Hoe zwaar weegt het veentekort?
De Belgische Potgrond Federatie (BPF) deelt mee dat de beschikbaarheid van belangrijke grondstoffen voor de West-Europese substraatmarkt historisch laag is. Dat is vooral te wijten aan het slechte weer in de productiegebieden van veen en kokos.
Naar: Belgische Potgrond Federatie, beelden ©Klassmann-Deilmann
Daarnaast speelt de snel groeiende wereldvraag naar deze grondstoffen, vooral uit Azië. Deze ontwikkelingen zorgen voor forse uitdagingen voor de Europese substraatmarkt.
Veenproductie blijft sterk achter
Door veel regenval in de Baltische Staten, Finland en Zweden in de periode van mei tot september, is het oogstseizoen 2025 een van de moeilijkste die de sector al kende. In de Baltische staten werd maar 40 à 50 % van de normale hoeveelheid veen geoogst, in Finland en Zweden wat meer. De productie van witveen (veenmosveen) is de grootste uitdaging. Voor de substraatbedrijven zijn de Baltische Staten, Finland en Zweden de belangrijkste veenproducerende gebieden. Veen kan in de zomermaanden pas na voldoende droge dagen gewonnen worden, omdat het moet drogen voor het oogsten. Ook voor kokos geeft de onvoorspelbaarheid van het regenseizoen uitdagingen in de productie en beschikbaarheid.
Overige grondstoffen
Naast de beperktere beschikbaarheid van kokos en veen neemt ook de vraag naar hernieuwbare grondstoffen zoals boomschors, houtvezel en compost verder toe. En de beschikbare volumes van voldoende kwaliteit van andere nieuwe hernieuwbare grondstoffen (zoals geteelde plantenvezels) zijn op korte termijn nog beperkt.
Met de intentieverklaring ‘Verduurzamen van teeltsubstraten voor de hobby- en professionele sector’ zet de Belgische substraatbranche met 14 partijen in op de reductie van de milieu-impact van substraten. Daartoe gebruiken ze (lokale) hernieuwbare grondstoffen en verantwoord gewonnen veen (RPP). De Belgische substraatsector blijft hier verder op inzetten, omdat deze grondstoffen steeds belangrijker worden in de toekomstige grondstoffenvoorziening.
Stijgende mondiale vraag
Met een groeiende wereldbevolking zal de vraag naar voedsel blijven toenemen. En in stedelijke gebieden, waar steeds meer mensen leven, moet groen de leefbaarheid verhogen. Substraten zijn essentieel voor de beide doelstellingen. WUR (Wageningen Universiteit) voorspelde dat de vraag naar substraten tussen 2020 en 2050 zal stijgen met 400%.
In China is het areaal aan bedekte teeltgebieden in 5 jaar tijd gegroeid van 700.000 naar 3.000.000 ha. De enorme vraag uit China heeft daarom nu al veel invloed op de internationale grondstoffenmarkt voor substraten. Daarom moeten de Europese tuinbouw en de substraatsector fundamenteel nadenken over een (nieuwe) strategische positie met betrekking tot deze grondstoffen. Een wereld met grote geopolitieke onzekerheden vraagt daarom.
Wat betekent dit voor 2026?
De grondstoffenmarkten staan op dit moment onder grote druk en zijn deels nog onvoorspelbaar. Grondstoffen en materialen zijn zeer moeilijk te verkrijgen, soms niet of alleen tegen hoge prijzen. Dit maakt een meer gedetailleerde voorspelling voor 2026 nog zeer moeilijk.
De leden van de BPF zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor ca. 90 % van de in België geproduceerde substraten. De federatie adviseert afnemers van potgrond en substraat om tijdig met hun eigen leverancier(s) te overleggen. Alleen op die manier kunnen ze er samen voor zorgen dat de kwantiteit en kwaliteit van het geleverde product zoveel als mogelijk gewaarborgd blijft.
Erik Boterdaele: “Ik denk dat het er vooral zal op aankomen om tijdig te bestellen."
Reactie uit het werkveld
Ook AVBS-voorzitter Erik Boterdaele vangt al geruime tijd onrustwekkende berichten op over het veentekort. “Ik denk dat het er vooral zal op aankomen om tijdig te bestellen, zoals ook wordt aangeraden door BPF, en zeker niet af te wachten tot het laatste moment. Hamsteren zou niet nodig zijn, tijdig een goede planning doorsturen wel. En nu ergens gaan aankloppen als nieuwe klant lijkt me totaal geen zin te hebben. Mijn leverancier mengt nu maximaal 70% veen in het substraat. De andere 30% bestaat uit veenvervangers zoals kokos, houtvezel, perliet en bark. Wie de laatste jaren al bezig was met minder veen in het substraat heeft dus een voordeel qua ervaring met ‘peat-reduced’ telen. Zelf werken we ondertussen met 50–55% veen, en dat valt mee voor ons.”
Erik uit wel zijn bezorgdheid over de kostprijs. “Deze situatie kan een serieuze invloed hebben op de prijs van het substraat, maar ik denk dat onze eerste zorg de beschikbaarheid moet zijn. Die impact op onze kostprijs zal ook ons tot een prijsstijging noodzaken. Als het weer het toelaat kan er ten vroegste vanaf mei 2026 opnieuw veen geoogst worden. Het wordt dus een spannend voorjaar in 2026.”