk. “Handelaars vitten over de laatste centiemen en dreigden bij
wat discussie dat ze wel iemand anders gingen bellen. Ook dat heeft ons gepusht om een nieuwe uitdaging te zoeken in een andere richting. Intussen is de situatie totaal anders”,
vertelt Diederik. “De vraag naar sierplanten verkleint, maar het aanbod krimpt nog sterker, onder andere door de vergrijzing in de sector. Dat maakt het aantrekkelijker voor wie wel nog
wil ‘bloemisten’. Als we nu in de fase van tien jaar geleden zouden zitten, dan denk ik niet dat we de stap naar wijnbouw zouden zetten. Ik krijg nu vragen van handelaars die een specifieke
partij planten willen reserveren. Dat hebben we voordien nooit meegemaakt. Maar dat belet niet dat we moeten volgen wat er in de markt gebeurt en ons assortiment moeten aanpassen.”
De stap naar wijnbouw bracht Diederik ook in contact met een totaal ander afzetkanaal. “Restaurants en zo, dat is een heel andere wereld, maar wel leuk om deel van uit te maken. En
het valt perfect te combineren met onze sierteeltactiviteiten.” Geert bevestigt dat, maar voert aan dat dit niet geldt voor de druivenoogst. Dan moet al het andere werk wijken. Ook de mimiek van Diederik maakt duidelijk dat de oogst op dat moment alles in de schaduw stelt. “Dan hou ik me tot 14 uur bezig met de bestellingen voor de planten. Daarna kruipt al mijn energie in het oogsten en het verwerken van de druiven: kneuzen, ontstelen, persen,…, de gisting opstarten.
Voor de rest valt de wijnbouw goed te combineren met onze andere activiteiten, maar in die periode wringt het schoentje. Aan de andere kant hebben we het al ieder jaar goed doorstaan.”
Op de vraag of hij nog dromen heeft voor het bedrijf, reageert Diederik dat hij de voetjes op de grond wil houden. “Ik hoop vooral dat we gezond blijven en ruimte houden om af en toe eens
op reis te gaan. Ik heb zeker niet de ambitie om nog verder uit te breiden.”
Dag van de Landbouw
Tijdens de rondleiding was het me al opgevallen hoe vlot Diederik met allerlei verhalen kwam en hoeveel plezier hij daaraan beleefde. “Ik doe dat heel graag”, bevestigt Diederik mijn vermoeden. “Wanneer ik groepen ontvang op ons wijndomein vertel ik ook het geheim van onze fles. De
Belgische schuimwijn is duurder dan de cava of prosecco. Als mensen bij ons een fles kopen als cadeau, dan vind ik het belangrijk om uit te leggen waarom die fles iets duurder is. Ik geef
inderdaad graag rondleidingen. Ik krijg daar veel voldoening van.”
Diederik zal dus op 14 september volop zijn hart kunnen ophalen op de Dag van de Landbouw. En hij zal ongetwijfeld niet de enige zijn die daar plezier aan beleeft.